Oogh voor ruimte

Van correctie-krabbel tot weelderig schilderij, van kerkinterieur tot een enkele portretschets: in finesse laat het Centraal Museum zien wat Pieter Saenredam in 1636 in Utrecht deed....

IN 1636 werkte Pieter Saenredam bijna vijf maanden lang onafgeboken in de oude middeleeuwse kerken van de stad Utrecht. Zijn eerste tekening, van het middenschip van de Mariakerk, dateerde hij op 18 juni; de laatste op 23 oktober. Merkwaardig genoeg is dat geen kerkgezicht, maar een van de zeldzame portretschetsen die er van hem bekend zijn. Hij tekende in een mooie losse stijl - alleen het hoofd en de hoed zijn uitgewerkt - de koster van de Mariakerk, een ernstig oud baasje met een vriendelijke oogopslag.

Saenredam was een exact werkend man. Op de plattegronden van de kerken in de catalogus is precies aangegeven waar hij zat of stond; in een kerkbank, stenen muurbank of op een bepaalde plek in de ruimte. Uit zijn tekeningen viel dat feilloos af te lezen. Ook bij zijn exterieurs was precies te achterhalen waar hij zich moet hebben bevonden, zelfs bij de afbeelding van een kerk die inmiddels is afgebroken.

De ene keer stond hij op straat, de precieze plek kun je zo terugvinden om met zijn blik door vier eeuwen van verandering heen het stadsbeeld terug te zoeken. In een ander geval tekende hij vanuit een verdieping van een huis, waarvan ook zonder veel moeite het adres te traceren was, Mariaplaats 10 in dit geval. Aan de lichtval is soms zelfs na te meten op welk uur van de dag hij zijn tekening opzette of zie je bij grotere werken de schaduwen van de dag, van oost naar west, over zijn kerkdaken opschuiven als de wijzers van een klok.

Wie de tentoonstelling in het Centraal Museum verlaat, kan hem als een van zijn beroemde hondjes van kerk naar kerk achterna lopen, die hele oude bisschopsstad door en hem onderweg, in dat drukke dichtbebouwde middeleeuwse stadspatroon van grachten, straten, dwarsstraten, steegjes en hofjes nog eens tegenkomen: op de Oudegracht bij de Ganzenmarkt, in weer een zeldzaam exemplaar uit zijn oeuvre. Het is een van de weinige stadsgezichten die er van Saenredam bekend zijn. De gracht maakt op zijn tekening een bocht en zakt dan naar de lager gelegen Vismarkt - nog net als nu - met op de achtergrond een alles overheersende Domtoren die nog steeds het silhouet van de stad bepaalt. Utrecht moet hem kennelijk iets hebben gedaan, dat hij ook een portret en een stadsgezicht mee terug naar huis in Haarlem nam.

Er woedde in de tien weken dat Saenredam er verbleef een pestepidemie in Utrecht, die aan duizenden mensen het leven kostte. In zijn werk is er niets van terug te vinden. De twee mannen die op hun knieën liggend werken aan een grafzerk op zijn paneel van de Catharijnekerk, hebben niets met de Zwarte Dood van doen. Ze zijn er later door een ander ingeschilderd. Op Saenredams tekening van die kerk uit 1636 waarnaar het paneel werd geschilderd, komen ze niet voor.

Al zijn Utrechtse werk - schilderijen, tekeningen, schetsen, opmetingen en constructietekeningen - is weer terug in de stad waar het werd opgezet. Het overzicht in het Centraal Museum richt zich op de methodiek van Saenredam en zijn genialiteit om de ervaring van een overweldigende ruimte als vanzelf op te roepen. Aan het overzicht is een studie voorafgegaan en een symposium van restauratoren en conservatoren die zich met Saenredam bezighouden. In de catalogus en in een aparte symposiumverantwoording wordt daar verslag van gedaan.

Pieter Janszoon Saenredam (1597-1665), schilder en bouwkundige, grootmeester van het perspectief, komt op die tentoonstelling tot leven. Niet zozeer in persoon, het overzicht begint wel met een door zijn vriend Jacob van Campen getekend portret van Saenredam, maar in een zorgvuldige reconstructie van hoe nauwkerig naar het leven hij werkte. Zijn tekeningen en schilderijen worden niet afzonderlijk behandeld, maar als een ondeelbaar werkproces dat stap voor stap wordt ontrafeld.

Op grote tafels liggen zijn tekeningen, schetsen, opmetingen en detailleringen, op de wanden erachter hangen de reconstructietekeningen en schilderijen waarin al zijn ervaringen van ruimte en proportie hun voltooiing vonden. Er is geprobeerd te achterhalen waarom hij dat jaar naar Utrecht kwam en er zo lang bleef. De Mariakerk moet zijn bijzondere aandacht hebben gehad, hij werkte daar vijf weken lang aan een stuk en richtte zich pas daarna op de andere kerken. Maar er viel niet meer te achterhalen of hij in opdracht werkte of uit eigen interesse naar die oude in zijn dagen nog bijna middeleeuwse bisschopsstad toog.

Hij ging, je ziet het zich voor je ogen voltrekken, uiterst zorgvuldig te werk, al in het allereerste stadium doordrongen van het hele universum van het perspectief. Waar het hem om te doen was, was een uitdrukking te vinden voor een ervaring van ruimte, de weerslag van een nietigmakende ontzagwekkendheid. Saenredam deed dat met alle hulpmiddelen die hem ten dienste stonden. Hij maakte schetsen en detailtekeningen, mat de afstanden van schip, koor en transept, van zuilen en pijlers in zijn vaste standaardmaat, de Kennemer voet, verschoof van positie om andere zichtlijnen te volgen, gaf kleur aan voor later en trok met passer en lineaal de plattegronden. Hij begon steevast met een groot opgezette impressie, waarin hij op de horizonlijn allereerst het verdwijnpunt markeerde met een stip of circeltje dat hij het oogh noemde.

Op een tekening van de Pieterskerk is dat oog duidelijk terug te vinden, de afstand tot de vloer is erbij gekrabbeld. Ernaast is de intensiteit waarmee hij werkte af te lezen aan een correctie in een lijn die hij per ongeluk trok. Hij was zo geconcentreerd bezig dat hij zich geen tijd gunde opnieuw te beginnen, maar met twee kleine streepjes, als geheugensteun voor later dwars op de foute lijn geplaatst, de vergissing markeerde en weer verder ging.

Op zijn atelier in Haarlem werkte hij alles uit, eerst in een constructietekening, later in het uiteindelijke schilderij. Ook daarin begon hij weer met zijn oogh. Op vele ervan is het verdwijnpunt in de verflaag als een speldenprik terug te vinden. Hij zette er een pin in, met een draadje eraan om zo zijn perspectieflijnen te controleren. Hij maakte op zijn atelier, ervaren we nu, eerst op exact dezelfde grootte als het latere schilderij een reconstructietekening waarin hij zijn ruimte-ervaring uit al die schetsen, tekeningen en opmetingen samenvatte, en bracht dat dan weer met een radeermesje over op de ondergrond van zijn schilderij. Ook de speldeprikken waarmee hij die tekeningen op het schilderij pinde zijn nog te zien.

Op de tentoonstelling in Utrecht zijn de tekeningen en schilderijen niet van elkaar gescheiden. Ze hangen in onderwerpgroepen bij elkaar. Het is een overzicht als in een werkplaats, zo opgesteld zoals hij ze indertijd op zijn atelier in Haarlem ook om zich heen moet hebben gehad - een man aan het werk, met alles bij de hand wat hij nodig had. In één oogopslag zie je detail en uitwerking, impressie en correctie, aanwijzing en resultaat.

En meer. Wat zijn penseel oproept, is niet alleen een levensechte ervaring van ruimte, maar ook van stemming. In zijn geschilderde kerkinterieurs galmt de stilte, ook al zijn ze gestoffeerd met allerlei figuurtjes - rondlummelende bengels, godsvruchtige vrouwtjes, een bedelman met een houten been en al die ondeugende hondjes. Je hoort er de voetstap van een koster klinken, het schrapen op een stenen vloer van een bank die verzet wordt, het kraken van een deur. En wat op zijn tekeningen in aanzet al te ervaren is, komt in zijn schilderijen in volle glorie tot uitdrukking: dat heel bijzondere klare licht dat in de ruimte hangt, muren in gloed zet, om zuilen speelt, in gewelven doordringt.

Het zit ook in zijn zeldzame exterieurs, het hoogtepunt van dit overzicht. Zijn vervallen Mariakerk, waar pollen gras uit de gevel puilen en een boom groeit in een goot van wat eens een tweede toren was geweest, staat in een ander licht dan wat wij in de lage landen kennen. Het is een zacht, warm en teer licht - alsof niet zijn oog maar zijn ziel er door was aangeraakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden