Ook de geest van Che is niet meer

Ooit overvielen ze legerposten en voerden ze spectaculaire ontvoeringen uit. Nu zijn de overlevende Montoneros en Tupamaros merendeels eerzame burgers....

IN HET Argentinië van de generaals was hij een van de meest gezochte guerrillaleiders. Jarenlang sliep hij geen nacht op hetzelfde adres. Met minder dan twee wapens ging hij niet over straat. Nu is Arnol Cremer (53) een timmerman die boeken schrijft en rouwt. 'Alles waar we bang voor waren, is gebeurd. De maatschappij is minder solidair en egoïstischer.'

Van een hoofdrolspeler is hij een toeschouwer geworden met een verleden tussen haakjes. Luis Mattini schrijft hij op het visitekaartje dat aan het einde van het vraaggesprek op het cafétafeltje verschijnt. 'Velen kennen me alleen bij mijn schuilnaam', zegt hij verontschuldigend.

Arnol Cremer is een van de duizenden die in de jaren zestig en zeventig in Latijns Amerika de wapens opnamen. De meesten waren jongeren uit de steden met een universitaire opleiding of een goede baan, die bereid waren hun leven te geven voor een ideaal dat weinigen buiten hun eigen kring deelden. Iedereen die zich verzette tegen 'het imperialisme', kon rekenen op hun achting. Het onbetwiste gidsland was evenwel Cuba, en Fidel Castro en vooral Che Guevara waren de helden.

De prijs die ze betaalden was hoog. Van de achtduizend strijders en sympathisanten die het trotskistische Revolutionair Volksleger (ERP) van Mattini op het hoogtepunt telde, werden meer dan zesduizend gedood. De Montoneros, die vooral in Buenos Aires actief waren, waren begin jaren tachtig praktisch uitgeroeid. In Brazilië joeg een continentaal leger op honderden slecht bewapende revolutionairen. Een handjevol overleefde het. In Chili werd het gros geëxecuteerd in de dagen na de militaire machtsovername.

Wat doe je als de gedroomde revolutie uitblijft en veel vrienden omkomen? 'Je springt van het dak, je wordt mysticus of je verlegt je strategie', zegt Ana Jaramillo (45) uit Argentinië. Zelf koos ze voor het laatste en vocht zichzelf naar boven. Toen deed ze de pr voor de Montoneros in het buitenland; nu is ze een geslaagd zakenvrouw. Een kantoor in het centrum van Buenos Aires, een leeg bureau, secretaresse onder de intercomknop en een foto van zichzelf met de president aan de muur.

Namens de regering-Menem coördineert Jaramillo een fonds van dertig miljoen dollar voor sociale projecten. 'Mijn idealen zijn hetzelfde, alleen de instrumenten zijn veranderd', oordeelt ze. Vooral in internationale organisaties komt ze de laatste tijd ex-guerrilleros tegen. De vooroordelen van de sollicitatiecommissies hebben plaatsgemaakt voor een voorkeursbehandeling. 'Men wil ex-strijders omdat men ziet dat wij ethischer zijn. Wij stelen niet', meent ze.

Weinigen kozen na het ondergrondse bestaan de beproevingen van het oerwoud of de ballingschap van jaren, voor een huisje-boompje-beestje-leven in de maatschappij die zij hadden willen veranderen. Velen zijn actief in mensenrechtenorganisaties. Sommigen bekleedden een hoge post in de regering, zoals Carlos Ominami, ex-minister van planning in Chili. Anderen hielpen bij de opstelling van een nieuwe grondwet, zoals Antonio Navarro Wolff in Colombia.

Ze zetten campagnes op touw voor straatkinderen en tegen de honger, zoals de socioloog Herbert de Souza uit Rio de Janeiro. Ze schreven aangrijpende boeken, zoals Miguel Bonasso's Herinneringen aan de Dood (Argentinië) of Eleuterio Fernandez' Schipbreukelingen (Uruguay).

In Brazilië richtten ex-guerrilleros de Groene Partij op. In Uruguay besturen ze Montevideo. In Argentinië werken ze mee aan het kritische dagblad Pagina 12, dat corruptie en fraude aan de kaak stelt. In het parlement pleiten ze voor sociale gerechtigheid en strijden ze tegen corruptie, zoals Teodoro Petkoff in Venezuela en Jose Genoino, kandidaat-voorzitter voor de Braziliaanse volksvertegenwoordiging.

Arnol Cremer koos bewust niet voor de politiek. 'Als je geen strategisch doel hebt, moet je je mond houden', zegt hij streng. Links doet in zijn ogen niets anders dan de scherpe randjes van het neoliberalisme afvijlen. Voor reflectie hebben politici geen tijd, omdat ze steeds weer verkiezingscampagnes moeten voeren. Dus is hij timmerman en organiseert hij kringgesprekken tussen wetenschappers en vakbondsmensen over wat er is misgegaan met het communisme en wat de nieuwe weg moet zijn.

HEMELSBREED een kilometer van de cafétafel waaraan Matini zijn pijnlijke zelfanalyse pleegt, werkt Eduardo Jozami (55) in het Venetiaans-gothische pand van de Consejo Deliberante, de gemeenteraad, een straf vergaderschema af. Hij is een van de weinige Montoneros die de gevangenis hebben overleefd. Tegenwoordig is de advocaat/journalist de flitsende vice-voorzitter van de gemeenteraad van de Argentijnse hoofdstad.

Van de crisis van links is in het fractiekantoor met tussenwandjes van het Frente Grande (Breed Front) weinig te merken. De jonge coalitie van socialisten, communisten en teleurgestelde peronisten scoorde bij de laatste verkiezingen verrassend goed. Een overwinning in de presidentsverkiezingen in mei is onwaarschijnlijk, maar nog niet eerder heeft links in Argentinië zoveel stemmen gehaald.

Heb je macht nodig om iets te kunnen veranderen? Vroeger zou hij ogenblikkelijk ja gezegd hebben, bekent Josami. Nu moet hij lang nadenken. 'Culturele gebeurtenissen kunnen een maatschappij veranderen. Daarvoor heb je geen formele macht nodig. Dat heb je wel als je een land wilt ontwikkelen of de rijkdom eerlijk verdelen.'

Als guerrillero geloofde Jozami in grote veranderingen. Nu prefereert hij 'solide wijzigingen'. De taxichauffeur die de verslaggever afleverde bij de Consejo Deliberante had geschamperd: hier zitten de grootste dieven. Precies daaraan werkt het gemeenteraadslid: 'Ik wil dat instituties weer geloofwaardig worden. De maatschappij democratischer maken, daar gaat het om.'

Zijn bescheiden taakstelling heeft alles te maken met de strategische fouten van toen. Hij heeft geleerd, zegt hij, dat grote veranderingen niet snel gaan en dat samenwerking wezenlijk is. Er waren binnen de Montoneros veel fricties over het belang van de politieke strijd en de noodzaak van geweld. Het isolement gaf de militaristen vrij spel, gelooft Jozami.

In zijn dagboek looft Che Guevara, ook een Argentijn, Eduardo Jozami als betrouwbaar. Persoonlijk contact is er nooit geweest, legt het gemeenteraadslid uit. Via een tussenpersoon vroeg Guevara of de Montoneros hem versterking konden bieden in Bolivia waar hij een nieuw revolutionair front onder de verarmde indiaanse boeren wilde openen. 'We hadden grote twijfels over de hele onderneming', herinnert hij zich. 'Che was een vreemd element in die maatschappij. Wat voor perspectief had zijn strijd?' Toch gingen de commando's in Buenos Aires akkoord. Jozami: 'Niemand had het lef naar Bolivia te gaan en hem, onze held, te vertellen dat we er niets voor voelden.'

Achteraf bekeken was het een volstrekt irrationele beslissing. 'Zo ging het vaak. Passie was belangrijker dan verstand. De strijd was een religie: je geloofde erin.'

Zelfbedrog stutte het vertrouwen. 'We idealiseerden de arbeiders en met name de boeren. Nergens ter wereld vormen boeren de avant-garde van een revolutionaire beweging. Boeren komen alleen in beweging als ze worden aangevallen, zoals in China of Vietnam.' En de arbeiders? 'Ieder conflict interpreteerden we als de groeiende opstand van de arbeidende klasse. Zo was het niet. Maar hoe het wel was vroegen we niet.'

Ignacio Veles (48), nu communicatie-expert en toen student rechten, herinnert zich de discussies levendig. Het heilsvisioen ging ver. 'De armen moesten hongerlijden om overtuigd te raken van onze revolutie. En hoe erger hun lijden, des te mooier onze coup.'

Van de tien oprichters van de Montoneros overleefden vier de revolutionaire strijd. Veles is een van hen. Hij was betrokken bij de ontvoering en executie van generaal Aramburu, de eerste grote actie van de stadsguerrilla. Littekens van de oorlog zijn zichtbaar in zijn nek en er zit nog steeds een kogel in zijn lichaam.

De machtsovername was het doel; ideeën over concrete invulling van de heilstaat daarna hadden de revolutionaire twintigers nauwelijks. 'We hadden alleen iets gelezen van Regis Debray over Cuba. We waren niet geschoold in het marxisme. En we hadden evenmin informatie uit de eerste hand over het Oostblok. Van de verschrikkingen van het stalinisme wisten we niets', concludeert Veles.

Veles adviseert de internationale landbouworganisatie FAO over projecten met kleine boeren, een baan waarmee hij als ex-revolutionair aardig uit de voeten kan. Toch voelt hij net als Arnol Cremer leegheid. De guerrillajaren waren ondanks de angst en de dagelijkse dreiging van de dood een gelukkige tijd. 'We vochten voor een betere wereld. Dat maakte dat je je deel voelde van je volk. Bovendien was de onderlinge band tussen de kameraden heel sterk. Je gaf je helemaal.'

Hij draagt veel woede met zich mee. Woede over hoe Argentinië wordt leeggeroofd door corrupte politici, over de hebzucht, over de kiezers die principes voor belangen hebben verruild, over kameraden die in zijn ogen verraad hebben gepleegd. Dat zijn er nogal wat. De Montoneros hadden door hun heterogeniteit meer dan andere guerrillabewegingen last van ideologische twisten, samenzweringen en verraad. In zijn boek Ontwapende Utopie noemt de Mexicaan Jorge Castaneda de organisatie een archetypisch voorbeeld van alle nuances en stadia van links in Latijns Amerika.

Tot op de dag van vandaag zijn er intriges, beschuldigingen en rechtszaken. Geld is de aanleiding. In 1974 ontvoerden de Montoneros de broers Jorge en Juan Born, erfgenamen van het graanconcern Bunge & Born. Voor hun vrijlating betaalde het concern 64 miljoen dollar, een recordbedrag. Een decennium lang vulden allerlei guerrillabewegingen, vooral die uit Midden-Amerika, hun kas bij uit dit fortuin.

Naar verluidt willen de Cubanen, die de fondsen de afgelopen achttien jaar hebben beheerd, het restant teruggeven aan de rechtmatige eigenaren. De vraag is alleen wie recht heeft op de jackpot, waarover schattingen uiteenlopen van 30 tot 130 miljoen dollar. Steeds duiken er nieuwe geruchten op over geheime akkoorden tussen ex-guerrillaleiders en de regering. Menems campagne zou mede zijn gefinancierd met het Cuba-geld. De amnestie voor links in 1989 zou zijn gekocht, evenals de vrijlating van voormalig commandant Mario Firmenich.

De meest intrigerende partij in de dans om de miljoenen is het duo Galimberti-Born. Rodolfo Galimberti was een van de Montoneros die de broers Born gijzelden. Tegenwoordig is hij lijfwacht en vertrouweling van Jorge Born. Het is wat wetenschappers het Stockholm-syndroom noemen: de gijzelnemer en de gijzelaar vatten diepe sympathie op voor elkaar. Maar het is duidelijk dat niet alleen idealen maar ook geld de twee binden.

DE TUPAMAROS in Uruguay waren de eerste, grote stadsguerrilla-organisatie in Latijns Amerika. Ze gedroegen zich als moderne Robin Hoods en vergaarden wereldfaam toen zij de Britse ambassadeur kidnapten en een CIA-agent doodden. Na het herstel van de democratie kregen de guerrilleros amnestie, en de organisatie, die zich officieel Beweging van de Nationale Bevrijding noemt, werd gelegaliseerd.

