Ook 37 jaar na zijn pensioen nog geïnteresseerd in politiek

Hij was minister in het kabinet-Drees III, meer dan 50 jaar geleden. Zondag overleed hij, 107 jaar oud.

De politiek kan veel stress opleveren. Maar daarmee is het vak niet ongezond: voormalig minister Gerard Helders is op een leeftijd van 107 jaar overleden. Hij was de oudste man van Nederland. Misschien was het ministerschap in de jaren vijftig ook minder stressvol. Helders was minister van Overzee in het kabinet-Drees III tussen 1957 en 1959. Premier Willem Drees werd 101 jaar.


Als minister hield Helders zich onder meer bezig met de opbouw van het bestuur in Nieuw-Guinea, waarvan het westelijk deel tot 1962 nog als laatste stuk van het voormalige Nederlands-Indië onder koloniaal bestuur bleef.


Helders werd in 1905 geboren in een christelijk antirevolutionair milieu in Rotterdam, 'wat je noemt de gegoede middenklasse'. Hij was van plan na de hbs economie te gaan studeren aan de net opgerichte handelshogeschool in Rotterdam. 'In het laatste jaar van de hbs had ik een ontmoeting met mijn oom die advocaat was. Hij raadde me aan om rechten te gaan studeren. Na mijn studie zou ik op zijn advocatenkantoor kunnen werken, zo verzekerde hij mij.' Helders liet zich ompraten. Hij ging rechten studeren in Leiden. Maar daarvoor trouwde hij nog en nam een bijbaantje als instructeur van jonge rekruten van het Nederlandse leger die hij voor 80 cent per uur leerde schieten.


Hij rondde zijn studie in 1929 af en ging ook daadwerkelijk bij zijn oom werken. Maar het avontuur trok. In 1931 reisde hij als kersverse ambtenaar van het departement van het ministerie van Financiën naar het toenmalige Batavia in Nederlands-Indië. Een jaar later werd hij inspecteur van belastingen in Bandoeng en Batavia. Hij zou die functie tien jaar uitoefenen. Zijn mooiste baan, zei Helders vorig jaar nog tegen het persbureau GPD. 'Mijn taak als inspecteur van belastingen moet je ruim interpreteren. Ik heb de inlandse bevolking kunnen helpen het leefbaarder voor hen te maken. Dat vond ik mijn plicht.'


Na de Japanse inval in 1942 werd hij zoals bijna alle Nederlandse kolonisten in een gevangenkamp geïnterneerd. Na de oorlog keerde Helders terug in Nederland. Hij was twee jaar ambtenaar op het ministerie van Financiën. Van 1949 tot 1957 was hij directeur van de Nationale Trust Maatschappij in Amsterdam, een voortzetting van de Nederlands-Indische Handelsbank. Hij was toen al lid geworden van de Christelijk Historische Unie (CHU), een partij die hij bleef koesteren, ook nadat die eind jaren zeventig was opgegaan in het CDA.


Gezien zijn ervaring in Nederlands-Indië werd Helders in februari 1957 gevraagd minister van Overzee te worden, die naast de toenmalige minister Kees Staf van Defensie moest gaan opereren. Hierdoor kwam hij in het kabinet-Drees III met coryfeeën als onder anderen Joseph Luns, Jo Cals en Yvo Samkalden. Het kabinet viel in december 1958 omdat de PvdA-ministers zich niet konden vinden in een aantal belastingmaatregelen. Er kwam een interim-kabinet-Beel waarvan hij ook deel bleef uitmaken.


Een jaar later werd Gerard Helders lid van de Raad van State, wat hij tot zijn pensioen in 1975 zou blijven. Hierna bleef hij in Wassenaar wonen. Na het overlijden van Cor Geurtz in augustus vorig jaar was hij officieel de oudste Nederlandse man. Hij zei elke dag te prijzen 'als een geschenk van God'. Hij kon de laatste jaren echter niet meer lezen en ook zijn gehoor was slecht. De politiek bleef hij echter trouw volgen en elk jaar op zijn verjaardag kwam de burgemeester van Wassenaar langs.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden