Ook de zwarte kapster is in Libië nu verdacht

Sinds Kadhafi zwarte huurlingen heeft ingezet, is de positie van de donkere Afrikanen in Libië ernstig verslechterd. Ze lijken verder van huis dan ooit.

BENGHAZI - Ze ontvluchtte haar eigen Eritrea, omdat zij niet in militaire dienst wilde. In Libië vond de 20-jarige Luam Haptamo rust, en een baantje als kapster. Maar nu ziet zij overal om haar heen wapens en doet bijna iedereen vijandig tegen haar. 'Ik heb het gevoel dat ik geen kant meer op kan. Ik kan niet terug, ik kan hier niet blijven. Waar ben ik dan nog wel veilig?'


De twee vrouwen naast haar knikken instemmend. Ze staan voor de deur van de kamer die zij met nog een vierde Eritrese landgenote delen. Het terrein, waar dag en nacht de lampen branden, bood kort geleden onderdak aan Turkse gastarbeiders die een stadion bouwden. De Turken zijn terug in eigen land.


De Afrikanen in Libië lijken verder van huis dan ooit.


Miljoenen mensen uit de landen beneden de Sahara zijn de afgelopen tientallen jaren naar het land van kolonel Kadhafi getrokken. De meesten waren afkomstig uit West-Afrika. Bijna iedereen kwam illegaal, door de woestijn, Libië binnen. Wie niet probeerde door te gaan naar Europa, kon hier vrij gemakkelijk werk vinden. In de olie-industrie, in de bouw, of als hulp in de huishouding. Maar toen brak de opstand uit.


Net als de migrantenarbeiders uit Azië en Europa werden de zwarte Afrikanen volledig verrast door de revolte die vorige maand in het oosten van Libië begon. In Benghazi, het hart van de opstand, meerden al snel schepen aan om de buitenlanders in veiligheid te brengen. Voor de Europeanen. Voor de Aziaten. Maar niet voor de mensen uit Ivoorkust, Ghana, Niger, Mali of Nigeria.


William Efah, een bouwvakker uit Ghana, weet nog steeds niet wat zijn regering voor hem gaat doen. Hij is aangekomen in het 'Turkse' kamp, dat de Libische Halve Rode Maan begin deze week als opvangplek voor Afrikanen beschikbaar heeft gesteld. Er zijn berichten dat uit Accra een vliegtuig zal komen, als hij erin slaagt de tocht vanuit Oost-Libië naar Egypte te maken. Maar ook Efah weet niet hoe dit geregeld zal worden.


Meer dan elf Libische dinars (ongeveer 6,50 euro) heeft hij niet op zak. 'Ik kan de straat niet meer op om iets te kopen. Maar ik durf ook niet meer.' Hij wrijft over zijn ontblote onderarm. 'Met mijn donkere huidskleur ben ik hier niet veilig. Een Ghanese vriend van me heeft een mes in zijn wang gekregen, omdat ze dachten dat hij een huurling voor Kadhafi was.'


De omgang tussen Noord-Afrikanen met Arabisch bloed en de donkere Afrikanen van beneden de Sahara is nooit een al te prettige geweest. Voor veel Libiërs stond 'zwart' gelijk aan 'slaaf'.


En nu Kadhafi Afrikaanse huurlingen ronselt voor de gewapende strijd tegen de opstandelingen in zijn land, is vrijwel elke donkere Afrikaanse migrantenarbeider in Libië verdacht. Ook de vroegere kapsters en bouwvakkers.


De meesten van hen zijn na het uitbreken van de opstand zonder geld op straat gezet, omdat hun werkgevers de zaak sloten en zelf, al dan niet spoorslags, Libië verlieten. Slechts een enkele Afrikaan is nog aan het werk, al is het dan als tijdelijke hulpkracht. Zoals Dao Nouhoum uit Mali. Hij verloor zijn baan bij een bouwbedrijf, maar klust nu samen met Malinese vrienden in een bakkerij in Benghazi.


'Ik weet het niet', zegt Nouhoum, terwijl hij de deegrollen voor croissantjes klaarmaakt om de oven in te schuiven, 'ik denk niet dat ik hier nog lang kan blijven. Arabieren houden niet erg van Afrikanen. Ze denken dat we allemaal hetzelfde zijn. Ze zeggen dat Afrikanen als huurlingen zijn gekomen om de Libiërs te vermoorden. Echt, we lopen hier groot gevaar.'


De medewerkers van de Libische Rode Halve Maan doen oprecht hun best de opgevangen Afrikanen gerust te stellen. 'We begrijpen hun angst', vertelt Reem Sahad, een van de medewerksters. 'We proberen hun ook steeds duidelijk te maken dat ze hier zo lang mogen blijven als zij zelf nodig vinden. We gooien niemand zomaar het land uit. Ook niet de mensen die illegaal Libië zijn binnengekomen.'


Voor het lot van de Afrikanen bestaat ook buiten Libië bijzondere belangstelling. Kolonel Kadhafi heeft immers meer dan eens gedreigd dat hij de zwarte migrantenarbeiders niet alleen zal dwingen zijn land te verlaten, maar hen ook op boten en bootjes de Middellandse Zee zal laten overgaan, om zo een 'tsunami' aan asielzoekers op de Europese kusten los te laten.


Daarom ook loopt in het kamp van de Rode Halve Maan Yorgos Kapranis rond. Hij werkt voor Echo, de humanitaire organisatie van de Europese Unie. Kapranis noemt de zorgen over een vloedgolf aan illegale migranten overdreven, maar vindt wel dat mensen die gevaar lopen in eigen land, zoals Eritrea, door het Westen moeten worden opgevangen.


Maar voor de meeste Afrikanen in Libië is het beloofde continent Europa momenteel helemaal niet aan de orde. Hun gedachten zijn bij de zorgen die ze nu hebben. 'Vanavond kan ik hier slapen', zegt Luam Haptamo, de kapster uit Eritrea. 'Maar morgen?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden