Ook het laatste taboe is verdwenen

Misschien gaat er een sportpsycholoog mee naar de Olympische Spelen van 2004, misschien ook niet. Voor Hardy Menkehorst (51), één van de voorlopers op het terrein van mentale training, is de toegevoegde waarde van een psycholoog geen issue meer....

Of het zinvol is? 'Och jongen, als je eens wist', zegt Hardy Menkehorst.

Sportpsychologie mag dan in Nederland pas sinds een jaar of tien algemeen geaccepteerd zijn, het verschijnsel is natuurlijk al zo oud als de topsport zelf. Sinds 1980 laten de Amerikanen hun olympische equipes standaard begeleiden door psychologen, en in de vroegere DDR en Sovjet-Unie was 'mentale begeleiding' al ver daarvoor een vanzelfsprekende schakel in de keten van succes. Menkehorst: 'Ooit vonden we dat ze in de Sovjet-Unie maar rare dingen deden, nu roepen we dat ze hun tijd vooruit waren.

'In Amerika zeggen ze: goud wordt gewonnen door sporters van wie het begeleidingsteam in balans is. Ik zal een voorbeeld geven: team A heeft een rustdag en moet over twee dagen een belangrijke wedstrijd spelen. De coach vindt dat zijn spelers op bed moeten liggen, maar de ploegarts vindt dat flauwekul. En de arts zégt dat ook, stiekem, tegen een paar spelers. De manager is het eens met de arts. Achter de rug van de coach om gaan een paar spelers naar het strand, anderen gaan winkelen en weer een ander groepje gaat naar de bioscoop.

'Wat gebeurt er de volgende ochtend aan het ontbijt met die ploeg, denk je? Chaos! En daaruit vloeien weer irritaties voort. Dit is niet hypothetisch hoor. Hou op, negen van de tien ploegen overkomt dit. Weg medaille. In Amerika loopt alle communicatie binnen een team via de psycholoog. De coach doet het tactische verhaal, de arts de medische zaken en de psycholoog zorgt ervoor dat de onderlinge afspraken helder blijven.'

Zelf werkte Menkehorst met de volleybalploeg die in 1996 bij de Olympische Spelen in Atlanta goud won - op uitdrukkelijk verzoek van toenmalig bondscoach Joop Alberda - en met de hockeyers die twee jaar geleden in Sydney de olympisch titel veroverden. Waarmee hij geen claim op het succes wil leggen, dat soort misplaatste egotripperij ziet hij in zijn branche al genoeg. Wel hoopt Menkehorst duidelijk te maken dat sportpsychologie niet langer als het weeskindje van de professionale sport mag worden beschouwd.

'Ik merk in mijn praktijk dat het sportklimaat in Nederland is veranderd. Topsport is nu maatschappelijk geaccepteerd en in het verlengde daarvan is de aandacht voor mentale coaching toegenomen. Ik spreek bewust niet van psychologische begeleiding, omdat dat suggereert dat de sporter afhankelijk is van de psycholoog. Het is mentale training. Uiteindelijk moet een sporter zelf de mentale vaardigheid krijgen om de stress te beheersen.

'Het taboe is eraf. Als twintig jaar geleden een sporter bij mij kwam, maakten we 's avonds een afspraak en dan keek die sporter nog twee, drie keer over zijn schouder voor hij hier naar binnen stapte. Nu komen ze overdag en maken ze er ook in de media geen geheim van dat ze een mental coach raadplegen. Wie nu een sportpsycholoog bezoekt, heet ineens professioneel met zijn vak bezig te zijn. Dat is een behoorlijke omslag in twintig jaar.

'Vraag een sporter maar eens, in alle eerlijkheid, waarom hij verloor? Bijna altijd zullen ze naar een mentaal aspect wijzen. Vanaf hun jongste jeugd hebben ze de tactiek en techniek getraind. Dat beheersen ze zo goed, dat ze daar niet zo snel grote fouten in maken. Maar hoe train je de geest? Daar was vroeger amper aandacht voor. Als de psyche van jongsaf niet getraind is, is het logisch dat op dat punt ook de eerste haperingen ontstaan.'

Dat verklaart ook waarom tegenwoordig sporters van alle rangen en standen bij hem aankloppen. Waren het vroeger voornamelijk de 'al wat oudere sporters' die zijn hulp inriepen, sinds begin jaren negentig loopt zijn clientèle uiteen van ogenschijnlijk onkwetsbare olympisch kampioenen tot prille dertienjarigen voor wie het leven als topsporter nog moet te beginnen. Menkehorst: 'Alles is terug te brengen tot één kernvraag: hoe breng ik op het cruciale moment het beste in mijzelf naar boven?

'Waarom zou iemand van dertien te jong zijn voor de sportpsycholoog? Van een olympisch kampioen kunnen we ons allemaal indenken dat hij moet omgaan met stress. Dus die mag naar de sportpsycholoog. Draai de redenering eens om: door een dertienjarige op speelse wijze met concentratie-oefeningen te leren hoe met spanning om te gaan, kan bereikt worden dat ze later als topsporter onbewust beter in staat zijn die nog veel grotere dosis stress te beheersen.

'En het biedt ook de gelegenheid vroegtijdig te signaleren of iemand het écht wil. Ik heb hier ook kinderen gehad bij wie al heel snel duidelijk werd dat vooral de ouders of de trainer zo graag een topsportcarrière wilden. Daar confronteer ik die mensen dan ook mee. Dat is pijnlijk, maar het voorkomt later wel veel ellende.'

Via zijn klanten ervaart Menkehorst ook met enige regelmaat hoeveel meer gewicht topsport in het algemeen heeft gekregen. De toenemende commerciële belangen alsmede de overdadige aandacht van de media brengt topsporters niet zelden op een dwaalspoor. Menkehorst: 'Ik ken geen sporter voor wie een riant salaris of alle media-aandacht de drijfveer is. Het gaat ze puur om het spelletje. Maar het paradoxale is dat zodra het grote geld en de media-aandacht concreet worden, de onbevangenheid soms verloren gaat en de stress buitenproportioneel toeneemt. Onder druk van al die randzaken dreigen sporters te vergeten waar het eigenlijk om gaat: rondjes rijden, een balletje slaan.

'Verwachtingen die door een sponsor gewekt worden kunnen soms ook beklemmend werken. Sommige sporters denken: bedrijf A betaalt mij een vet salaris, dus ik moet ze ook iets heel goeds teruggeven. Maar een sporter is niet elke week in topvorm. Het gevaar is dus dat ze een externe standaard nemen voor hun presteren. Dan ontstaat een verwachtingspatroon waaraan ze nooit kunnen voldoen. In dat geval moet ik ze terugbrengen naar de basis: waarom ben je ooit gaan schaatsen? Antwoord: omdat het gewoon leuk is.'

Binnen dat spanningsveld zijn afvallers echter onvermijdelijk, weet Menkehorst uit ervaring. Zoals enkele weken geleden nog, toen tweevoudig junior-wereldkampioene schaatsen Frédérique Ankoné op 21-jarige leeftijd besloot te stoppen. De stress van het bestaan als topsporter had haar het plezier gaandeweg ontnomen. Haar beslissing heeft hem niet verrast, zegt Menkehorst, 'maar dat maakt het natuurlijk niet minder vervelend.

'Talent en plezier stonden bij haar op gespannen voet. Dat is niet ongebruikelijk, al was het bij haar misschien iets extremer. Als sportpsycholoog begeleid ik dat proces. Primair is het mijn taak sporters over mentale drempels te helpen, maar als de drempel te hoog wordt schroom ik niet te vragen: is dit nog wel verstandig? Ankoné durfde een beslissing te nemen die weinigen aangedurfd zouden hebben. Nu studeert ze aan de sportacademie, dus ze is het plezier in sport niet kwijt. Uiteindelijk is dat meer waard dan een medaille.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden