Ook de allerarmste valt te helpen

Betaal de scholing van het jongste kind van de armste gezinnen en de hele familie profiteert. Hulporganisatie Hope Enterprises boekt er in Ethiopië succes mee.

Straatarme inwoners van Addis Abeba eten een maaltijd bij Hope Enterprises. Beeld Petterik Wiggers/HH
Straatarme inwoners van Addis Abeba eten een maaltijd bij Hope Enterprises.Beeld Petterik Wiggers/HH

Lunchtijd in Addis Abeba: oude mannen en vrouwen, sommige met lichamelijk gebreken, verdringen zich met plastic borden in de hand in de gaarkeuken van de christelijke hulporganisatie Hope Enterprises. Hoge stapels pannenkoeken liggen klaar; Hope-medewerkers scheppen bij elke pannenkoek (injera) een portie van het gerecht van de dag op de bordjes. De gasten eten aan lange houten tafels met banken, deels onder een afdak, deels in de open lucht.

Voor de toegangsdeur wachten jongere gegadigden in een lange rij op hun beurt. Elke dag. Het zijn taferelen als uit een roman van Dickens, verplaatst naar de warmte van Ethiopië. Goede, ouderwetse liefdadigheid. Hope Enterprises verkoopt voedselbonnen aan de rijkere inwoners van Addis; zij kunnen de bonnen aan bedelaars geven, in plaats van geld. Op veel dagen heeft een rijke familie alle bonnen al opgekocht om een verjaardag of bruiloft te vieren, zegt Hope-medewerker Gashaw Tefera, zodat iedereen zo naar binnen kan - zolang de voorraad (1.850 porties) strekt.

Ambitie

Het bereiken van de allerarmsten is het allermoeilijkste in de ontwikkelingshulp. Veel grote organisaties hebben die ambitie helemaal laten varen en richten zich op de arme gezinnen die nog wel wat eigen inkomen hebben - die hebben meer mogelijkheden zich uit hun armoede op te werken. Pogingen ook de allerarmsten bij projecten te betrekken, mislukken meestal, bleek uit een onderzoek dat onderzoekster Anika Altaf van de Universiteit van Amsterdam voor Woord en Daad uitvoerde bij partnerorganisaties in Ethiopië, Bangladesh en Benin.

De meeste bezochte organisaties helpen wel arme gezinnen, maar juist de allerarmsten bereiken ze niet. Dat komt vooral, zegt Altaf, doordat de allerarmsten in dorpen en wijken in afzondering leven, zich schamen of worden gemeden. Eigenlijk was Hope Enterprises de enige club in haar onderzoek die wel een contact heeft opgebouwd met die verschoppelingen. Hoe doet die organisatie dat?

Het scheelt dat de organisatie in een grote stad werkt, waar de allerarmsten een grote groep vormen, zegt directeur Lemma Degefa, in het eenvoudige hoofdkantoor aan de voorkant van de gaarkeuken. De gezinnen wonen in de buurt. Het is geen echte krottenwijk, zegt Lemma Degefa, in Addis wonen rijkeren en armen door elkaar en gaan ook met elkaar om. Dat maakt het contact met armen ook makkelijker dan elders. Bovendien werkt Hope Enterprises hier al bijna een halve eeuw - het begon in 1971 als een project van een Amerikaanse predikant om straatkinderen te helpen - en kent iedereen de medewerkers. Zij steken veel energie in huisbezoeken.

null Beeld Petterik Wiggers/HH
Beeld Petterik Wiggers/HH

Uitzichtloos

De gratis lunch is niet het hoofddoel van Hope Enterprises, zegt Degefa. Dat is allerarmste gezinnen de mogelijkheid bieden zich uit hun uitzichtloze situatie te bevrijden. Zijn organisatie betaalt het onderwijs van een van de kinderen uit zo'n gezin, het jongste kind, dat het meestal het moeilijkst heeft. Dat klinkt wreed voor de andere kinderen, maar dat is het niet, vindt Degefa: 'Iedereen beseft dat dit het hele gezin ten goede komt, er blijft geld over voor het onderwijs van de andere kinderen bijvoorbeeld. We geven het gezin maandelijks ook een heel klein bedrag.'

Later ondersteunt het kind met een opleiding het ouderlijk gezin vrijwel altijd, zegt de directeur. Hope Enterprises heeft goede contacten met bedrijven en bijna alle ex-leerlingen krijgen meteen een baan. De organisatie heeft zeven basisscholen, een middelbare school met een grote ambachtsafdeling en sinds 2010 een universiteit. 'Het is moeilijk aan een baan te komen in Ethiopië en voor jongeren uit arme gezinnen nog veel moeilijker. Maar onze scholen hebben een goede reputatie.'

De afgelopen jaren gaat het economisch goed met Ethiopië, maar daar merken de armen weinig van, zegt Degefa. 'Het armoedeprobleem in Ethiopië is overweldigend. De bevolking groeit sneller dan de economie. Er komen steeds meer armen uit de provincies naar de stad.'

Er groeit ook een welgestelde middenklasse, dat merkt Hope Enterprises aan de goede verkoop van voedselbonnen en toenemende donaties. De keerzijde is dat de prijzen in de winkels omhooggaan, zegt Gashaw Tefera. Net als de andere medewerkers krijgt hij van Hope Enterprises een karig loon - 'ik zou elders meer kunnen verdienen maar nergens krijg ik zoveel voldoening als hier' -en daar kan hij steeds minder goed van rondkomen.

Ontsnapping

Gashaw Tefera verzorgt een rondleiding door het grootste scholencomplex van Hope Enterprises aan de rand van de hoofdstad, naast de armenwijk Ayer Tena. Het is een wijds terrein met schoolklassen en werkplaatsen, bomen bieden schaduw, basisschoolkinderen spelen op het wat kale gras in de pauze.

Gashaw Tefera trommelt drie docenten op, die elk als kind op deze school hebben gezeten. Ze vertellen hoe de school voor hen de ontsnapping uit de armoede betekende. Ze hadden een droomtijd hier op school, blij als ze elke morgen uit hun krot weer hier aankwamen voor de lessen. Nu onderhouden ze hun familie met hun salaris, al is dat niet hoog. Misschien gaan ze later nog in een bedrijf werken, maar het is ook een eer hier les te mogen geven en zo iets terug te doen.

Het onderwijs is heel praktisch, zegt docent elektrotechniek Sentayehu Abeba: 'We leiden op voor nuttige beroepen waar vraag naar is, zoals elektriciens, automonteurs, kledingnaaiers, meubelmakers en lassers.' In de werklokalen oefenen jongens en meiden in deze beroepen. In een magazijn staan schoolbanken en tafels opgestapeld; die zijn op bestelling gemaakt. Er staat ook een opvallend werkstuk: een schommelstoel met daaraan vast een schommelbabyledikantje. Een timmerdocent: 'Leerlingen zoeken op internet en maakten een plaatje na.'

Op de weg terug naar het stadscentrum rijden we langs een gigantische vuilnisbelt. Er zwerven mensen rond in het afval. 'Hier werken de ouders van onze kinderen', zegt Tashaw Tefera. 'Ze zoeken dingen die ze kunnen verkopen, vaak giftige batterijen, gevaarlijk. Kijk maar goed, dan weet je waarom we dit allemaal doen.'

Addis Abeba, hoofdstad van Ethiopië. Beeld  Petterik Wiggers - HH
Addis Abeba, hoofdstad van Ethiopië.Beeld Petterik Wiggers - HH
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden