Oog in oog met haar redder was 'flinke Hannie' niet zo flink meer

Drijvend in zee, tussen de lijken, vroeg Hannie de Rijke waar haar pop was. Met haar ouders, broer en zus zat ze in het KLM-toestel dat in 1957 crashte. Nu staat haar verhaal in een boek. Door

Haar moeder drijft in zee, hangend in een stoel met gesloten ogen en verbrand gelaat. Haar vader houdt de stoel omhoog in de maalstroom van golven en kerosine. 'Daar is Hannie', roept haar zusje. Waarom zou ik er niet zijn, denkt Hannie kribbig. Ze was eerst naar het licht gezwommen en toen ze in een baaierd van vlammen was opgedoken, had ze zich laten zakken en was ze onder water naar een donkere plek gegaan. Instinctief.


Ze is bijna negen jaar. 'Waar is mijn pop?', vraagt ze haar vader. Ze heeft geen idee dat zij, haar ouders, broer en zus tot de tien overlevenden horen van de vliegramp in de Soanggaraibaai bij Biak, een eiland voor de kust van toen nog Nederlands-Nieuw-Guinea. Het is 1957 en ze beleeft de tot dan grootste ramp met een KLM-toestel. De viermotorige Super Constellation crashte nadat de piloot het onverwoestbaar geachte Lockheed-toestel in een duikvlucht over zee had gemanoeuvreerd. Er zijn 58 doden.


Ze zijn op weg met verlof naar Nederland. Hannie de Rijke heeft derdegraads brandwonden in gezicht en hals, een oor is gehalveerd. Van de gezinsleden is zij er het ergst aan toe. Thuis praten ze veel over de ramp, ook als het verlof voorbij is en ze weer naar Nieuw-Guinea en hun woonplaats Hollandia terugkeren. Althans, zolang het over de feiten gaat, over wat ze hebben gezien, ook over de lijken die ze voorbij zagen drijven. Gevoelens komen er nooit aan te pas. 'Hannie is een flinke', zeggen haar ouders en zij gedraagt zich als een flinke. Ze krijgt cadeaus van kerken, familie, vrienden, buren. Traumazorg bestaat nog niet.


Felrode verminkingen

In haar puberteit verhult ze haar dan nog felrode verminkingen onder sjaaltjes. Ze loopt licht gebogen, haar haar diep over oren en gezicht. Als al te vaak en te rechtstreeks naar haar littekens wordt gevraagd en alleen al het woord ramp een spervuur aan vragen uitlokt, verzint ze dat ze als baby in de keuken kokend water over zich heen heeft gekregen. Ze draagt er geen enkele herinnering meer aan, zegt ze dan opgewekt. Zo, klaar, denkt ze. Ze is verpleegkundige, werkt voor het Internationale Rode Kruis in ontwikkelingslanden, vliegt van hot naar her. Maar dan begint haar verleden op te spelen.


Aanleiding zijn nieuwe vliegrampen, waar ook ter wereld. De herinneringen aan haar eigen ramp keren terug. Ze vraagt zich af wie haar uit het kolkende water heeft gered, wat er precies is gebeurd. Ze is 38 jaar, ze neemt onbetaald verlof en keert terug naar de plaats des onheils in Nieuw-Guinea, naar het eiland Biak en het dorpje Mokmer. Daar ontmoet ze haar redder, een Papoea van inmiddels 85 jaar. 'Ik wilde me laten zien', zegt ze.


Hij vertelt haar aan haar nek uit het water te hebben getrokken, zijn prauw in, nadat ze drie kwartier in het water had gelegen. Het was nacht, donker. Ze herinnert zich de pijn van dat moment en huilt voor het eerst. De bliksem slaat in, de flinke Hannie bestaat niet meer. Ze moet in therapie en voor het eerst voelt ze ook de angst van toen. 'Pure roulette, zo'n ongeluk. De staart brak van het vliegtuig, vlak voor onze voeten. Maar achter ons zaten ook mensen en die zijn wel overleden. Ik zat op een stoel met de pop op schoot toen het toestel neerstortte, drieënhalve minuut na de start.'


De jaren erna ijvert ze voor een herinneringsmonument op Biak en via de media gaat ze op zoek naar nabestaanden. Reünies volgen elkaar op en 55 jaar na dato kan er een plaquette met de namen van de overledenen worden onthuld bij het minimuseum dat de Papoea's zelf hebben ingericht. Ze varen in prauwen naar de plek van het ongeluk. 'Het rouwen begon hier', zegt ze.


Haar verhaal trekt de belangstelling van de journalisten Marlies Dinjens en Stan de Jong. Zij tekenen haar familiegeschiedenis op in het boek De vlucht van een paradijsvogel , dat vrijdag is verschenen. In haar huis in Amsterdam staat een opgezette paradijsvogel, de vogel die alleen op Nieuw-Guinea vliegt. Ze legde hem plat in haar koffer toen ze Nieuw-Guinea voorgoed verliet, 12 jaar en met spijt in het hart, zegt ze. 'Maar of ik een paradijsvogel ben, dat weet ik niet.'


De kinderen vertrekken met hun moeder eerder dan hun vader. Hij is een telg uit een vooraanstaand Nederlands-Indisch geslacht, avontuurlijk, charismatisch en geliefd bij de vrouwen. Ze toont een foto. Hij had zijn overheidsbaan ingeruild voor een goed lopende advocatenpraktijk en bleef in Hollandia tot de dag dat Nederland onder internationale druk Nieuw-Guinea moest overdragen aan Indonesië. Vorige maand vijftig jaar geleden. Haar moeder kwam van de Veluwe, was degelijk en niet goed bestand tegen de tropen. Ze nam haar man het overspelige leven kwalijk en was blij terug te kunnen naar Nederland. Het huwelijk hield geen stand.


Altijd dat schuldgevoel

Ze kwamen op een gemeubileerde bovenwoning in Den Haag. Hannie en haar broer - haar zus was elders in de kost gedaan - maakten het zo bont, dat ze door de hospita op straat werden gezet. Ze verhuisden naar een kelderwoning in Scheveningen. 'We waren toen niemand meer tot last', zegt ze nu met een glimlach. Pas veel later ontdekte ze dat zij niet de enige was die de ramp al die tijd op haar schouders had voelen drukken. Haar vader stierf al op 53-jarige leeftijd, haar moeder werd 83 jaar. Zij voelde zich schuldig aan de brandwonden van de dochter, vertelde ze niet lang voor haar dood. Toen ze zwanger was van haar vierde, was ze naar Japan gegaan voor een abortus. De vrucht bleek aanzienlijk ouder dan gedacht en de afdrijving werd een marteling. Ze was niet op tijd terug, de reis naar Nederland werd uitgesteld. 'Mijn moeder heeft dat schuldgevoel altijd met zich meegedragen.'


Zelf is De Rijke klaar met de ramp. Op de plaats van het ongeluk hoeft ze niet meer te komen, haar tranen zijn opgedroogd. Pas hield ze een toespraak op de begrafenis van een andere overlevende, met wie ze elk jaar op de dag van de ramp uit eten ging, 25 jaar lang. Hij was getraumatiseerd, zegt ze. Onhandelbaar voor vrienden en familie. Ze heeft hem op die begrafenis een beetje in ere kunnen herstellen met haar verhaal. 'Hij zat in zijn eigen trauma gevangen. Je kunt daar iemand niet op aankijken.'


Marlies Dinjens en Stan de Jong: De vlucht van een paradijsvogel. Meulenhoff; € 18,95.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.