Ook aan top van arbeidsmarkt zijn Melkert-banen nodig

Terwijl in Tilburg langdurig werklozen mogen gaan vissen, kampen veel bedrijven met onvervulbare vacatures. Volgens Luc Soete en Bas ter Weel besteedt de overheid te veel aandacht aan de onderkant van de arbeidsmarkt en verwaarloost zij de bovenkant....

AFGELOPEN week kwam de gemeente Tilburg met het voornemen om langdurig werklozen, die (bijna) geen kans op een baan hebben, vrij te stellen van de sollicitatieplicht. Het argument van de gemeente Tilburg is dat het voor deze mensen geen zin heeft te trachten opnieuw in het arbeidsproces te worden opgenomen, omdat hun kwalificaties of psychische gesteldheid niet voldoende zijn om een baan te bemachtigen.

Tezelfdertijd meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat eind maart het aantal openstaande vacatures bij bedrijven en instellingen (146 duizend) en de overheid (12 duizend) een recordhoogte van 158 duizend heeft bereikt. Bovendien was de arbeidsmarktdynamiek het eerste kwartaal bijzonder hoog: er werden meer dan 225 duizend vacatures aangemeld, waarvan er ongeveer 200 duizend werden vervuld. Dit betekent dat het aantal openstaande vacatures met ongeveer 25 duizend steeg.

Op het eerste gezicht wijzen de plannen van Tilburg en het tekort aan arbeidskrachten op een paradox. Daarbij passen een paar opmerkingen. In de eerste plaats kan de vraag worden gesteld hoeveel openstaande vacatures werkelijk als vacatures kunnen worden gedefinieerd. Tekorten bevinden zich vooral aan de onderkant en bovenkant van de arbeidsmarkt, terwijl in het midden job-hoppen zowel aantrekkelijk als noodzakelijk is als gevolg van de vele tijdelijke contracten. Aan de onderkant is op dit moment een tekort aan tijdelijk, ongeschoold personeel, zoals op de bloemenveiling in Aalsmeer. Aan de bovenkant is al jaren een tekort aan hooggekwalificeerd personeel, met name voor onderzoek en ontwikkeling.

Ten tweede is het grote aantal vacatures een gevolg van de steeds groter wordende discrepantie tussen de vereiste en geboden kwalificaties van werknemers. Immers, hoe is het te verklaren dat in tijden van hoogconjunctuur de werkloosheid in Nederland relatief hoog blijft. Dit niet op elkaar aansluiten van vraag en aanbod wekt de indruk dat werkgevers de boosdoeners zijn. Ondanks hoge winsten zouden zij niet voldoende banen genereren, maar slechts de lonen van hun huidige werknemers verhogen.

Beide verklaringen zullen de komende jaren slechts aan belang winnen, omdat het tekort aan gespecialiseerde, hooggekwalificeerde arbeidskrachten nog zal toenemen, met name op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe informatie en communicatie technologie (ICT). Tegelijkertijd lokt deze vraag naar hoog-opgeleiden een verhoogd aanbod uit van hoger geschoolden in het algemeen, echter niet noodzakelijk adequater geschoolden. Bijgevolg is slechts een klein aantal mensen beschikbaar voor laag-gekwalificeerd werk. Vandaar dat Ierse metaalarbeiders en Poolse aspergestekers naar Nederland worden gehaald.

Wat betekent dit voor het huidige Nederlandse werkgelegenheidsdebat? Ten eerste dat het geven van meer aandacht aan ongeschoold werk op lange termijn geen echte oplossing biedt, simpelweg omdat slechts geïmporteerde arbeidskrachten dit werk willen uitvoeren.

Het is wellicht ongepast om de pogingen van het kabinet om de vraag naar ongeschoolde arbeid te stimuleren (bijvoorbeeld door middel van Melkert-banen) te beschrijven als het creëren van dead end jobs, maar het is duidelijk dat dit beleid niet tegemoet komt aan de noodzaak om duurzame banen te creëren.

Ten tweede zal er een zeker evenwicht moet komen tussen overheidssteun voor deze werkcreatie op de korte termijn en steun voor relatief duurzaam en hoger gekwalificeerd werk, verbonden met kenniscreatie en de ontwikkeling van hoogwaardige technologie. Wanneer de uitgaven voor werkcreatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt worden vergeleken met uitgaven voor hoog gekwalificeerd werk ter bevordering van onderzoek en ontwikkeling, slaat de balans te zeer door naar de korte termijn.

De Melkert-banen hebben bij elkaar reeds ruim twee miljard gulden gekost en relatief weinig opgeleverd, terwijl de uitgaven voor het creëren van hoog gekwalificeerde banen slechts enkele honderden miljoenen bedragen.

Vandaar dat subsidies evenwichtiger moeten worden verdeeld. Bovendien zullen arbeidskosten voor onderzoek en ontwikkeling in Nederland met een soortelijk bedrag moeten worden verlaagd als de arbeidskosten van laag- of ongeschoolde arbeid om lange-termijn investeringen aantrekkelijk te maken.

Met andere woorden: ook aan de top zijn Melkert-banen nodig om op lange termijn werk en economische groei veilig te tellen. Het huidige beleid is te zeer gericht op de korte termijn; veel werk nu, maar weinig werk in de toekomst.

Luc Soete is hoogleraar internationale economische betrekkingen en directeur van het Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology van de Universiteit Maastricht. Bas ter Weel is onderzoeker aan hetzelfde instituut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.