Ook Chebet ziet dat Butter aanleg heeft

Wind en regen konden de brandende ambitie van Michel Butter niet doven. Hij verbeet de pijn in zijn verkrampte benen en dook dankzij een fenomenale slotsolo van bijna negen kilometer als derde Nederlandse marathonloper onder de 2.10 uur: 2.09.58.

AMSTERDAM - ATLETIEK - MARATHON AMSTERDAM

Vier marathons heeft Butter (26) slechts nodig gehad om zich te voegen in het selecte gezelschap van Kamiel Maase (2.08.21 in 2007) en Gerard Nijboer (2.09.01 in 1980).


Dat belooft wat, zei Jos Hermens, de atletenmanager van tientallen toplopers. Hij schatte dat Butter bij ideaal weer 40 tot 50 seconden sneller was geweest: 'Dat Nederlandse record gaat wel lukken hè. Eitje.'


Door het slechte weer leek het voor Butter onmogelijk onder de 2.10 te duiken. Hoewel hij de eerste helft op schema doorkwam, kregen alle lopers tussen de 21 en 33 kilometer te maken met fikse tegenwind. Het lukte de gangmakers van Butter niet het beoogde tempo van 3.04 minuten per kilometer vast te houden. Toen de laatste gangmaker uitstapte, was het zelfs de vraag of een eindtijd onder de 2.11 haalbaar was.


Maar Butter voelde zich uitstekend. Met de wind in de rug had hij na 33 kilometer slechts een doel: 'Zo hard mogelijk naar huis. ' Dat bleek uit zijn kilometertijden. Die zakten van rond de 3.10 naar 2.55. Na 38 kilometer riep zijn coach Guido Hartensveld, die hem vanaf een motor begeleidde, dat 2.09 nog mogelijk was.


Butter gaf alles. Hoewel hij met één kilometer te gaan de kramp in zijn benen voelde trekken en hij even vreesde voor de goede afloop, hield hij zijn hoge tempo vast.


Met 200 meter te gaan, wist hij dat zijn missie zou slagen. Hij zag op de klok dat hij 36 seconden had voor de eindsprint. Hij verbeterde zijn persoonlijke record met iets meer dan drie minuten.


Aan de finish bleek hij de laatste zeven kilometer sneller te hebben gelopen dan de meeste Ethiopiërs en Kenianen die voor hem waren geëindigd. Alleen winnaar Wilson Chebet, die zijn titel prolongeerde in een parcoursrecord van 2.05.41, had een beduidend sneller slotstuk.


Butter werd twaalfde achter vijf Kenianen, vijf Ethiopiërs en een Qatari. 'Ik heb, denk ik, wel talent voor de marathon', zei hij met gevoel voor understatement.


Butter heeft sinds vorig jaar vier marathons gelopen en steeds beter gepresteerd. Bij zijn debuut in Utrecht versloeg hij een veld van Nederlandse subtoppers en een onbekende Keniaan in 2.17.36.


In Amsterdam verbeterde hij vorig jaar zijn beste tijd tot 2.12.59. In Boston eindigde hij dit voorjaar in tropisch weer in 2.16.38. Een trage tijd, waarmee hij desondanks zevende werd op slechts vier minuten van de Keniaanse winnaar. Hij versloeg daarbij een aantal toplopers.


Ook in zijn vierde marathon liet Butter zich gelden als een echt wedstrijddier. Hij is geschapen voor titeltoernooien: EK's, WK's en misschien zelfs de Olympische Spelen.


Butter weet dat het moeilijk zal zijn om de tientallen snelle Kenianen en Ethiopiërs in grote stadsmarathons bij te benen. Hij ziet zichzelf niet snel 2.04 of 2.05 lopen.


Maar bij EK's en WK's is het aantal startplaatsen voor elk land gelimiteerd, meestal tot drie lopers. Bovendien wordt het tempo niet hoog gehouden door speciaal ingehuurde gangmakers, waardoor de tijden van de medaillewinnaars beduidend trager zijn.


Bij de EK atletiek heeft geen enkele atleet onder de 2.10 gelopen. Bij de WK's atletiek en de Olympische Spelen is het minder dan tien marathonlopers gelukt. Zijn snelle, bijna Oost-Afrikaanse eindschot maakt Butter bij uitstek geschikt om in zogeheten strijdmarathons uit te blinken. Lang niet alle toplopers kunnen versnellen in de moeilijke slotfase. Hoewel de Noord-Hollander uit Castricum volgend jaar aan de WK atletiek in Moskou mag meedoen, richt hij zich vooral op de EK atletiek van 2014.


Butter: 'Er zijn niet veel lopers die vanuit een vast tempo op de grote motor kunnen overgaan. Ik wel. Op basis van Boston en Amsterdam behoor ik tot de Europese toplopers. Dit geeft me vertrouwen.'


Op de Europese seizoensranglijst staat Butter met zijn 2.09.58 vijfde. Hij is de jongste van de vijf snelste lopers. Ook op de wereldranglijst valt zijn naam op. Hij behoort tot het handjevol blanke lopers dat dit jaar onder de 2.10 heeft gelopen. Dat betekent dat zijn marktwaarde zal stijgen. De grote marathons hebben graag een etnisch divers startveld. Met zijn zevende plaats in Boston was hij de kenners ook al opgevallen.


Butter zal volgend voorjaar vermoedelijk opnieuw een snelle marathon proberen te lopen, in voorbereiding op de WK atletiek in Moskou. Hij hoopt en denkt dat hij nog sneller kan als de weersomstandigheden beter zijn. Net als eerder dit jaar zal hij zich vier weken opsluiten in een spartaans trainingskamp in Kenia, om zichzelf op te trekken aan de snelste lopers op aarde.


Winnaar Wilson Chebet gelooft na gisteren dat Butter aanleg heeft voor de marathon, ook al moest hij ruim vier minuten op hem toegeven. 'Hij kan 2.05 of 2.06 lopen, mits hij met mij komt trainen', zei hij breeduit grijnzend.


Butter hechtte aan die tijdsvoorspelling weinig waarde. Wat hem meer aanspreekt is het onbegrensde denken van de Kenianen. Ook hij probeert zich niet meer vast te bijten in tijden of klasseringen. Hij wil simpelweg beter worden.


Hoe goed dat is? Dat zal vanzelf blijken. Hij heeft slechts een ding voorgenomen. Hij zal leven als een marathonloper.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden