Ook de crèche kan peuters serieus nemen

In een crèche moeten kinderen niet alleen worden opgevangen, maar ook opgevoed. Voor de pedagogiek van de opvang komt steeds meer aandacht....

MARIA HENDRIKS

WIE binnenstapt bij Het Kleine Rijk in Rotterdam ziet niet de gebruikelijke felle crèchekleuren, maar gebroken wit en zandkleur. De kinderen spelen met houten blokken, rieten poppewagens, lappenpoppen, boomstammetjes en schelpen. Plastic speelgoed is er niet. De baby's dragen katoenen luiers, al het eten is vers en de kinderen gaan elke dag naar buiten, ook als het regent. Het Kleine Rijk is een crèche op antroposofische grondslag.

Aan het lager onderwijs hebben de denkers in het onderwijs, zoals Boeke, Montessori, Steiner en Bladergroen, in de jaren dertig veel aandacht besteed, maar over pedagogiek in de crèche is weinig nagedacht. Op het congres over kinderopvang dat vandaag in Ede wordt gehouden, gebeurt dat wel. In vier workshops wordt duidelijk gemaakt hoe kan worden gewerkt vanuit een pedagogische inspiratie. Want dat gebeurt nauwelijks. Er zijn maar een paar crèches te vinden die de oude pedagogen vertalen naar de leeftijd van nul tot vier.

Naast de antroposofische ideeën van Rudolf Steiner wordt gesproken over de uitgangspunten van onderwijspedagoog Freinet en tehuisdirecteur Korczak, die in 1942 met zijn kinderen de gaskamers inging. Daarnaast is een geheel nieuwe aanpak ontwikkeld, gebaseerd op de ideeën van de psychotherapeuten Alice Miller en Eric Berne.

Geen van deze deskundigen heeft zijn ideeën ontwikkeld voor de kinderopvang. De oprichters van Het Kleine Rijk hebben er zes jaar over gedaan om de denkbeelden van Steiner naar de kinderopvang te vertalen. Volgens teamleidster Christine Hellinga is daarbij vooral uitgegaan van het idee dat kinderen veel plezier beleven aan de dingen die thuis gebeuren.

Aan het weekprogramma is dat te zien. Op maandag wordt de luierwas gedaan en staan de peuters met hun armen in het sop poppekleren te boenen. Dinsdag wordt alles gevouwen en in de kast gelegd. Op woendag wordt de vloer geveegd, krijgen de planten water en wordt de seizoentafel bijgehouden. Op donderdag gaat het houten speelgoed in de bijenwas en vrijdag worden de tafels gepoetst met lijnolie.

Het programma biedt weinig verrassingen, want kinderen houden van zekerheid, zegt Hellinga. En van dingen ècht doen. Daarom stropen de peuters elke ochtend, na het fruithapje als de baby's gaan slapen, hun mouwen op en kneden deeg. Bij de lunch eet ieder zijn zelf gebakken bolletje.

Een Freinet-crèche is minder direct herkenbaar, maar ook daar worden de kinderen uitgedaagd veel zelf te doen vanuit het idee dat je kinderen serieus moet nemen, ongeacht hun leeftijd. Daar kunnen ook de hele kleintjes zelf in de keuken hun rode bord halen, als ze van de rode groep zijn die z'n spullen op de rode plank heeft staan.

Marja van Dijk werkte bij de Amsterdamse crèche Borgheem, waar volgens de Freinet-gedachten wordt gewerkt. Althans, zo veel mogelijk, want Freinet ontwikkelde zijn ideeen voor schoolkinderen. Zo is het principe 'kinderen moeten niet spelen, maar werken', voor de kinderopvang vertaald naar 'het spelen van kinderen is werken'.

Freinet vindt dat je kinderen zo veel mogelijk moet betrekken bij de grote-mensenwereld. Op de crèche kan dat door ze mee te nemen bij het boodschapen doen, door ze mee te laten koken - dus ook groente snijden met een echt mes - door ze de afwasmachine te laten vullen, het speelplein schoon te laten vegen, door te laten helpen stofzuigen en dweilen en door de klusjesman te assisteren.

De drukpers die op de Freinet-scholen het middelpunt vormt, is op de crèche vervangen door het groeiboek. Van Dijk: 'Het is een manier om het verhaal van het kind serieus te nemen. Je schrijft op dat het heel erg moest huilen toen het voor het eerst kwam. Na een tijdje kun je dat samen met het kind terughalen. Zo krijgt het kind meer greep op zijn gevoelens.'

Het uitgangspunt is 'normen moet je beleven, niet onderwijzen'. Kinderen worden bijvoorbeeld uitgedaagd hun eigen conflicten op te lossen. Van Dijk: 'Vaak gaat dat, vaak ook niet. Dat is afhankelijk van de leeftijd. Maar als kinderen het zelf kunnen oplosssen, is dat beter dan wanneer wij ertussen stappen.'

Naast de klassieke pedagogen Steiner en Freinet ontstaan nieuwe stromingen die nog niet in de praktijk zijn gebracht. Ze richten zich vooral op de houding van de leidsters.

Ook Korczak vindt dat je een kind met respect moet behandelen, dat het moet kunnen meedoen en dat het verantwoordelijkheid moet kunnen dragen. Vertaald naar de kinderopvang betekent dat volgens Joop Berding, die er een boek over schreef, dat de leidster naast de kinderen staat, in plaats van erboven. Kernwoorden zijn: openheid, tolerantie en leren door met elkaar te praten.

Een ruzie tussen twee kinderen moet niet te snel door een volwassene beslecht worden. Als dat wel gebeurt, geef je de kinderen te kennen dat ruzie maken slecht is en dat alleen volwassenen problemen kunnen oplossen. Van dat laatste raken kinderen in war, vindt Korczak.

Psychoanalytica Alice Miller maakt in haar boeken (onder meer Het drama van het begaafde kind) duidelijk dat de meeste mensen vergeten dat ze als kind zijn gekrenkt. Om die krenkingen te doorstaan, kiezen kinderen een overlevingsstrategie, gedrag dat hen later tot last is.

Dat blijkt uit het voorbeeld van de leidster die onder het eten uitriep: 'Zijn jullie eens stil, de grote mensen kunnen elkaar niet eens verstaan' Toen ze het zei, had ze het gevoel dat de kinderen moesten leren dat niet alles kan. Later vroeg ze zich af: is het zo vanzelfsprekend dat kinderen stil zijn als ik wil praten? Ben ik nu hetzelfde aan het eisen als mijn ouders? Hoe voelde ik me als kind eigenlijk? Hoe zouden de kinderen zich over mijn opmerking hebben gevoeld? Wil ik mijn oude patroon wel aan de kinderen opleggen?

Aan de hand van de technieken die psychiater Berne heeft ontwikkeld (bijvoorbeeld in Wat zeg je nadat je Hallo hebt gezegd), vertellen de docenten Th. van der Heijden en H. Rutgers in hun boek Koester het kind in jezelf dat leidsters in de kinderopvang moeten houden van het kind in zichzelf, zodat ze in staat zijn zich in te leven in de gevoelens van kinderen, kinderen serieus te nemen en met respect te bejegenen.

Maria Hendriks

Joop Berding: Kinderen zijn al groot - werken met kinderen volgens Janusz Korczak.

SWP; ¿ 26,50.

ISBN 09-66651415

Th. van der Heijden en H. Rutgers: Koester het kind in jezelf - werken met kinderen volgens Alice Miller en Eric Berne.

SWP; ¿ 26,50.

ISBN 09-66651431

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden