Oogzweer aan zee Scheveningen blinkt uit in camouflage-architectuur

Scheveningen worstelt. Probeert op de drempel van de 21ste eeuw weer iets van zijn oude glorie terug te vinden. De roemruchte badplaats is nog net niet ten hele gedwaald....

Kurhaus

Verval kruipt in de muren van 't ge bouw

En in de stamgasten die er nog heen gaan.

De zee ruist; ook dat ruisen wordt al grauw.

Vergeefs geleefd, vergeefs! schijn is ge daan:

't Is weer of het er nimmer heeft ge staan.

Victor E. van Vriesland (Bijbedoelingen)

Geruststellende gedachte. Het plein voor de flat, op de maquette een smetvrees oproepende witte plak, 'wordt aangekleed'. Wat dat aankleden inhoudt, kan de jongeman van Proper-Stok Woningen bv me niet volledig uit de doeken doen. De glanzende prospectus suggereert een vijver. Maar het kan evengoed uitlopen op een paar bloembakken - en daar struikel je al over in Scheveningen - geplaatst op een vrije fantasie in stoeptegels en sierklinkers.

Proper-Stok-verkoper monstert de potentiële koper. De lage toren, twintig etages die elk twee woningen bevatten, is wat voordeliger dan de hoge. Die schiet nog zeven etages verder de lucht in, waardoor de kansen op een panoramisch zee-uitzicht aanmerkelijk toenemen. De luxe wordt bovendien vertaald in één appartement per etage (basisprijzen vanaf 650 duizend gulden tot ver over het miljoen).

En die glazen trommel op de begane grond? De gedachten gaan uit naar een grand café, hoor ik Proper-Stok zeggen. En tja, wat zou het anders moeten zijn in deze omgeving? Hoogstens een showroom voor terreinwagens of cabriolets. Nog even naar de geplande laagbouw op de plaza, minder prijzig dan de torens, maar het uitzicht is ook niet zo verheffend: in plaats van de zee, de klonten baksteen waarin de Palace Promenade is verpakt. De majorettes aan de Utrechtsestraat, de achterkant, kijken uit op wat onbestemde jaren-zestigbouw, muurbloempjes uit onze architectuur-historie. Majorettes, u zult toch zeker maisonnettes bedoelen? Nee, majorettes houdt de verkoper vol. Zal dus wel een fractie ruimer zijn dan een gemiddelde premie B-stapeling.

Dit staaltje exclusiviteit, complex van penthouses en appartementen, getooid met het epitheton Leonardo da Vinci, is al in de prijzen gevallen voordat er ook maar een paal geheid is. PvdA-wethouder Peter Noordanus (Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting) kan zijn verbazing nog altijd niet onderdrukken. Want moet Leonardo da Vinci niet de kroon op Scheveningen worden, bijkans symbool van de herrijzenis van de badplaats? En als het nou een eervolle prijs was. Nee, het is de Prix de P(aardelul), een jongensgrap onder architecten waarmee men in Den Haag met modder smijt naar mislukte projecten. Damwand luidde in juni de vernietigende term in het juryrapport, naar de auctor intellectualis van Leonardo Da Vinci, Cees Dam.

Die wordt er op voorhand van beschuldigd een soort kaasplank in Scheveningen rechtop te willen zetten. De architect kon de grap er maar moeilijk van inzien, zeker toen hij vernam dat voorzitter van de jury vakbroeder en BNA-voorzitter Carel Weeber was. 'Heeft die Weeber niks beters te doen?' En venijniger: 'Als hij nou zelf zulke schitterende gebouwen had neergezet'

Hoe fel ook dit architectengevecht, de appartementen vliegen weg, zegt Proper-Stok. Inclusief de huizen waarvan het uitzicht stokt op de torens? Die dus niet.

De stijl van Dam, met die eindeloze rolletjes voor de gevel geplakt, moet Scheveningen het daarvan hebben? De wethouder vindt het zo beroerd nog niet. Hij wijst op een ander project van Dam, Seinpost, dat toch gerekend kan worden tot de aardigste bouwwerken op de boulevard.

Afgezet tegen de monsterlijke blokken ernaast, valt Seinpost inderdaad mee, hoewel het woongenot in de zeventig complexen misschien zijn beperkingen kent. Er staan minstens tien woningen te koop (er is sowieso veel te koop in Scheveningen). En wie het heeft getroffen de begane grond te bewonen, heeft vrij uitzicht op het bewasemde draadglas van het restaurant Seinpost. Er wordt op elke plek in Scheveningen een strijd geleverd tegen de zee.

De oorzaak van Scheveningen's neergang is bekend. In de jaren zestig zijn kranten volgeschreven over de grondspeculatie van Reinder Zwolsman, die gevolgen had voor de oude bebouwing aan het zeefront. Het heeft een haar gescheeld of het Kurhaus was in dat tumult ten onder gegaan, maar het herstelplan Scheveningen kwam wel te laat voor andere monumenten zoals het Grand Hotel, het Palace Hotel en het Savoy Hotel.

Noordanus (46), weet niet beter dan dat de badplaats geteisterd werd door kaalslag en verloedering. Dat terrein waarop Leonardo da Vinci moet verrijzen, herinnert hij zich slechts als een zandvlakte waarop de badgasten hun auto's parkeerden. In de zomer reden daar de botsauto's. Het hele gebied tegenover het Kurhaus was bestemd voor kantoren, totdat de ontwikkelaars ontdekten dat die in Scheveningen moeilijk te slijten waren. En ondertussen was een van de belangrijkste aanstichters van het kwaad, de bouwmaatschappij Bredero, failliet verklaard. Nu beheert Nationale Nederlanden de portemonnee van de badplaats.

Ze hebben de zee zoekgemaakt, stelde de schrijver K. Schippers in 1982 vast, toen hij een poging waagde zich langs het Kurhaus heen te wringen. Laat dat hotel maar slopen, verzuchtte hij, en asfalteer gelijk het strand, dan weten we tenminste hoe de vlag er bij hangt.

Is Scheveningen nog steeds een oogzweer voor het Haags gemeentebestuur? Allerminst, antwoordt Noordanus. Hij zal niet zeggen dat het allemaal de schoonheidsprijs verdient, maar een stadsdeel dat jaarlijks negen miljoen toeristen trekt en dus werkgelegenheid verschaft mag je geen zorgenkindje noemen. Integendeel.

Maar we zouden het over architectuur hebben. Om te beginnen wil de wethouder een misvatting uit de wereld helpen. Dat Scheveningen een badplaats is voor de elite, waar het Kurhaus en het paviljoen Von Wied nog immer van getuigen. Het is een volksbadplaats met een dubbel achterland: de Haagse agglomeratie (waar 43 procent van de badgasten vandaan komt) en het Duitse Roergebied. 'Het is een illusie te denken dat het hier ooit rustig was, dat is nooit zo geweest.'

Niet dat je dat publiek geen kwaliteit hoeft voor te schotelen. Noordanus is er zich van bewust dat de concurrentie tussen de badplaatsen in Europa toeneemt, en dat Scheveningen voor de Duitse toerist niet meer zaligmakend is. Dus moet de kwaliteit gezocht worden in een breed aanbod: de Phantom of the Opera die nog niet van ophouden weet, het vorig jaar geopende museum Beelden aan Zee voor de fijnproevers, en - als eind dit jaar het casino uit het Kurhaus vertrekt - een herleving van concerten en cabaretvoorstellingen in die majestueuze zaal. Pia Beck en Pim Jacobs, lezen we in de seizoensbrochure, maken hun opwachting.

Het begint er zowaar een beetje op te lijken in de badplaats der badplaatsen.

Over vijf jaar, als de 21ste eeuw begint, moet Scheveningen zijn oude allure hebben hervonden. Goed, de badkoetsjes zijn ingewisseld voor breedgeborste surfers, maar het kuren beleeft een revival. In een deel van het voormalige Golfslagbad komt een variant op het succesvolle Thermen 2000 in Valkenburg, onder de sprekende titel Vitalizee. Het gemak dient de mens. Vroeger moesten de meiden van het Kurhaus de emmers zout water naar de kamers slepen.

De komst van Vitalizee, de herinrichting van de boulevard en de facelift van de pier worden gepresenteerd onder het trefwoord romantiek. De wethouder wijst op de nieuwe balustrade op de boulevard. Een Berlagiaanse kopie, weliswaar. Maar romantisch. Zo ook de glazen koepel, die dank zij Van der Valk en zijn architect Van der Breggen uit zee oprijst. Alsof een orangerie bezit heeft genomen van de pier. Daar heeft wijlen architect Theo Bosch, als hoofd van de welstandscommissie in Den Haag, nog de hand in gehad.

Kijk, dat bedoelen we nou, een vleugje historie aan zee, een knipoog naar de verloren badcultuur. Noordanus beschouwt het bijna als een belediging dat we Scheveningen willen vergelijken met Brighton. Dat is pas een sleetse badplaats, die heeft 'de slag niet gemaakt'. Een ander romantisch ideaal, Deauville, kan alleen al qua omvang niet op een lijn worden gesteld met het Haagse vermaakcentrum. Alleen Knokke, ja, daar wil Noordanus wel jaloers naar kijken, met zijn integratie van strand, boulevard en bebouwing. Had de Prix de P-jury uitgerekend de tekst 'volgende badplaats: Knokke' willen zetten op een bord voor Scheveningen.

Het is de late wanhoopskreet. Scheveningen kan niet meer terug, alle romantische stijloefeningen ten spijt.

Maar is Scheveningen echt weerzinwekkend? Akkoord, ik moet iets wegslikken: het paarse trainingspak dat je onmiddellijk tegen het lijf loopt; de aaneenrijging van paviljoens die allemaal koffie met appelpunt in de aanbieding hebben; de horeca-vernieuwing die nog niet verder is gekomendan een wit broodje mèt. Daar winnen we de toeristische oorlog niet mee.

En de architectuur: zelfs Noordanus erkent dat de architectuur aan de boulevard, nog tot stand gekomen onder supervisie van de legendarische planoloog J. Bakema, matigjes is. Schertsend: 'Maar er wonen staatssecretarissen in, en dan weet je het wel: een hoog not-in-my-backyard-gehalte.' Hetgeen impliceert dat de lelijke woonblokken naast het Kurhaus daar tot in de eeuwigheid zullen blijven, gerangschikt langs een reep kust die Bakema ooit beschouwde als een extra promenade boven de boulevard. Het was één trap te veel. De hoge, desolate coulissen zijn het domein van een eenzame skateboarder.

Misschien wringt de schoen in Scheveningen nog niet eens zozeer in de wisselvallige architectuur. Het is het stelsel van tochtgaten, van onderdoorgangen en muurtjes, dat het tot een hopeloos doolhof maakt. Gewoon rechtdoor naar zee lopen is er niet bij, de te nauwe winkelpassage is een straf. De gemeente heeft getracht het ergste leed te verzachten door de dode wanden van de Palace Passage attractiever te maken en enkele los- en laadplaatsen op te heffen.

'Bakema geloofde nog erg in de maakbaarheid van de samenleving, dat je het publiek zou kunnen verspreiden over verschillende niveaus en terrassen. Nou dat is dus niet gelukt', stelt de wethouder met enig eufemisme vast bij zo'n verlaten sackgasse naast het Kurhaus, waar een Grieks en Japans restaurant proberen te overleven. Geslaagd is wel het hoger gelegen woonwijkje, restant van de woonerfcultuur, herinnering aan het onvoltooide Bakema-concept. Het onttrekt zich tenminste aan het gebral van de boulevard.

Even is serieus overwogen de witte terrasvormige blokken die het zicht op het Kurhaus bederven - een miskleun van vijftien jaar terug - te slopen. Maar de gemeente berekende dat dat wel een erg grote desinvestering zou zijn. Slopen zit er dus niet meer in - zonde van die kostbare restauratie van het Kurhaus.

De nieuwe megabioscoop MovieWorld, ontwerp Wilton & Haayen, kan er mee door, vindt de wethouder. Al is het uiterlijk 's avonds sprankelender dan overdag. Een filmtheater is natuurlijk bij uitstek naar binnen gekeerd. MovieWorld, dat is in alles het tegendeel van het gestoffeerde Kurhaus, met zijn tegelvloer, marmeren zitjes en counter voor popcorn en hotdogs. Het ertegenover in aanbouw zijnde Casino, van architect Pi de Bruyn, spreekt weer een andere taal. Blijkens de artist impression is hier een gevel in wording die met geschubde grijze platen over de constructie hangt, met een ellipsvormige opening op de hoek. Het wekt geen verbazing dat hierover nog een robbertje is gevochten in de welstandscommissie.

Maar alles is beter dan de parkeergarage, die door het casino wordt weggemoffeld. Neem de gast in het Kurhaus die nog niet lang geleden een bezoek wilde brengen aan het Circustheater. Hij diende zich niet alleen een weg te banen over tramrails en stuifzand, hij trof ook nog die open autoschuur aan achter de Gevers Deynootweg: een beproefd middel om elk feestelijk uitgaansgevoel om zeep te helpen.

Het filmtheater is een vorm van laffe architectuur, en het Casino is nog niet af. Maar zo afschuwelijk is het ook weer niet in Scheveningen: de Zwolsman-geur lijkt weggetrokken. Er zijn twee onmiskenbare aanwinsten. Toeval of niet, het zijn twee particuliere initiatieven die Scheveningen voor verdere aftakeling hebben behoed. Het door Van den Ende voor een symbolische gulden gekochte Circustheater is onherkenbaar getransformeerd van een strandstoelen-berging in een art deco-palais. Gestroomlijnde zandgele façade, decoratieve lampjes op de penanten tussen de ramen, een draadglas luifel en een koepeltje: origineel is de architectuur van de Maastrichtenaar Arno Meys misschien niet, maar wel effectief. Dit is theater zoals je het in een andere ideale badplaats - Miami - zou verwachten.

De caissière van Museum Beelden aan Zee, goed voor 50 duizend bezoekers tot dusver - 'op een aantal van negen miljoen is dat natuurlijk een druppel', maar de wethouder is tevreden -, ontvangt me met een waarschuwing. 'U moet oppassen dat u niet tegen het glas loopt.' Hoezo, bloedneuzen, fracturen? Ja, legt vrijwilligster Ineke Sprey uit, er heeft wel eens iemand de verkeerde schuifpui genomen. Even later maken we kennis met de praktijk: 'Is dat een ruit?' 'Ik geloof het wel. Daar verder op zie ik een deur.'

Voor Scheveningen is Beelden aan Zee bijna tè smaakvol, zo mooi zijn onder supervisie van architect Wim Quist de beeldfiguren in de holte van het duin verborgen. Vanuit de zeezaal, met liggende figuren van Cardenas en Wessel Couzijn, zien we voorbij het helmgras de golven naar het strand rollen.

Quist lijkt het schreeuwerige vertier ertussen via een raam te hebben weggesneden. Boven die zeezaal troont paviljoen Von Wied, het zomerse verblijf van sociëteit De Witte, 'alleen voor leden'. De duintop is gevangen in geoliede betonnen platen met een subtiele lamp in elke hoek. Binnen kleuren die betonnen platen mee met het zand van het duin. De bekistingsgaten zijn benut om de platen in het rulle zand te verankeren.

Bezoekers die zich in badkleding bij het museum melden, heeft Sprey nog niet gesignaleerd. 'Trouwens, ik denk ook niet dat men hier vrijwel naakt wil binnenkomen.' Dat is de groep die zich ophoudt in paviljoen Veronica of Addy 22, waar vandaag de bami in de aanbieding is. En wie iets anders wil dan zonnebaden, kan terecht in Sand World ('maak uw eigen zandkasteel') of Sea Life, gehuisvest in het voormalige Golfslagbad, met haaien in het bassin in plaats van badgasten.

We eindigen op de invalsweg naar Scheveningen, de Zwolseweg, waar studentenwoningen een tramremise aan het zicht onttrekken. Drie jaar geleden was deze harde straatwand met zijn silovormige trappehuizen, van de Brit Naeve Brown, goed voor de Haagse smaadprijs.

Noordanus leidt me naar de overzijde, ook zo'n onverbiddelijke wand, zij het gecompenseerd door een schitterende binnentuin, waar een kilometerlange houten pergola doorheen loopt, omzoomd met duinplanten.

Het beeld van Scheveningen wordt langzamerhand scherp, steeds duidelijker wordt het patroon. Het is een badplaats waar het ene incident het andere opvolgt en waar de samenhang gezocht wordt in camouflage-architectuur. Bevalt een project uit de jaren zeventig niet, dan zet je er gewoon een ander gebouw voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden