Ook Ford en GM dwangarbeid in WO II verweten

Na de Zwitserse banken zijn nu de Amerikaanse autofabrieken Ford en General Motors (GM) onder vuur komen te liggen wegens hun contacten met nazi-Duitsland vlak voor en tijdens de oorlog....

Van onze correspondent

Bert Lanting

WASHINGTON

Amerikaanse historici en advocaten beweren dat Ford en GM met het nazi-bewind hebben gecollaboreerd en indirect profijt hebben getrokken van dwangarbeiders bij hun Duitse dochterondernemingen.

Namens een voormalige Russische dwangarbeidster heeft advocaat Michael Hausfeld een claim ingediend bij Ford. Hausfeld speelde ook een belangrijke rol bij de joodse claims tegen Zwitserse banken. Na zware internationale druk betaalden de grootste Zwitserse banken vorig jaar 1,2 miljard dollar aan schadevergoeding.

Ford en GM ontkennen het Hitler-bewind te hebben geholpen. Zij hameren erop in het begin van de oorlog alle contacten met hun Duitse dochterbedrijven te hebben verbroken en dus geen greep meer te hebben gehad op de Duitse filialen. Maar volgens de historicus Bradford Snell heeft GM een sleutelrol gespeeld in de voorbereidingen voor de Duitse inval in Polen.

'General Motors was veel belangrijker voor de Duitse oorlogsmachine dan de Zwitserse banken', vertelt hij in de Washington Post. 'Zwitserland was niet meer dan een opslagplaats voor geroofde fondsen. GM was een integraal deel van de Duitse oorlogsinspanningen.'

Albert Speer zou Snell hebben verteld dat Hitler nooit overwogen zou hebben Polen binnen te vallen 'zonder de synthetische brandstoftechnologie van General Motors'. GM produceerde via haar dochterbedrijf Opel onder andere de 'Blitz'-vrachtwagen waarvan Duitsland op grote schaal gebruik maakte bij zijn invasies in Polen en de Sovjet-Unie.

Snell baseert zich onder meer op een rapport van het Amerikaanse leger uit 1945 waarin de Duitse Ford-fabriek werd beschuldigd als een 'wapenarsenaal voor het nazi-regime' te hebben gediend. De vestiging zou daarbij de zegen hebben gehad van het Amerikaanse moederbedrijf.

Critici van GM beweren dat het Amerikaanse bedrijf wél tot in de oorlog contacten heeft onderhouden met de GM/Opelfabrieken in Duitsland. GM-topman James Mooney gaf na de Duitse inval in Polen het groene licht om de GM/Opel-fabriek in Russelsheim in te schakelen voor de productie van Junker-bommenwerpers.

Maar volgens GM heeft het bedrijf zich meteen na het uitbreken van de oorlog in Europa teruggetrokken uit Opel. Anderen bestrijden dat. Tot eind 1940 werden de belangen van GM in Duitsland behartigd door een Amerikanse zaakwaarnemer, Pete Hoglund. Toen werkten er al Belgische en Franse dwangarbeiders bij de Opelfabrieken.

Ook Ford wordt beschuldigd indirect geprofiteerd te hebben van de vaak Oost-Europese dwangarbeiders die bij de Ford-fabrieken in nazi-Duitsland tewerkgesteld werden. Uit documenten blijkt dat het Amerikaanse moederbedrijf na de oorlog alsnog dividend heeft gekregen over zijn aandelen in het Duitse filiaal.

De positie van Ford wordt nog verzwakt doordat het bedrijf na de oorlog compensatie heeft gevraagd en gekregen van de Amerikaanse regering voor de schade die de geallieerde bombardementen op de Duitse Ford-fabrieken hadden aangericht. Ook GM heeft miljoenen dollars schadevergoeding geïnd.

De kwestie komt aan de orde op de conferentie over de tegoeden van slachtoffers van de holocaust, die vandaag in Washington begonnen is. De bijeenkomst, waaraan 44 landen meedoen, is een vervolg op de conferentie van vorig jaar in Londen over het nazigoud.

Ditmaal gaat het vooral over kunstwerken die de nazi's hebben geroofd van hun vaak joodse slachtoffers. Een groot deel daarvan is na de oorlog niet teruggegeven aan de nabestaanden, maar in musea en particuliere collecties terechtgekomen. Verder zal er worden gepraat over claims van nabestaanden tegen verzekeringsmaatschappijen. Vaak weigerden die na de oorlog geld uit te keren omdat de familie van slachtoffers geen overlijdensacte kon overleggen.

Een aantal grote Europese verzekeringsmaatschappijen heeft beloofd zich te zullen neerleggen bij de beslissingen van een internationale commissie die de claims onderzoekt. Vooral in de VS klinkt de roep om strafmaatregelen tegen verzekeringsmaatschappijen die het gezag van de commissie weigeren te aanvaarden.

Maar commissievoorzitter Lawrence Eagleburger, ex-minister van Buitenlandse Zaken, heeft zich tegen sancties gekeerd. Verder wordt gesproken over de teruggave van 'gemeenschappelijke bezittingen' zoals synagogen en scholen, die na de oorlog vaak in handen van de staat overgingen. Die kwestie speelt vooral in de voormalige Oostblok-landen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden