nieuws datsja-affaire

Ook in 1967 bracht een datsja-affaire Nederland in verlegenheid

‘Een onaangename affaire’, noemde de Nederlandse ambassadeur het eind jaren zestig: terwijl de ambassadestaf feestte op datsja’s, haalden de Russen hun brandkasten leeg.

Vergaderruimte in een voormalige datsja van Jozef Stalin in Novi Afon. Beeld Rob Hornstra

Datsja’s oefenen een gevaarlijke aantrekkingskracht uit op de diplomatieke fine fleur van Nederland. Vorig jaar moest Halbe Zijlstra aftreden als minister van Buitenlandse Zaken omdat hij ten onrechte beweerde in Poetins  buitenhuisje te zijn geweest; nu blijkt dat zo’n vijftig jaar geleden de ambassadestaf in Moskou zich wél in datsja’s liet fêteren. Maar ook dat liep niet goed af: de Russen konden ongestoord geheime stukken roven.

De klunzigheid is een halve eeuw geheim gebleven, maar dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) liggen de rapporten over ‘de brandkastenaffaire’ nu dan toch op straat. Het voormalige staatsgeheim lijkt eerder geschikt voor een klucht dan voor John le Carré.

Het moet in juli 1967 wel een heerlijk zomerweekend zijn geweest voor de diplomaten in Moskou. De ambassadeur is ‘door de Russen uitgenodigd om het weekend door te brengen op een datsja’. Aanleiding: het 25-jarige jubileum van de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie. Een andere Nederlandse diplomaat wordt tegelijkertijd op sleeptouw genomen door de ‘chef van de grote zaal van het Tsjaikovski-conservatorium’. Die Rus wil met de Nederlander kersen plukken bij zijn datsja en vervolgens nog ‘een paar whiskeys’ drinken.

Koetjes en kalfjes

Een andere Nederlander is ondertussen uitgenodigd door de Russische chauffeur van de ambassade die zijn vijfjarig werkjubileum viert. En een vrouwelijke diplomate dineert dezelfde avond met een Russisch koppel in restaurant Kirgise. ‘Er werd alleen over koetjes en kalfjes gesproken’, staat in een verslag. ‘Op geen enkele wijze heeft men geprobeerd mevrouw uit te horen.’

Dat hoeft ook niet, want de Russen hebben dan al vrij toegang tot alle Nederlandse geheimen. De ambassade is verlaten: het personeel is de hort op of viert vakantie in Nederland. Alleen de huismeester is er, maar hij wordt afgeleid door bezoek.

Pas een dag later – op zondag 9 juli 1967 – blijft dat er aan de kluizen is gerommeld. Twee brandkasten gaan opeens niet meer goed open. Nederland is slachtoffer van ‘een zeer goed voorbereide actie’, luidt uiteindelijk de conclusie.

Informatie over Israël

Onduidelijk blijft of het een eenmalige operatie was. Er zijn aanwijzingen dat ‘de brandkasten meerdere malen door onbevoegden zijn geopend’. Over de schade wordt ook getwist. Den Haag vermoedt dat de Russen uit zijn op informatie over Israël, het land dat zich in Moskou door de Nederlandse ambassade laat vertegenwoordigen. ‘De mate van compromittering is vrij ernstig’, meent een onderzoeker, maar een betrokken diplomaat – de namen zijn weggelakt – reageert  juist laconiek. ‘Er is geen onherstelbare schade toegebracht... De Russen kunnen alleen maar tot de conclusie zijn gekomen dat wij allemaal fatsoenlijke lieden zijn.’

Toch blijven de avonturen van ‘de fatsoenlijke lieden’ ruim vijftig jaar geheim. Er komen nieuwe sloten en het personeel mag niet meer massaal de hort op in het weekend. Verder zwijgt iedereen. Ook de Russen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.