Oog voor de wereld

Co Rentmeester, de enige Nederlandse nieuwsfotograaf die de World Press Photo won, trok in '61 naar Amerika en bouwde er een imposant oeuvre op; nu in boekvorm te bewonderen. Hoe kijkt hij terug op zijn loopbaan?

Het devies van fotograaf Co Rentmeester (76): nooit opgeven. In 1968 vloog hij twaalf uur in een B-52 boven Vietnam voor een opname met vallende bommen. Bij terugkeer ontdekte hij dat er van de twintig opnamen slechts drie waren gelukt en dat de naar beneden tuimelende projectielen er verdorie niet eens op stonden. Toen bleef er maar één optie over: meteen terug.


'De camera had ik in een lege tank aan de vleugel gemonteerd. Maar de film brak in de vrieskou. Ik was ook te snel, ik bediende de camera gelijk nadat ik de bemanning op de knop had zien drukken.'


De volgende vlucht wachtte hij 5 seconden. De film brak weer, nu waren er slechts twee framepjes bruikbaar. Maar hebbes, de bommen stonden erop. Een opschrift in krijt was goed zichtbaar: To Charlie with love.


Het nooit opgeven komt uit de roeisport, denkt hij, terugkijkend. Aan de riemen draait het ook om volhouden, discipline, een doel hebben, de ander aftroeven, winnen. Rentmeester was in 1959 Nederlands kampioen in de skiff en met Peter Bakker Europees kampioen in de dubbel twee. Als zegevieren voelde het ook telkens als hij met zijn foto's in de jaren zestig en zeventig de cover van Life haalde, het blad met een miljoenenoplage dat beeld een ruim podium bood. Of het omslag het ultieme doel vormde? 'Nee. De cover plús het grootste aantal pagina's binnenin.'


De afspraak met Rentmeester is dan ook in het café aan de Bosbaan in het Amsterdamse Bos. Een dag eerder is hij overgekomen uit Westhampton Beach bij New York, waar hij met zijn boot zo het water op kan.


Op tafel ligt zijn monografie. Rentmeester is de enige Nederlander die de World Press Photo won, in 1967, met de foto van tankschutter Kerry Nelson in Vietnam, die door het vizier van zijn M-48 tuurt.


FootPrints omvat ongeveer 300 foto's, aangevuld met beschouwingen en interviews. Het boek is de weerslag van zijn trektocht langs brandhaarden, rafelranden van de samenleving, sporthelden, celebrity's en wilde dieren. Een fiks aandeel vormde de commerciële fotografie, in opdracht van bedrijven als Exxon en Marlboro. Hij klopt even op de kloeke pil. 'Dit is mijn leven.'


Fotografie was niet meer dan een hobby toen hij na een voor hem teleurstellende prestatie op de Olympische Spelen in Rome - vijfde op de dubbel twee - in 1961 naar Amerika vertrok. Hij ging studeren aan het Art Center College of Design in Los Angeles. Zijn verslag van de zware rassenrellen in de wijk Watts in 1965 leidde tot een vaste aanstelling bij Life.


Hij verbleef drie jaar in Zuidoost-Azië, in Indonesië, maar vooral in Vietnam. In mei 1968, op een Frans kerkhof bij Saigon, waar hij schuilde in een greppel, kreeg hij een waarschuwing in de gedaante van een Noord-Vietnamese kogel. Die sloeg door zijn lens en doorboorde zijn hand en pols. 'Ik wist toen dat mijn geluk zo'n beetje op was.' Op de redactie was er begrip: zijn volgende opdracht waren de orang oetans in Sabah op Borneo.


Hij heeft, zegt hij, met zijn foto's in conflictgebieden nooit partij willen kiezen. Hij was nieuwsfotograaf: laten zien wat er gebeurt. Scherp stellen op lijken van gesneuvelde Amerikanen, maar ook op dode Vietcong. Eén keer slechts, zegt hij, kon hij niet om betrokkenheid heen: de mensonterende opvang van invalide Vietnamveteranen in Kingsbridge, een hospitaal in New York. 'Zo intens verdrietig, zo pijnlijk. Daar kon ik niet omheen. Regeringen kunnen zo ongevoelig zijn.'


Was hij niet liever op de plekken gebleven waar wereldgeschiedenis wordt geschreven? 'Ik heb dat altijd een verkeerde houding gevonden. Je zit niet ergens voor jezelf. Ik vind dat je een reden moet hebben om er te zijn. Bij mij was dat altijd de opdracht. Ik heb ze gezien in Vietnam, hoor, thrillseekers. Verdoofd door de marihuana zochten ze het gevaar op. Zielig vond ik het.'


Soms kruiste de hete actualiteit toch zijn pad. Hij was in 1972 voor de Olympische Spelen in München, toen Palestijnse terroristen Israëlische atleten in gijzeling namen. Vanaf een heuvel had hij vrij zicht op het appartement in het olympisch dorp.


Het was ook in 1972 dat Andrew Heiskell, de baas van Time Inc. 'met een somber gezicht' het einde van Life aankondigde. 'Daar stond ik dan, op straat. Een jong gezin, een meisjestweeling van 2 jaar en een hoge hypotheek.' Doorgaan, natuurlijk. Geen keus.


Hij begon voor zichzelf. Als winnaar van de World Press Photo en een net toegekende titel van Magazine Photographer of the Year liep de portefeuille met opdrachten snel vol. Reportages voor weer Life (nu als maandblad), Sports Illustrated, National Geographic, Stern. Dat allengs het aandeel van reclamefotografie toenam en uiteindelijk het gros van het werk vormde, heeft hij nooit als concessie gezien. 'Je hebt veel meer vrijheid. Hoe je het maakt, waar, wanneer - je hebt alles in eigen hand.' Voor Marlboro verbleef hij soms tien dagen tussen de cowboys, met een team van twintig medewerkers.


In 1996, 60 jaar oud, besloot hij het rustiger aan te gaan doen. De fotografie had zijn tol geëist. Gezondheidsklachten: de voortdurende stress, de naweeën van in Laos opgelopen malaria, slechthorend door de explosies in Vietnam, het roken, het drinken. Een uitweg vond hij in de periode van voor Rolleiflex en Hasselblad: de skiff. Hij neemt zelfs weer deel aan veteranenwedstrijden.


Bekentenis aan de Bosbaan: één keer heeft hij zich neergelegd bij het mislukken van een opdracht. Hij wilde de Sumatraanse tijger in het wild fotograferen. Dagen achtereen zat hij in een boom in de jungle van Atjeh, geplaagd door de klamme hitte, de vliegen, de muskieten en de misselijkmakende geur van het aas beneden, het kadaver van een hert. Hij had een matje begraven dat een toestel bediende zodra de tijger erop stapte. 'Eén keer was het raak. Maar het beest was al op de weg terug, het beeld liet slechts de staart en het rectum zien.'


Hij hoopt dat zijn monografie latere generaties van fotografen zal inspireren, het werk is niet bedoeld als louter 'zelfverering'. Hij is trouwens ook aan het coachen in de Verenigde Staten. Fototalenten? 'Nee, nee. Jonge gasten in de skiff en de dubbel twee.'


FootPrints, Co Rentmeester. Uitgeverij De Kunst. 328 p. 49,95 euro. ISBN 9789491196119.


MICHAEL JORDAN (1984)

Rentmeester: 'Dit is op het terrein van de University of North Carolina, waar Michael Jordan studeerde. Hij had net een miljoenencontract afgesloten met de Chicago Bulls.


Ik wilde geen foto in de arena, met lege tribunes en zo. Buiten trof ik dit heuveltje. Ik wist dat ik hier zijn sprongkracht kon pakken, tegen die prachtige lucht. Ik had twee sterke flitsers op stroomaggregaten nodig om tegen de zon in te kunnen fotograferen.


Samen met mijn assistenten hebben we in een sportwinkel zo'n paal gekocht met een bord en een netje eraan. Die hebben we ingegraven. We hebben zelfs het gras gemaaid.


Michael kwam twee uur later dan afgesproken. Een aardige jongen was het, een beetje nonchalant. Hij heeft twintig keer gesprongen.


Dit is toch ballet? Een grand jeté. Ik kon de opnamen niet meteen terugzien. Onderweg in het vliegtuig heb ik me voortdurend afgevraagd: heb ik 'm nou? Heb ik 'm nou?'


SCHWARZENEGGER (1976)

'Arnold Schwarzenegger is hier in het Whitney Museum in New York bezig met de promotie van zijn film Pumping Iron. Wat je noemt een gladiator. Moet je die gezichten in het publiek zien. Bewondering, verbazing, maar ook verlegenheid over het eigen lichaam. En erotische gevoelens, die waren er natuurlijk ook. Schwarzenegger is wel volledig van zijn voetstuk gevallen, met zijn buitenechtelijke affaires. Onlangs is zijn biografie verschenen. Het is nog veel sleazier dan al bekend was en hij probeert er nog munt uit te slaan ook. Het is een arrogante en egoïstische man.'


Co Rentmeester legt uit hoe de keuze voor de cover van zijn boek FootPrints tot stand is gekomen.


MARLBORO (1979-1999)

'Ik heb twintig jaar voor Marlboro gewerkt. Elk jaar deden we een paar shoots, met echte cowboys en hun helpers, de wranglers. Veel actie: soms wel honderd paarden, rookmachines, een helikopter; we hadden complete scripts. Het was hard werken. We begonnen om vier uur 's morgens en gingen door tot half tien. Daarna is het licht te lelijk. In de namiddag gingen we verder, tot zo'n uur of negen. Ik vind dit misschien wel de mooiste die we in al die jaren hebben gemaakt: een koffiebreak bij een kampvuur in de ochtend.'


VETERAAN (1970)

'Een veteraan was naar Life gegaan om wantoestanden in Kingsbridge in de Bronx aan te kaarten. Daar verbleven invalide Vietnamveteranen onder erbarmelijke omstandigheden, vaak gedrogeerd om ze kalm te houden. Ik ben niet heimelijk naar binnen gegaan, het is een publieke ruimte. Maar ik heb niet gezegd dat ik journalist was. De veteraan die ons benaderd had, had mijn camera in zijn rolstoel verborgen, hij was beide benen kwijt. Op de foto zie je Marke Dumpert. Hij was vanaf zijn nek volledig verlamd. Hij moest maar wachten tot er iemand kwam om hem af te drogen. Ik heb een handhoekje op zijn schoot gelegd om zijn genitaliën te verbergen. Dat is later nog tegen me gebruikt. De verdenking was dat ik foto's van muizen en ratten en urine en ontlasting op de vloer ook had gemanipuleerd. Het was onzin. Dit was de verdrietige werkelijkheid. Dumpert pleegde een half jaar later zelfmoord. Iemand moet hem hebben geholpen de pillen in te nemen.'


TANK (WORLD PRESS PHOTO, 1967)

Rentmeester: 'Ik ging in Vietnam mee met een search and destroy-missie in de IJzeren Driehoek. De Vietcong hield er rijst en wapens verborgen in bunkers. Het gebied bestaat uit moeras en jungle, het is één groene muur. Het was me al opgevallen dat het daglicht door het vizier van de tank precies in het oog van de schutter viel. Licht is belangrijk, het is het bloed van de fotografie. Ik ben voor de foto op de vloer van de tank gaan liggen, tussen zijn benen. Het was er bloedheet, tegen de 50 graden, schat ik. Kerry Nelson is later in Vietnam een oog kwijtgeraakt. Niet dit oog, maar het rechter. Hij heeft de Silver Star gekregen: hij redde een peloton dat in een hinderlaag was gelopen. In andere jaren ging de World Press Photo naar veel hardere foto's uit Vietnam, zoals die van dat meisje Kim Phuc, verbrand door napalm, of de executie van een Vietconggevangene door een politiechef. Ik heb dat soort gruwelen niet met opzet gemeden, ze zijn gewoon niet op mijn pad gekomen.'


MAKAAK(1970, VOORPAGINA)

Rentmeester: 'Dit is een Japanse makaak uit een groep apen die in de bergen ten westen van Tokio verblijft. Het is een van de vrouwtjes van de leider. Zij mochten baden in een van de heetwaterbronnen daar, de rest werd er voortdurend uitgejaagd door het hulpje van de baas. De foto is de cover van mijn boek. Er waren vier opties: de tank, een foto van Bali, zwemmer Mark Spitz en deze. We hebben veertig personen laten kiezen. Een ruime meerderheid gaf de voorkeur aan snow monkey.'


WERK EN PRIJZEN

1968 World Press Photo


1972 Eerste prijs WPP categorie sport, Mark Spitz


1972 Magazine Photographer of the Year, University of Missouri


1972 Tentoonstelling Van Gogh Museum


1972 Boek: Indonesië. Drie gezichten


1976 Medal of Distinction, New York Art Directors Club voor essay over Thomas Jefferson


1979 Tweede prijs WPP categorie verhalen in kleur, surfen in de Sahara


1984 Leico Award voor pre-Olympische reportage in Life


1989 Tentoonstelling Fotofestival Naarden


1998 Boek Holland on Ice


2001 Paul Huf Award


2006 Documentaire over roeisport, De Perfecte Haal


2012 Boek FootPrints


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden