Ook aan ongelijkheid is iets waardevols

Er is een beweging in Nederland, en die beweging groeit. Wie zijn er lid van? Witte, verstandige mannen met een goede opleiding....

Nee hè, ik ga toch niet alweer over artikel 1 van de Grondwet beginnen? Ja, u hebt gelijk: de Grondwet is een akelig onderwerp – de discussie erover eindigt nooit, en het denken erachter is zo ingewikkeld, dat je het alleen maar kunt begrijpen als je er geen verstand van hebt.

Het liefst zou ik bij het horen van het woord Grondwet dan ook superieur op de grond spugen en doorlopen, maar af en toe moet ik er toch over schrijven. Want als ik op mijn sterfbed lig, hoop ik één ding te hebben bereikt: dat artikel 1 van de Grondwet niet langer het gelijkheidsbeginsel wordt genoemd, maar het ongelijkheidsbeginsel. Meer verlang ik niet van het leven en van mijzelf.

Vorige week schreef Frank Ankersmit een rare ingezonden brief in NRC Handelsblad. Die brief was vooral zo raar omdat Frank Ankersmit een verstandige filosoof is, en als hij dingen door elkaar haalt – en dat deed hij – dan doet hij dat niet naïef. Waarom schreef hij zo lelijk over artikel 1? Ik kon geen andere reden bedenken dan dat hij lid is geworden van de beweging van witte mannen die mij mijn politieke rechten wil ontnemen.

Er is namelijk een duidelijke tendens om artikel 1 niet alleen ‘het gelijkheidsbeginsel’ te noemen, maar het ook te zien als een bepaling die leidt tot gelijkheidsdwang of zelfs gelijkheidstotalitarisme.

Zo schreven Kees van der Staaij en Johan van Berkum van de SGP in februari een stuk in de Volkskrant onder de kop ‘Bestrijd het monster van de gelijkheid’. De teneur van dit stuk was dat artikel 1 zich heeft ontwikkeld ‘tot een supergrondrecht dat de klassieke vrijheidsrechten opeet’. Doordat het artikel zou verplichten tot gelijkheid, komen de grondwettelijke vrijheden in het gedrang.

Aanleiding was natuurlijk de al lang slepende zaak tegen de SGP. De partij is in rechtszaken verwikkeld omdat ze tegenstander is van het passief kiesrecht voor vrouwen.

Volgens onderzoek van de Roosevelt Academy voelen veel streng gereformeerden zich door zulke rechtszaken gemarginaliseerd, Van der Staaij en Van Berkum voelden zich zelfs ‘bijna gecriminaliseerd’. Hun vrijheid van godsdienst, zeggen ze, wordt opgeofferd aan de dwang om vrouwen en mannen gelijk te behandelen.

De SGP staat niet alleen in die visie: Barbara Oomen, docent aan de Roosevelt Academy, schreef eerder dat artikel 1 van de Grondwet inmiddels wel iets wegheeft van ‘een heel dikke man op een wip met aan de andere kant een groep kleuters’. Ook zij oordeelde dat het ‘gelijkheidsbeginsel’ te zwaar weegt en het te vaak wint van ‘de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid, de onderwijsvrijheid of de vrijheid van vereniging’.

De klacht gaat over gelijkheidsdwang, dus. Oomen citeerde ook nog minister Hirsch Ballin die op het lustrumfeest van de Commissie Gelijke Behandeling zorgelijk had gevraagd: ‘Is er niet ook iets waardevols aan onderscheid?’ Ja, zou je willen antwoorden, ja, er is zeker iets waardevols aan onderscheid, en juist daarom is artikel 1 zo belangrijk. Het is namelijk geen gelijkheidsbeginsel, maar een ongelijkheidsbeginsel.

Want je kunt wel willen dat iedereen hetzelfde is, dat iedereen een man is bijvoorbeeld, maar zo is het nu eenmaal niet. Er bestaan, hoe je het je ook wendt of keert, vrouwen. En die vrouwen willen ook grondrechten; ze willen de vrijheidsrechten en de politieke rechten die de Grondwet hun geeft. Dat is wat het ongelijkheidsbeginsel van artikel 1 vooraleer regelt: je kunt zo ongelijk zijn als je wilt, je kunt vrouw zijn of hindoe of iets anders geks, maar de staat biedt je toch dezelfde grondrechten aan als normale mensen.

De godsdienstvrijheid wordt door dit beginsel helemaal niet opgegeten, zoals Van der Staaij en Van Berkum beweren. Kerken kunnen vrouwen uitsluiten van het priesterambt, ze kunnen homo’s uitsluiten van de sacramenten, ze kunnen ongelijkheid prediken en praktiseren: dat kan allemaal zonder dat artikel 1 van de Grondwet roet in het eten gooit. Maar ruim de helft van de Nederlanders hun kiesrecht ontnemen met een beroep op godsdienstvrijheid, dat kan dan weer net niet.

Als artikel 1 al iets wegheeft van een te dikke man op een wip, dan komt dat door de ‘horizontale werking van grondrechten’, waardoor je de rechten niet alleen kunt inroepen tegenover de staat, maar ook tegenover je medeburgers, met eindeloze jurisprudentie van de Commissie Gelijke Behandeling tot gevolg. Bij die ontwikkeling kun je inderdaad vraagtekens zetten, maar de grap is dat die ontwikkeling nou juist niets te maken heeft met de zaak van de SGP en het kiesrecht van vrouwen, want kiesrecht heeft natuurlijk geen horizontale werking.

Als Frank Ankersmit mopperde dat er geen rechtszaak wordt gevoerd tegen de katholieke kerk of tegen garagehouders die alleen mannelijke monteurs in dienst hebben, en wel tegen de SGP, dan vergat hij voor het gemak dat je wens om priester of monteur te worden wezenlijk iets anders is dan een politiek vrijheidsrecht dat je kunt inroepen tegenover de staat.

Niet iedereen is gelijk. ‘Een apenhok moet op dit moment aan andere eisen voldoen dan een huis’, schreven Van der Staaij en Van Berkum. Tot zover voelde ik met ze mee. Maar de conclusie dat vrouwen ook andere grondrechten hebben dan mannen, wenste ik toch in twijfel te trekken: ik mag dan een aap zijn, ik ben wel een aap met kiesrecht.

Reageren? Vervolg@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden