INTERVIEW

'Ook in etnisch gemengde wijk helpen buren elkaar'

Voor een internationaal onderzoek interviewde stadsgeograaf Anouk Tersteeg inwoners van Feijenoord in Rotterdam: arm, rijk, jong, oud, van vijftien nationaliteiten. 'Het beeld is veel te somber.'

Ouders op hun kinderen op het schoolplein van de Nelson Mandela Openbare School in FeijenoordBeeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Arme wijken zoals Feijenoord in Rotterdam-Zuid hebben een matige reputatie: goedkope woningen, een laagopgeleide bevolking, veel werklozen, regelmatig in het nieuws vanwege onveiligheid. Door de grote verscheidenheid in afkomst, leeftijd, leefstijl en opleidingsniveau zouden de 72 duizend inwoners van het stadsdeel langs elkaar heen leven.

'Dat beeld is te somber', oordeelt Tersteeg, stadsgeograaf aan de Universiteit Utrecht. 'Het is niet alleen kommer en kwel in arme wijken. Veel mensen wonen er prettig en de sociale netwerken van bewoners zijn vaak diverser dan wordt gedacht.'

Voor Divercities, een internationaal wetenschappelijk onderzoek in 'hyperdiverse' wijken in elf EU-steden en in Istanbul (Turkije), Zürich (Zwitserland) en Toronto (Canada), doorkruiste Tersteeg per ov-fiets de deelgemeente Feijenoord. In wijken als Feijenoord, Bloemhof, Katendrecht en de Afrikaanderwijk hield ze diepte-interviews met 56 bewoners; arm en rijk, jong en oud. Ze sprak vijftien nationaliteiten: naast autochtone Nederlanders bewoners van onder meer Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Kaapverdische afkomst. Ze interviewde ook Oost-Europese arbeids- migranten, de jongste groep nieuwkomers.

Een gangbare theorie is: hoe diverser de wijk, hoe minder sociale samenhang. Klopt dat?

'Dat blijkt in Feijenoord behoorlijk mee te vallen. Tussen verschillende etnische groepen blijken wel degelijk sociale contacten te zijn. De meeste bewoners kennen buurtgenoten met een andere achtergrond en ze hebben een positieve relatie met elkaar. Het gaat dan niet zozeer over vrienden, maar om de weak ties: de zachte banden met buren en kennissen.'

Stadsgeograaf Anouk TersteegBeeld -

Hoe zien die zachte banden eruit?

'Bewoners helpen elkaar, bijvoorbeeld door op de kinderen te passen, of houden een oogje in het zeil als iemand ziek of op vakantie is. De netwerken lopen dwars door elkaar heen qua etniciteit en leefstijlen: oudere mensen hebben bijvoorbeeld contacten met jongere gezinnen. Scholen, buurthuizen en bibliotheken blijken een sleutelrol te vervullen in het ontstaan van diverse sociale netwerken. Bewoners komen elkaar hier tegen. Rotterdam heeft veel bezuinigd op zulke voorzieningen, maar zo maak je dus meer stuk dan je beseft.'

Kunnen mensen hun sociale positie via die netwerken verbeteren?

'Mensen uit lagere inkomensklassen krijgen niet opeens een grote opwaartse sociale mobiliteit, maar de 'zachte banden' blijken wel noodzakelijk om een neerwaartse spiraal te voorkomen. Het werkt als een vangnet. Zo sprak ik een Marokkaanse vrouw die naar Nederland was gekomen om te trouwen. Ze kreeg gratis taalles via de school van haar kinderen. Via de contacten met andere moeders op school vond ze een baantje als schoonmaakster. Eerst losse uren, daarna structureler. Ze spreekt inmiddels goed Nederlands.

'Het zijn kleine stapjes, die mogelijk worden dankzij de taallessen en dankzij de contacten in haar diverse netwerk. Het alternatief is dat zo iemand thuis zit, in een sociaal isolement raakt en afhankelijk wordt van een uitkering.'

Rotterdam en andere gemeenten vragen een tegenprestatie van mensen in de bijstand. Helpt vrijwilligerswerk?

'Via vrijwilligerswerk kun je zeker aan nieuwe contacten en ervaring komen, maar persoonlijk ben ik geen grote voorstander van de verplichte tegenprestatie. De maatregel suggereert dat mensen die niet werken niet zouden willen werken. Maar de meeste inwoners zijn sociaal actief, ze doen vrijwilligerswerk, helpen buren of ze combineren bijvoorbeeld een opleiding met een bijbaantje als pizzakoerier. Het vervolgonderzoek gaat over ondernemerschap in Feijenoord.'

Welke problemen zien de inwoners zelf?

'Criminaliteit, taalbarrières en stigmatisering. Geen Nederlands spreken wordt als een grote barrière voor sociale cohesie en sociale mobiliteit ervaren. Taalles was vroeger gratis, tegenwoordig is het een individuele verantwoordelijkheid geworden om Nederlands te leren. Ik vraag me af of dat realistisch is. Daarnaast voelen sommige bewoners zich gestigmatiseerd, bijvoorbeeld bij sollicitaties, doordat de wijk een slechte reputatie heeft'.

Onderzoek naar diversiteit

Divercities is een studie in opdracht van de Europese Commissie. In onder meer Antwerpen, Athene, Kopenhagen, Rotterdam, Warschau, Istanbul en Toronto wordt onderzocht hoe stedelijke diversiteit kan bijdragen aan sociale cohesie, sociale mobiliteit en ondernemerschap. Het project loopt van 2013 tot 2017 en wordt geleid door Ronald van Kempen, hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht.

Zijn er grote verschillen tussen Rotterdam en de andere Europese steden en Toronto?

'In veel opzichten lijkt Rotterdam op andere West-Europese steden als Londen of Kopenhagen. Wat opvalt, is dat veel andere grote steden een meer progressieve beleidstaal kennen dan de nationale politiek. Landelijke politci in West-Europa dragen bijvoorbeeld sterk uit dat nieuwkomers zich moeten aanpassen aan de normen en waarden van de gevestigde orde. Steden zijn over het algemeen pragmatischer, ze hebben meer oog voor verschillen tussen en binnen groepen. Je kunt op een afstand wel van alles bedenken, de praktijk is toch ingewikkelder en vraagt om maatwerk.

'Maar in het Rotterdamse beleid, of nu de PvdA of Leefbaar Rotterdam de stad bestuurt, klinkt vaker het landelijke discours door. Rotterdam volgt de trend van het landelijke debat en is soms zelfs leidend. In de integratienota van het huidige Rotterdamse college wordt integratie beschreven als het invoegen op een snelweg waar iedereen even hard rijdt. Dat suggereert het nastreven van een standaard die stadsbesturen elders in West-Europa minder scherp uitdragen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden