'Ook die stoot van twintig vindt het geweldig'

Danny Overweg neemt de fakkel over van zijn opa, tangokoning Malando. 'Na 62 jaar maak ik het Malando-debuut in Carré.'..

Aan de muur hangen enkele gouden en platina platen uit de loopbaan van opa Arie. Daarnaast hangt een kleurig mozaïek van een stuk of twintig platenhoezen, slechts een fractie van het totale aantal platen. En op de kast ligt het plakboek met vergeelde krantenknipsels. De geest van opa Arie waart rond in de Amsterdamse thuisstudio van Danny Overweg.

Opa Arie is Malando (1908-1980), de legendarische tangokoning uit Rotterdam. Geboren als Arie Maasland vierde hij successen met zijn Malando Tango Orkest, opgericht in 1939. Met Olé Guapa scoorde hij een wereldhit, tot in Argentinië aan toe; miljoenen platen heeft hij verkocht.

Danny Overweg (33) is zijn kleinzoon, die twintig jaar na de dood van opa Arie ('van moederskant') de fakkel heeft overgenomen.

Dat Danny het orkest zou overnemen was overigens geen vanzelfsprekendheid. 'Er is een periode geweest dat ik er geen reet aan vond, die tango.'

Na zijn opleiding klassieke contrabas aan het conservatorium speelde Danny in diverse orkesten. Maar de leuke buitenlandse reisjes met het Malando Tango Orkest pakte hij wél mee. Naar Japan bijvoorbeeld, waar alleen de naam Malando op een affiche al goed is voor volle zalen. 'Volgend jaar gaan we voor de vijftiende keer.'

En daar, in 1997, vroeg zijn vader wat Danny er voor zou voelen om het familieorkest voort te zetten. Want ook zijn vader, slagwerker Evert Overweg, was jarenlang orkestleider, 'al waren zijn ambities met het orkest bescheiden'.

Vorig jaar bracht Danny Malando Olé Tango uit, een plaat met een bloemlezing uit Malando's oeuvre ingespeeld door dertien strijkers, contrabas, piano, twee accordeons en 'om het wat dikker te maken' ook keyboards. 'We spelen de borrelnootjestango zoals dat dan wordt genoemd, maar ook de meer verfijnde arrangementen en rumba's.'

Op dit moment zit het orkest halverwege een Nederlandse tour. Vanavond staan ze in Carré, wat Danny toch een 'vreemde kriebel in de buik' bezorgt. 'Na 62 jaar maak ik het Malando-debuut in Carré. Zou mijn opa wel mooi hebben gevonden', zegt hij liefdevol, zoals zijn stem voortdurend een buiging maakt als zijn opa Arie ter sprake komt.

Onder het huidige publiek bevinden zich vanzelfsprekend veel oude mensen. 'Ze hebben vroeger vaak met hun geliefde gedanst op deze muziek en zitten soms met tranen in hun ogen in de zaal. Héér-lijk.'

Maar ook een nieuwe generatie maakt voorzichtig kennis met de tango á la Malando. 'Na een optreden kwam een man naar me toe zijn dochter, een stoot van begin twintig. Blijken ze het alletwéé geweldig te vinden.'

In het orkest spelen gelouwerde muzikanten, onder wie Ernö Olah, die nu met de derde generatie Malando samenspeelt. De muziek ligt dichtbij het origineel, zonder dancebeats of andere kniebuigingen voor heersende latinkoorts. Op het podium staat een tangosalon waar gedanst mag worden.

Maar een avondje Malando anno 2001 is meer dan nostalgie opsnuiven. 'De tangopuristen zul len misschien hun schouders ophalen bij de Tearoom Tango van Harry Bannink. Maar we doen ook een stuk van de Astor Piazzolla in een kleine bezetting, zoals de grootmeester dat deed. Al hebben wij geen bandoneon. Het is tenslotte toch de tango zoals mijn opa die speelde.'

De geboortegrond van de tango heeft Danny nog niet bezocht. 'Maar ik heb nog alle tijd. Mijn opa was ook pas 55 toen hij voor het eerst naar Argentinië reis-de.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden