Oog in oog met Jacques Brel

Vroeger werd de stad bevolkt door kooplui uit Venetië en Catalonië. Nu trekken kooplustige Vlamingen elk weekeinde naar het Zeeuws-Vlaamse Sluis....

BELGISCHE burgermannetjes met kreukpakken die genotzuchtig langs met pornoblaadjes en X-rated movies volgestouwde etalages scharrelden; op enige afstand gevolgd door hun echtgenotes die bij elke seksshop beschaamd in hun boodschappentas doken om maar niet te worden geconfronteerd met de onverbloemde erotica die in het thuisland alleen onder de toonbank te koop was.

Lang ontleende het Zeeuws-Vlaamse vestingstadje Sluis zijn bestaansrecht aan de op seks beluste toerist van over de grens. Het was in dezelfde tijd dat in de streekbioscoop van Breskens Blue Movie, een inmiddels in vergetelheid geraakt softporno-product van eigen bodem, Dr Zhivago na 72 weken verdrong als langst draaiende film. De preutse wetten ontvluchtend togen de Vlamingen massaal naar deze zijde van het Zwin, waar de tongval gelijk was, maar de zeden losser.

Kunstpenissen en ander seksueel gereedschap zijn nog steeds ruimschoots voorhanden in het 2500 inwoners tellende Sluis, maar de plaats is de ranzigheid van vroeger voorbij. Het imago wordt nu bepaald door de cultuurhistorische waarde van Sluis en omliggende gehuchten als Retranchement en Sint Anna ter Muiden. Ze vormen in miniatuur het Nederlandse spiegelbeeld van de ontwikkeling die het dertig kilometer verderop gelegen Brugge in de Middeleeuwen doormaakte van bloeiende internationale handelshaven tot apathische stad in verval.

Een gelukkig omstandigheid voor Sluis is dat de Belg toch wel blijft komen. Elk jaar maken vier miljoen Vlamingen een dagtocht naar Sluis om in de straten rond de markt en het fraaie Belfort vast te lopen in onafzienbare rijen traag voortschuifelende funshoppers. Deze invasie van koopkracht heeft een topzware middenstand gebaard: honderden winkels, waaronder ruim zestig restaurants.

Tijdens de weekeinden en in de zomermaanden begraaft Sluis zich onder het eigen succes. Een luidruchtige parade van pruttelend blik verstopt tot ver in de omgeving het wegennet. Er zijn natuurlijk wel mogelijkheden deze massieve verkeersstroom op ruime afstand van de bebouwde kom op te vangen, maar daarmee zou Sluis de kip met de gouden eieren slachten. Van de doorsnee-Belg is namelijk bekend dat hij pas in de winkel afstand van zijn automobiel wil doen.

Maar op een winterdag loop je moeiteloos naar de Brugse Poort, waar je op de kloeke stadsmuur oog in oog komt te staan met de beelden die Jacques Brel in zijn chansons over zijn Vlaamse landschap pleegde op te roepen: een pays plat waarin de bomen scheefhangen onder de dominante zuidwesten-wind, afgewisseld door een grillig web van kreken, kanalen en dijken.

Er is op dit kruispunt van Zeeland en Vlaanderen heel wat afgevochten in de loop der eeuwen. Brugge trachtte in de veertiende en vijftiende eeuw de handelsconcurrent hardhandig in het gareel te dwingen. In 1587 veroverde de Spaanse hertog van Parma de militaire voorpost en liet hij zijn leger Sluis en omgeving plunderen en brandschatten.

Het kon nog erger: op 11 oktober 1944 bleef Sluis na zware bombardementen totaal verwoest achter. In de nasleep van deze apocalyps verloor de Zeeuws-Vlaamse uithoek veel van zijn authentieke karakter. De herbouw volgde nauwkeurig het stratenpatroon uit de Middeleeuwen, maar de uitvoering droeg duidelijke accenten van de typerende architectuur van de wederopbouw.

Sluis kent daarom sinds 1960 een wat hybride uiterlijk. De aanwezigheid van de vestingwallen en het uit 1375 stammende Belfort (de enige gefortificeerde klokkentoren in het land die wél steen voor steen in oorspronkelijke staat hersteld werd) staan garant voor het historisch omhulsel waarbinnen de nog jonge bebouwing een irritant eigentijds tegenwicht vormt.

gfsfc,60,0,0,0H IERDOOR blijft helaas verborgen dat Sluis van oudsher een warme en zuidelijke, haast mediterrane sfeer ademde. Het Zwin, de zeearm die het gebied een verbinding met open water bood, was een brug waarover nogal wat kooplui uit Venetië, Catalonië, Portugal en Spanje naar noordwest-Europa trokken.

Hoe groot hun invloed op Sluis moet zijn geweest werd deze zomer weer eens duidelijk. Bij graafwerkzaamheden stuitten aannemers op een oudheidkundige schat: vijftien gemetselde beerputten, mestkuilen en stookplaatsen, daterend van rond 1450, met daarin enorme hoeveelheden Spaans en Italiaans majolica-aardewerk en Venetiaans glas. Een archeologische vondst die eens temeer de zuidelijke oriëntatie van Sluis aantoonde.

Bij het in kaart brengen van deze ontdekking richtten de archeologen zich sterk naar de plattegrond die de lokale archivaris en hoofdonderwijzer Johan van Dale ontwierp. Van Dale (in 1872 op 48-jarige leeftijd aan de waterpokken overleden) dankt zijn bekendheid aan het door hem samengestelde lijvige woordenboek van de Nederlandse taal, waarvoor Sluis hem met een borstbeeld op het Walplein eert. Nog altijd ondermijnen kleinsteedse roddels zijn heldendom. Van Dale zou zo door zijn linguïstische ontginningen in beslag zijn genomen dat hij van lesgeven aan de plaatselijke jeugd niet veel bakte.

Toen Hollandse steden als Dordrecht, Leiden, Amsterdam en Delft aan hun Gouden Eeuw begonnen, was in Sluis de koek al ruimschoots op. De kruimels die Brugge, de machtigste stad langs het Zwin, overliet waren in de 13de en 14de eeuw voldoende basis voor een economische bloei. Tegen de competitie met andere steden was Sluis lange tijd bestand; tegen de kracht van de natuur echter niet. De levensader verzandde en de handel trok verder om de weg van het geld te volgen.

De vervlaamsing van Sluis is compleet. Winkeliers hebben hun producten in Belgisch geld geprijst. 'We hebben geen euro nodig; we hebben hier de franc als betaalmiddel', klinkt het overal. Die Belgische invloed heeft zo ook zijn schaduwkanten. Het prachtige buurtschap Sint Anna ter Muiden is verworden tot een spookdorp, omdat bijna alle woningen in handen zijn van gefortuneerde Vlamingen die alleen maar op zaterdag en zondag voor een bliksembezoek aanwippen.

De stompe kerktoren achter het dorpsplein vertegenwoordigt een typerend stijlelement; overal waar vroeger het Zwin stroomde, stonden dergelijke afgeplatte torens waarop grote vuren werden aangestoken om de schepen over het water te gidsen.

Tussen al dit laat-middeleeuws erfgoed líjkt Eede een dissonant. Een negorij waar je met een dot gas doorheen bent. Maar ook in deze veredelde doorgangsweg naar de grens heeft het verleden een stempel gezet. Een monument van zandsteen, een Bren Carrier waar de roest door het legergroen schemert, en een gedenkplaat herinneren aan 13 maart 1945, de dag dat koningin Wilhelmina na vijf jaar ballingschap voor het eerst voet op bevrijde bodem zette.

De oorlogsslachtoffers op de plaquette hebben namen als De Bruykere, Cuelenaere, De Taeye, en De Zutter. Ze dragen onmiskenbaar de boodschap uit dat we ook aan deze zijde van de grens in Vlaanderen en niet in Zeeland zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden