'Ook amendement koosjere slacht deugt niet'

Ook aan het amendement op de wet die het onverdoofd ritueel slachten moet verbieden kleven grote bezwaren. Een kleine religieuze minderheid wordt met een bewijslast opgezadeld waar de volksvertegenwoordigers zich zelf al ernstig aan vertild hebben.

De Britse opperrabbijn Jonathan Sacks (L) voert het woord tijdens de hoorzitting over onverdoofd ritueel slachten in de Tweede Kamer in Den Haag. Beeld anp

Er is in Nederland één slachter die dieren op koosjere wijze slacht. Onder de huidige wet mag deze shocheet de slacht uitvoeren, zonder voorafgaande bedwelming of verdoving. Met haar voorstel tot wetswijziging wil Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren bereiken dat hem dit voortaan verboden wordt. Een meerderheid van de Tweede Kamer is het meer haar eens. De slachter mag niet meer slachten op de manier waarvoor hij is opgeleid. Hij mag niet langer voorzien in de behoeften van traditioneel levende koosjer etende Joden in Nederland. De uitzonderingbepaling in de Gezondheids- en welzijnswet waar de koosjere slacht onder valt, moet volgens Thieme komen te vervallen.

In strijd met de vrijheid
In de 'Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten' wordt uitgelegd dat Thiemes voorstel niet in strijd is met de vrijheid van godsdienst. 'Artikel 6 stelt namelijk dat ieder het recht heeft zijn godsdienst te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Volgens de wet is het onverdoofd slachten van dieren verboden, om dieren te beschermen tegen stress, pijn en lijden voorafgaand en tijdens de slacht.' Dat klinkt wel logisch maar al te gemakkelijk wordt nu voorbijgegaan aan het feit dat er in de wet dus ook een uitzonderingsbepaling staat. Het is onjuist te stellen dat wie koosjer slacht, zijn verantwoordelijkheid voor de wet niet nakomt. De vrijheid van godsdienst wordt door het opheffen van de wettelijke uitzonderingsbepaling wel degelijk geschonden.

Helemaal uit de bocht vliegt de Memorie van Toelichting met de volgende vergelijking: 'Om dezelfde reden is in Nederland de besnijdenis van meisjes verboden, hoewel deze vanuit bepaalde religieuze riten is voorgeschreven. Vanuit een strikte naleving van het principe 'vrijheid van godsdienst' zou vrouwenbesnijdenis toegestaan zijn, maar als samenleving hebben we ervoor gekozen dat de lichamelijke bescherming van meisjes en vrouwen zwaarder telt, dan de vrijheid van godsdienst.' Wat hier voor het gemak niet bij wordt vermeld is dat er geen uitzonderingsbepaling in de wet staat voor meisjesbesnijdenis. De vergelijking gaat mank. Het geeft bovendien te denken dat de Memorie van Toelichting niet zonder tendentieuze verwijzingen naar het mutileren van meisjes kan.

Onderzoek
De Memorie van Toelichting stelt verder: 'De aantasting van het dierenwelzijn voorafgaand en gedurende de onbedwelmde rituele slacht is voldoende grond om de uitzonderingsbepaling op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren te laten vervallen. Mede doordat er heden ten dage elektronische bedwelmingsmethoden zijn ontwikkeld die de religieuze bezwaren tegen bedwelming hebben weggenomen'. Dat gaat wel erg snel want op grond waarvan is de aantasting van het dierenwelzijn dan voldoende aangetoond voor de koosjere slacht in Nederland? Welk onderzoek is er gedaan naar die ene shocheet?

Opmerkelijk aan deze passage is ook dat de wetgever hier treedt in de praxis van een geloof, waar op goede gronden een wettelijke uitzondering voor is gemaakt. De wetgever wil hier bepalen wanneer religieuze bezwaren zijn weggenomen en de praxis moet worden aangepast. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling, die tot verdere inperking van de vrijheid van godsdienst zal leiden en de positie van religieuze minderheden in gevaar brengt.

Merkwaardig
Een meerderheid van de Tweede Kamer wil niet graag geassocieerd worden met de inperking van grondrechten. Een aantal Kamerleden heeft daarom een amendement ingediend op de wetwijziging van Thieme, dat als compromis wordt voorgesteld. De ontheffing voor rituele slacht, die er op dit moment is, komt te vervallen maar er kan ontheffing worden verkregen van de algemene regel dat dieren voorafgaand aan de slacht bedwelmd moeten worden, als 'de aanvrager met onafhankelijk vastgesteld bewijs kan aantonen dat de te slachten dieren bij gebruik van de methode niet ernstiger of langer lijden dan wanneer wel sprake is van voorafgaande bedwelming.'

Hier is iets merkwaardigs aan de hand. Wanneer men af wil van een praktijk waarvoor in de wet een uitzondering bestaat, zal men eerst moeten bewijzen dat die praktijk niet deugt en de uitzondering onterecht is. In dit specifieke geval moet dus aannemelijk worden gemaakt dat de koosjere slacht voor aanzienlijk meer dierenleed zorgt dan de reguliere slacht en moet bovendien worden aangetoond dat dit leed onaanvaardbaar is. Daarnaast moet men beredeneren dat het dierenleed zodanig ernstig is, dat de inperking van een grondrecht van een religieuze minderheid proportioneel is.

Deze zaken leveren nogal wat problemen op. Het onderzoek van de Wageningen Universiteit waar Thieme mee zwaait is niet volwaardig. De wetenschappers die er enthousiast zijn bijgesleept, geven geen uitsluitsel. De praktijk van die ene shocheet in Nederland is nooit deugdelijk onderzocht. Het debat wordt door de Kamerleden gevoerd op basis van veronderstellingen, fictie en vooroordelen. Wat er gebeurt bij de koosjere slacht in Nederland, hoe deze plaatsvindt en hoe erg de dieren daarbij lijden, weten de Kamerleden domweg niet.

Bewijzen
Wat de Kamerleden nu willen voorstellen is dat de enige shocheet in ons land en de religieuze minderheid die hij bedient, een onafhankelijk onderzoek gaat bekostigen om precies dat aan te tonen waar wetenschappers over van mening verschillen. Van de enige shocheet in Nederland wordt feitelijk iets gevraagd, waar de wetgevende macht zelf niet in slaagt: onafhankelijk bewijs te leveren over het al dan niet aanvaardbare leed van de koosjere slachtmethode. Mocht hij het geld en de middelen daarvoor vinden en mocht zijn onafhankelijke bewijs worden geaccepteerd dan krijgt hij een ontheffing voor vijf jaar. De slachter moet dus om de vijf jaar onderzoek laten verrichten en steeds opnieuw bewijzen leveren.

In de toelichting op het amendement staat dat de vrijheid van godsdienst niet absoluut is en dat er beperkingen aan mogen worden gesteld. Deze beperkingen moeten dan getoetst worden op subsidiariteit en proportionaliteit. Wanneer hebben de indieners van het amendement die toets verricht en hoe heeft deze plaatsgevonden? Dat is volkomen onduidelijk. Dat komt omdat die toetsing er niet was. Dat weten die Kamerleden zelf ook wel. Ze hebben geluk dat bijna niemand hen daarop bevraagt. En als iemand dat wel doet, dan is er altijd wel een Limburgse ridder te vinden die de vragen wil overschreeuwen met verwijzingen naar rituele dierenmarteling en de geur van warm stromend dierenbloed. Door het lage niveau van het debat in 's lands vergaderzalen komt men gemakkelijk weg met het gebrek aan toetsing.

De toelichting gaat verder: 'de indieners menen dat de wet met aanname van het amendement beter voldoet aan die voorwaarden. Immers, het recht om te slachten naar eigen (godsdienstige) overtuiging is vrij, mits daarmee dieren niet meer leed wordt toegebracht dan zij zouden ervaren bij slacht op basis van de normale wettelijke voorschriften die de wetgever hanteert om dieren onnodig lijden te besparen.'

Compromis
Klinkt mooi maar het is niet meer dan een omzeiling van de toetsing op proportionaliteit en subsidiariteit. Het werk dat onze volksvertegenwoordigers hadden moeten verrichten, wordt nu onversneden op het bordje van die ene koosjere slachter gelegd. Thieme kan zich goed in dit 'compromis' vinden. Zij meent dat het onmogelijk is om aan te tonen dat de koosjere slacht ongeveer evenveel dierenleed veroorzaakt als de reguliere slacht. Dat is laakbaar. Een wet wijzigen en een amendement accepteren en er dan bij zeggen dat je als deel van de wetgevende macht er zeker van bent dat het onmogelijk wordt geacht dat iemand van de opening gebruik kan maken. Het is dan een de facto verbod dat verpakt is als een tegemoetkoming aan de vrijheid van godsdienst.

In het vermogen tot zuiver redeneren van de indieners van het amendement heb ik geen vertrouwen. De Eerste Kamer kan nu het nut van zijn bestaan bewijzen door met helder hoofd bloot te leggen dat de wetswijziging waar de Tweede Kamer nu zo trots en tevreden mee instemt, in geen enkel opzicht deugt. Ik zou nu ook wel eens willen weten wat het kabinet ervan vindt dat een hele kleine religieuze minderheid met een bewijslast wordt opgezadeld waar de volksvertegenwoordigers zich al ernstig aan hebben vertild.

Amanda Kluveld is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden