Ook dit was Reagan

Links Nederland haatte Ronald Reagan. Zijn erfenis blijkt echter duurzaam. Sinds de jaren tachtig houden politici alleen van winnaars, niet van verliezers....

Een groot denker was hij niet, Ronald Reagan. Hij meende dat zure regen werd veroorzaakt doordat er te veel bomen in industriegebieden stonden. Dat men in Bolivia Portugees sprak en dat de Verenigde Naties alle privzit wilden afschaffen.

Toch was Reagan, president van de Verenigde Staten van 1981 tot 1989, de man die een omslag in het westerse politieke denken veroorzaakte, of op zijn minst markeerde. Met Reagan en zijn Britse compaan Margaret Thatcher nam rechts het politieke en intellectuele offensief over van links. Niet langer stond de opbouw van de verzorgingsstraat centraal, maar ondernemerschap en individuele vrijheid. Het stimuleren van de winnaars werd belangrijker dan het beschutten van de verliezers. Sinds de jaren tachtig komen het idealisme, de vernieuwingsdrang en de grootse vergezichten van rechts.

Ook het kabinet-Balkenende is met zijn motto 'eigen verantwoordelijkheid' schatplichtig aan de Reagan Revolutie. Links heeft geen werkelijk alternatief en wordt gedrongen in de altijd ondankbare rol van de conservatief die aan de rem hangt en 'tut, tut, ho, ho' roept bij de zoveelste aanval op de verworvenheden van de verzorgingsstaat.

Ronald Reagan werd gehaat door links Europa. Hij was de man van de kruisraketten, van de in veler ogen levensgevaarlijke confrontatie met de Sovjetkernmacht, maar ook de man van het hardvochtige economische beleid, die de armen overleverde aan het cowboy-kapitalisme, de Reaganomics. Een onbenul bovendien, een matig Hollywood-acteur, die plots de machtigste man ter wereld werd.

Reagans ideewaren simpel en overzichtelijk. Kapitalisme is goed, communisme is slecht. Ondernemen is goed, sociale zekerheid slecht. De president had een bipolaire geest, bijna als een kind, schrijft Edmund Morris in de geautoriseerde biografie Dutch A Memoir of Ronald Reagan. Hij neigde ertoe alle morele kwesties te reduceren tot een simpele tegenstelling tussen goed en kwaad.

Maar ook of juist simpele ideekunnen invloedrijk zijn. De Reagan Revolutie waaide over naar Europa, waar regeringen, ook van sociaal-democratische signatuur, hun heil zochten in privatisering, marktwerking en snoeien in de verzorgingsstaat. De invloed van 'leeghoofd' Reagan is immens gebleken, terwijl het gedachtegoed van zijn links-intellectuele crititic langzaam verschrompelde en, al dan niet terecht, werd bijgezet in het museum van ooit belangrijke idee

Reagan beschouwde zelfs de karige sociale voorzieningen in de VS als een verwaterde vorm van communisme. Hij beschreef president Kennedy als 'Karl Marx met een warrig, jongensachtig kapsel' en streed als gouverneur van Californin de jaren zestig tegen 'het kankergezwel van de bijstand'. Maar de tijd was nog niet rijp voor zo'n frontale aanval. Tot in de jaren zeventig werd de verzorgingsstaat, door links rechts, gezien als parel van de beschaving. De verschrikkingen van de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog mochten zich niet meer herhalen. De overheid moest iedereen een fatsoenlijk bestaan garanderen.Toen Reagan in 1981 op 69-jarige leeftijd het Witte Huis betrad, was de samenleving in alle opzichten aan het veranderen. De ooit zo trotse kolenmijnen en staalfabrieken met hun machtige vakbonden kwijnden langzaam weg. De blauwe overall maakte plaats voor de krijtstreep van de account manager of het slonzige T-shirt van de software-ontwerper.

Een nieuwe generatie werknemers, opgegroeid in vrede en welvaart, hechtte meer aan vrijheid dan aan zekerheid. Ze waren slim en goed opgeleid. De wereld lag voor hen open, en ze waren allerminst van plan zich te laten tegenhouden door jaren zestigideeover solidariteit en nivellering. De yup, young urban professional, was geboren.

In het Reagan-tijdperk bereikte de yuppencultuur ook het egalitaire Nederland. De kinderen van de protestgeneratie wilden, tot afgrijzen van hun ouders, 'alleen maar' geld verdienen. Toch was materialisme maar een deel van de mindset van de yup. Belangrijker dan geld was status, macht, presteren, in woord: winnen. 'Het was een bevrijdend tijdperk. Niet langer schaamden we ons voor verschillen in talent, in status. De ene mens kon hoger reiken dan de andere. De dwang van gelijkheid viel weg. Wat een opluchting!', blikte journalist Jan Kuitenbrouwer later terug in de Volkskrant.

De yuppencultuur van de Reagan-jaren was in feite voortzetting van de hippiecultuur met andere middelen. De neoliberale boodschap van de bejaarde Reagan paste wonderwel bij een nieuwe generatie die werd grootgebracht met de vrijheidsdrang van de jaren zestig. Ook de yuppen wilden vrij zijn en hun eigen ding doen. Alleen niet in de commune, maar in het bij voorkeur eigen bedrijf.

Niet relaxed een blowtje leggen, maar keihard werken en nog harder consumeren. Vrijheid, dat was rijden in je cabrio met kille synthesizerpop op de stereo, en een enorme loft, spaarzaam gemeubileerd met een paar peperdure Italiaanse topstukken, uitgevoerd in zwart leer en koelglimmende stalen buizen. Zo voelde je je, om met Tom Wolfe te spreken, een master of the universe.

Door links werd Reagan destijds gezien als een asociale cynicus. Maar in werkelijkheid vestigde hij een nieuwe vorm van idealisme: het geloof in een wereld waarin mensen volkomen vrij kunnen zijn, niet gehinderd door de overheid met al haar vervelenderegeltjes en veel te hoge belastingen. Een wereld waarin het geluk ligt in de totale keuzevrijheid. Ik en alleen ik bepaal hoe ik mijn leven wil inrichten.

Reagans idealisme had, zoals alle idealisme, ook utopische trekjes. Zijn ideewaren geworteld in een ander, bijna pre-industrieel tijdperk, het small town America van zijn jeugd, waar boeren en middenstanders hard werkten, niet zeurden en hun eigen broek ophielden. De menselijk neiging tot hebzucht werd er ingeperkt door de Bijbel en een straffe sociale controleMaar in 1985 was Amerika, net als de rest van de westerse wereld, allang niet meer kleinschalig en bijbelvast. De boodschap van de ouderwetse Reagan was zo populair omdat zij een hoogst modern individualisme en hedonisme legitimeerde. Maar zonder de sociale en morele beperkingen van weleer ontspoorde de Reagan Revolutie al voordat zij goed en wel begonnen was.

In het recentelijk verschenen fotoboek So80s blikt fotograaf Patrick McMullan terug op het Reagantijdperk in de trendy disco's van Manhattan. Het was een periode van excessen, van overmatig cokegebruik, van orgieen aids, van uitbundig feesten en kille verzakelijking: wie zijn geld of seksuele aantrekkelijkheid verloor, werd zonder veel omhaal afgedankt.

Veel feestbeesten uit McMullans boek zijn nu dood, overleden aan aids of een overdosis. De cultuur van de Reagan-jaren was onmatig en darwinistisch. In extremis werd haar denkwijze geportretteerd in American Psycho, Bret Easton Ellis' roman over een moordende yup: iedereen die zich een paar krokodillenleren schoenen kan veroorloven, heeft het recht om een zwerver in elkaar te schoppen.

De jaren negentig brachten een absurde interneten beurshype, de nieuwe eeuw het neoconservatisme van George W. Bush, die vaak wordt gezien als de spirituele zoon van Ronald Reagan. Onderwijl werd het verzet tegen de erfenis van Reagan en Thatcher steeds zwakker.

Ten onrechte, zegt de Britse filosoof Simon Blackburn in Filosofie Magazine. 'Een belangrijk neoconservatief uitgangspunt is dat mensen sterk moeten zijn. Voor de zwakkere is in dit wereldbeeld geen plaats. Sterk zijn staat gelijk met economisch succesvol zijn. Maar omdat we een competitief systeem hebben, kan per definitie niet iedereen succesvol zijn. Ik zie nu een toenemende tendens om armen en behoeftigen te beschouwen als sociale vervuiling. Men ergert zich aan mensen die gebruik maken van sociale voorzieningen, men raakt gei¿rriteerd door zwervers. Dat is je reinste fascisme.'

Hoewel de term fascisme met zijn loodzware Auschwitz-connotatie niet zo gelukkig is, legt Blackburn wel de vinger op de zere plek. Sinds Ronald Reagan is 'eigen verantwoordelijkheid' een onomstreden en daardoor bijna apolitiek uitgangspunt. Wie kan er ook tegen zijn? Wie pleit er voor een paternalistische overheid die haar burgers bij het handje neemt?

Maar bij verantwoordelijkheid hoort logischerwijze ook de mogelijkheid van mislukking. En dan is het nog maar een kleine stap naar de conclusie dat falen op eigen schuld berust. Het motto 'eigen verantwoordelijkheid' dreigt daarmee grote verschillen in inkomen en macht te legitimeren.

Natuurlijk is er alle reden om de verzorgingsstaat kritisch te inspecteren. Niet alle uitkeringsgerechtigden zijn zielig. De sociale dienst in Utrecht ging onlangs op bezoek bij 110 huishoudens met een uitkering. In 69 gevallen bleek fraude in het spel.

Toch is de kritiekloze omhelzing van de 'eigen verantwoordelijkheid' verontrustend, omdat het de maatschappelijke winnaars en machthebbers zo goed uitkomt. Lage belastingen zijn goed, want die komen de ondernemingsgeest ten goede. Krankzinnige salarissen zijn toegestaan, want de markt betaalt ze nu eenmaal. Het ondersteunen van sociaal zwakke groepen is daarentegen slecht. Want wie gepamperd wordt, zal nooit op eigen benen staan.

Nederland zet hiermee een stap in de richting van een winner-takes-all samenleving naar Amerikaans model. Juist door zijn schijnbare redelijkheid kan het motto 'eigen verantwoordelijkheid' sociaal onrecht versluieren. Melkertbaners, die tegen een karig loon nuttige arbeid verrichten, dreigen op straat te worden gezet. Onder het mom van participatie dreigen kansloze WAO'ers en oudere WW'ers naar de bijstand te verdwijnen.

De directeur van het Terra College protesteerde tegen bezuinigingen op het achterstandsbeleid in het onderwijs, waardoor probleemleerlingen als Murat D. steeds vaker aan hun 'eigen verantwoordelijkheid' worden overgelaten. Chronisch zieken raken hun 'no-claim' van 250 euro kwijt, hoewel onderzoek telkens weer aantoont dat eigen bijdragen in de zorg helemaal geen effect hebben. Door de liberalisering van de energiemarkt wordt de burger, paradoxaal genoeg, keuzevrijheid opgedrongen.

De naoorlogse leiders wilden hun burgers beschermen tegen het lot, waarvan zij de wrede spelingen zo indringend hadden aanschouwd. Ronald Reagan brak met die denkwijze. 'Ik geloof niet in het lot dat ons zal treffen wat we ook doen. Ik geloof in een lot dat ons treft als we niets doen', zei hij. De optimist Reagan geloofde niet in het lot, maar in de wil van het individu.

Maar zoals links vaak het belang van de wil heeft miskend door overal passieve, zielige mensen te zien zo miskennen Reagan en zijn ideologische erfgenamen de rol van het lot. Grote verschillen in macht en inkomen zijn niet alleen strijdig met de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, ze komen ook nog eens betrekkelijk toevallig tot stand. Levenskansen zijn bij geboorte ongelijk verdeeld, en burgers kunnen pech of geluk hebben, los van hun eigen inspanningen.

Hoewel de verschillen tussen links en rechts klein en betrekkelijk zijn geworden, is er nog werk genoeg voor de erfgenamen van de linkse traditie. Want nu het idealisme van rechts komt, zal ook de ideologische verblinding steeds meer uit die hoek komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden