Ook ijsvogel verdient bijvoedering

De mens bekommert zich alleen om dieren met reebruine ogen...

Met stijgende verbazing las ik in de krant dat de Tweede Kamer zich nu ook bemoeit met het al dan niet bijvoeren van wilde dieren in natuurgebieden. Waarschijnlijk hebben ze niets beters te doen, nu ze alle onderwerpen controversieel hebben verklaard. Het adagium van de Tweede Kamer van de laatste jaren – decentraal wat kan, centraal wat moet – geldt klaarblijkelijk niet voor het parlement zelf. Maar wat me het meest heeft verbaasd, is dat wel herten, konikpaarden en heckrunderen worden bijgevoerd, maar bijvoorbeeld ijsvogels niet.

In de winter van 2008-2009 overleed ongeveer de helft van de populatie ijsvogels in Nederland. Ook in de afgelopen maanden, met de strenge vorst, zal er een ware slachting hebben plaatsgevonden onder de ijsvogels. Het zou me niet verbazen als de populatie in twee jaar tijd met zo’n 80 tot 90 procent is afgenomen. De ijsvogels sterven massaal doordat sloten, vijvers, vennen en beken zijn dichtgevroren en ze niet meer bij hun voedsel – kleine visjes – kunnen. Dit mooiste Nederlandse broedvogeltje sterft daarbij een verschrikkelijke hongerdood.

En wat te denken van die schattige bosspitsmuizen of bosmuizen die geen winterslaap doen en elke dag heel veel moeten eten om hun lichaampje op temperatuur te houden? Tijdens een lange vorstperiode leggen ze massaal het loodje.

Ook andere dieren kunnen het heel zwaar hebben. Zo sterft jaarlijks zo’n 20 tot 30 procent van de dassen doordat ze worden aangereden. Hoeveel egels jaarlijks sterven onder de wielen van auto’s is niet bekend, maar het zijn er vele. Vooral dassen zijn vaak niet meteen dood als ze worden aangereden. Ze slepen zich dan nog voort tot in de berm om daar op een verschrikkelijke wijze te bezwijken aan hun verwondingen.

Volgens de gangbare opvatting moet er pas boven een sterftecijfer van 30 procent worden ingegrepen. Maar waarom geldt dit alleen voor herten, konikpaarden en heckrunderen en niet voor de ijsvogel? Ik stel voor dat bij de volgende lange vorstperiode er een bevel vanuit de Tweede Kamer komt om massaal wakken in het ijs te hakken en poelen te graven waarin we vissen loslaten als voer voor de ijsvogel.

Ook stel ik voor dat in alle natuurgebieden waar het sterftecijfer van bepaalde diersoorten als gevolg van aanrijdingen boven de 30 procent komt, de maximum snelheid op de provinciale wegen wordt verlaagd tot 60 kilometer per uur.

Helaas ziet de werkelijkheid er anders uit. Alleen dieren met reebruine ogen kunnen zich verheugen in overmatige aandacht van de mens. Ook al lijdt een ijsvogel of een das net zo veel als een hert, toch worden zij gewoon aan hun lot overgelaten. En wanneer het economisch belang in het geding is, zijn ook dieren mét bruine ogen niet veilig.

De dieren in de Oostvaardersplassen en de Veluwezoom hebben het grootste deel van het jaar een prima leven. Als ze dood gaan, bijvoorbeeld door voedselgebrek, dan is dat natuurlijk niet prettig. Maar zelfs de dierenbescherming, in het verleden felle tegenstander van het beleid in de Oostvaardersplassen, is nu tot de conclusie gekomen dat het beleid van de terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten nog zo slecht niet is.

Een ellendige dood na een aangenaam leven is nog altijd verre te prefereren boven de ‘pijnloze dood’ na het ellendige leven dat talrijke dieren in de bio-industrie hebben geleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.