Tegenwoordig houden de verzetsstrijders kantoor in de calle Tristan Narvaja in Montevideo, ongeveer tien straten van het centrum. Het is er zo stil dat het belendende antiquariaat de klaptafels met beduimelde voetbaltijdschriften en posters van Jezus op het asfalt heeft neergezet.

Tijdens de dictatuur overvielen de guerrilleros het casino. Nu besturen ze het als gevolg van hun deelname aan de linkse coalitie die in 1990 de burgemeestersverkiezingen in Montevideo won. De beweging is rigide, sectarisch en houdt vast aan het leninisme, zeggen de critici. Deelname aan de formele politiek kostte maanden verhitte discussie. Het zou een noodgreep zijn geweest om politieke zelfmoord te voorkomen.

Het heeft gewerkt. Bij algemene verkiezingen in november haalden de Tupamaros voor het eerst in ruim twee decennia twee zetels in het lagerhuis en één in de senaat. 'En iedereen weet wie wij zijn', onderstreept Eleuterio Fernandez (52). 'Daar zorgt de propagandamachine van de regering wel voor.'

Fernandez is sinds de dood van Raul Sendic, ideoloog van de Tupamaros, de voornaamste leider. De schrijver/ journalist is een beminnelijke, grijzende man, die men zich met zijn gebreide spencer nauwelijks kan voorstellen als de commandant die dorpen innam of gijzelingen organiseerde.

Het devies van de Tupa's, zoals ze in Uruguay worden genoemd, luidt thans 'binnenkomen in de harten' ofwel mensen voor je winnen met sociaal werk. 'In de jaren zeventig was onze visie te militaristisch. Nu werken we op alle fronten, zodat de mensen kunnen zien hoe we werkelijk zijn', zegt Fernandez. Zo zijn er 'kameraden' die in een medische wijkpost werken, woningcoöperaties organiseren, vakbonden leiden of boeren de bijenteelt onderwijzen. De Tupamaros beschouwen zichzelf nog steeds als de voorhoede die het verarmde volk zal wakkerschudden uit zijn lethargie. De bijen zijn de binnenkomer op het platteland. Het uiteindelijke doel is de boeren zover te krijgen dat zij acties beginnen tegen het grootgrondbezit.

Vijfhonderd namen staan op de ledenlijst, maar de politieke invloed van de Tupa's is veel groter dan dit aantal doet vermoeden. 'Onze aanhang groeit iedere dag. De revolutie is geen droom', stelt Fernandez. De fellow travelers uit Europa krijgen een veeg uit de pan. 'Jullie hebben je almaar blindgestaard op Midden-Amerika. Jullie gaan voor de romantiek van de kogel. Maar Lula had in 1989 in Brazilië meer stemmen dan Cuba, Nicaragua en El Salvador te zamen aan inwoners hebben.'

De reus Brazilië is niet alleen economisch maar ook politiek de katalysator in de regio, gelooft Fernandez. De socialisten wonnen in Montevideo na de overrompelende score van de linkse vakbondsman Lula in de Braziliaanse presidentsverkiezingen. 'De koorts van verandering sloeg meteen over.'

Ex-guerrillastrijder Fernando Gabeira (53) zou de kandidaat-vice-president zijn van Lula. Maar het feest ging op het laatste nippertje niet door. De stalinisten in de PT vonden hem naar zijn zeggen te tolerant met drugs en 'te weinig een echte man'.

Gabeira, die deelnam aan de eerste grote kidnap-actie van de Braziliaanse guerrilleros: die van de Amerikaanse ambassadeur, moet erom lachen. 'Als je de dood in de ogen hebt gezien, kan het oordeel van je omgeving je niet meer schelen.' Sinds hij in 1979 terugkeerde uit ballingschap is hij de Braziliaanse provo. De eerste man die het waagde met een tanga op het strand te lopen, zichzelf feminist noemde en opkwam voor homo's. Bij de laatste verkiezingen werd hij als Groene met 36 duizend stemmen in het Braziliaanse parlement gekozen. Stemmen die hij naar eigen zeggen vooral te danken heeft aan zijn ijveren voor legalisering van marihuana.

In de boekenkast op de zolder annex kantoor staat de restaurantgids voor Berlijn naast Zenwerkjes, Klygaards studie over corruptie en The Secret Life of Edgar Hoover. Das Kapital is op geen schelf te bekennen. 'Ik wantrouw utopieën', zegt de aspirant-parlementariër. 'Ik houd er nu alleen nog enkele principes op na.' Zoals? 'Democratie, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling.'

Op vrouwendiscriminatie, het rassenprobleem of uitputting van natuurlijke hulpbronnen heeft het marxisme geen antwoord, ontdekte hij tijdens zijn ballingschap. Sindsdien beschouwt hij zichzelf als representant van modern links, een minderheid in het Braziliaanse linkerveld. De meerderheid verdedigt staatsmonopolies, tolereert geen kritiek op Cuba en gelooft nog steeds in het importsubstitutiebeleid.

Links heeft zich in Brazilië nooit echt vernieuwd. Waarom niet? Het is pijnlijk om een ideaal dat je je leven lang koestert, opeens te moeten loslaten, analyseert Gabeira. Bovendien verkeert Brazilië in veel opzichten nog in een pre-kapitalistisch stadium. 'Er is een verband tussen de achterlijkheid van de heersende klasse en die van haar tegenstanders.'

Samen met Alfredo Sirkis richtte Gabeira de Partido Verde (Groene Partij) op. Sirkis zit nu op de twaalfde verdieping van het gemeentehuis van Rio de Janeiro en kijkt uit over een vuilstortplaats, sloppenwijken en files. De ex-studentenleider en kidnapper is wethouder van milieuzaken.

Kan hij in deze rol iets van zijn idealen realiseren? Sirkis legt als antwoord twee folders op tafel. De twee modelprojecten van zijn afdeling: een fietspad naar het centrum en herbebossing uitgevoerd door sloppenwijkbewoners. Het is de culturele verandering waarover Josami in Buenos Aires sprak. 'Je verandert een transportmodel niet in vier jaar, maar in dertig. Dit fietspad is het begin. Het maakt dat mensen anders over transport gaan denken.' De aanplant van bomen kweekt milieubewustzijn in een samenleving waar het normaal is huisvuil uit het raam te kieperen.

Milieu is wat hem betreft doel en middel tegelijk geworden. Het maakt het mogelijk op een nieuwe, minder ideologische manier politiek te bedrijven. Want links en rechts zijn verouderde begrippen. 'Is Fidel Castro links? En Mao? Veel linksen van toen beschouwen we nu als rechts.'

DE identiteitscrisis van links noemt Sirkis, jarenlang correspondent voor Le Monde Diplomatique, universeel. In Frankrijk of Spanje hebben de socialisten evenmin een eigen antwoord op de snel veranderende situatie. 'Links wil anders zijn dan rechts, maar ontkomt evenmin aan privatiseren. Wie een ander beleid probeert, loopt het risico van een economische recessie die maakt dat je bij de volgende verkiezingen weer wordt weggestemd.'

Net als Cremer gelooft hij dat er de afgelopen jaren te weinig is getheoretiseerd. Links zit nog steeds te veel vast aan de ideeën van de jaren zestig. Ondertussen is de wereld egoïstischer geworden en zijn er meer armen. Nationale grenzen vervagen. De internationale financiële markt is een ongrijpbaar fenomeen geworden. Miljarden verplaatsen zich van land naar land zonder dat regeringen daarop enige invloed hebben. De wethouder wipt ongedurig in zijn stoel heen en weer voordat hij zijn eindoordeel velt: 'De toekomst is zo complex en onduidelijk dat ik geloof dat niemand in de politiek echt een helder idee heeft van wat er op ons afkomt.'

Zweden, peinst Arnol Cremer aan de cafétafel in Buenos Aires. 'Wij kunnen veel van Zweden leren.' Hij heeft er jaren gewoond en met eigen ogen gezien dat de Zweedse arbeider meer klassebewustzijn heeft dan zijn collega in het voormalige Oost-Duitsland die zo snel mogelijk miljonair wil worden. Maar Zweden is klein, luthers, sociaal rechtvaardig, politiek bewust en had geen slavernij. 'Precies', beaamt de ex-guerrillaleider, 'daarom werkt het niet voor Latijns Amerika.' Er klinkt veel spijt door in zijn stem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden