Onzichtbare uniformen

Kleding met een militair tintje is erg populair. In het straatbeeld is de ‘legerlook’ heel gewoon. Camouflage in het Imperial War Museum in Londen toont de invloed van kaki outfit op populaire cultuur en mode....

Legerspul uit dumpstores en comfortabele kleding met een militair tintje zijn erg populair – niet alleen bij armlastige punkers en krakers of antiglobalisten, maar ook bij het trendgevoelige en modebewuste publiek. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoeveel modetrends geënt zijn op de krijgsmacht. Het militaire uniform, in kaki of in andere, grilliger camouflageprints, heeft zonder enige twijfel zijn stempel gedrukt op het modebeeld, ook bij de trendsettende modehuizen.

De expositie Camouflage, in het Imperial War Museum in Londen, toont die invloed van militaire outfit op de populaire cultuur en de mode. De legerlook is in het straatbeeld allang heel gewoon geworden – vaak ook om de draak te steken met het militarisme. Het komt allemaal uit de legerkazernes: de alomtegenwoordige T-shirts, kakikleurige combatbroeken en trenchcoats, vliegerjacks en parka’s, mosgroen sexy ondergoed, cargo pants, zandgele kruippakken, flosjes aan de broeken, hoge officierskragen en imposante kolonelspetten.

De militaire outfit inspireert modeontwerpers. Uniformen fascineren, omdat ze blijkbaar van soldaten helden of ‘supermannen’ maken, zowel in hun pronkerige paradepakken als in hun modderige soldatenplunje. Ontwerpers spelen, samen met wetenschappers, ook een belangrijke rol in de zoektocht naar het ultieme camouflagetenue, naar het onzichtbare uniform – een dracht zonder eigenschappen – dat letterlijk de manschappen voor het spiedend vijandelijk oog verbergt.

Tussen het oude wapentuig hangen in Londen oorlogsfoto’s, vergeelde historische documenten en beduimelde soldatenhandboeken, door oorlogskunstenaars gemaakte schetsen en schilderijtjes van gecamoufleerde bunkers en loopgraven op het slagveld, of van in het grauw en kakigroen weggemoffelde kanonnen en artillerieputten. Er zijn tientallen schaalmodellen te zien van in gestreepte en andere grillige patronen en motieven beschilderde tanks, vliegtuigen en boten, maar ook bizarre camouflagepakken. Vroeger hulden jagers en krijgers zich in dierenhuiden of droegen takkenbossen voor zich uit. Om aan het meedogenloze trommelvuur te ontsnappen moesten soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog zich meer en meer in hun met aarde, slijk, zand of jute gecamoufleerde loopgraven verschansen. Op de tentoonstelling zie je hoe kunstenaars, geïnspireerd door boeken van natuurvorsers die de mimicry van dieren hadden bestudeerd, patronen ontwierpen voor die verschansingen of voor het beschilderen van vaartuigen en verkenningsvliegtuigen.

De loopgravenoorlog was niet langer een spektakel, maar een gruwelijke slijtageslag. De Napoleontische oorlogen daarentegen waren nog een soort immense riddertoernooien met veel krijgshaftig vlagvertoon, wapperende wimpels en vaandels. Om indruk te maken op de vijand, trokken de legers vroeger met veel toeters en bellen ten strijde in kleurrijke uniformen met epauletten, tressen en galons. Ze waren goed zichtbaar, ze imponeerden elkaar, ze wilden met hun heraldieke ‘kleuren van de macht’ en hun praalzieke wapenschilden angst inboezemen. Ook al sneuvelden vele manschappen, rij na rij, uiteindelijk won het leger dat het langst stand hield en niet op de vlucht sloeg. Battledress was nog geen kwestie van misleiding of camouflage, maar integendeel opzichtig machtsvertoon.

Iets van die vroegere opsmuk herken je nog in de door dat militaire machtsvertoon beïnvloede ontwerpen van beroemde couturiers: de brede musketiermouwen en de sierlijke epauletten van strakke militaire uniformen of juist loszittende potsierlijke balkostuums, de met linten behangen mutsen, de glimmende laarzen of ander militair schoeisel. Ontwerpers als Jean Paul Gaultier, Yohji Yamamoto of Valentino Garavani verwerken ook camouflagepatronen in hun weelderige baljurken; designers kleuren draagtassen en jackets in de meest frivole kakikleuren. In het Imperial War Museum wordt het allemaal als in een warenhuis bij elkaar uitgestald.

Je zou er haast door vergeten dat een camouflagepak wordt gedragen om je te verbergen en de vijand te misleiden. Maar soms is zo’n uniform ook opzichtig en heeft het zelfs een politieke betekenis. Osama bin Laden laat zich meestal portretteren in een sobere witte galabia met daarover een Amerikaans gevechtsjack. Yasser Arafat zag je zelden of nooit in een spijkerbroek of stijlvol kostuum. Zijn outfit was een code. Het ‘uniform’ is een statement. Hun kledij verhult of camoufleert niets, maar weerspiegelt juist het beeld van de Palestijnse strijd, of de islamitische jihad.

Oorlogstegenstanders en vooral ook oorlogsdemonstranten hebben een uitgesproken voorkeur voor kaki, de kleur van de uitgespuwde ‘Vietnam Veterans Against The War’ die het allemaal hebben meegemaakt. Hiphopbands en popgroepen kleden zich in zulke militaire patronen, in het chocolate chip cookie pattern of in de urban guerilla look. In de clip die Madonna maakte bij een single die kort voor de oorlog in Irak verscheen, droeg ze camouflagepakken en een Che Guevara-baret. Ze wierp tijdens een modeshow een granaat naar het publiek. Op zulke modeshows zie je steeds meer van die ‘gecamoufleerde en tot de tanden bewapende modellen die lenig over de catwalk tijgeren’, schreef textielrestaurator Mariska Pool in Dressed to Kill, naar aanleiding van een tentoonstelling in het Delfts Legermuseum. Ook politiek beïnvloedt de mode. Madonna trok al snel de clip terug, omdat ze het niet tactvol vond tegenover alle soldaten die sindsdien in die oorlog in Irak hun leven gingen wagen.

De tentoonstelling laat niet alleen die grillen van de tijdsgeest en de mode zien, maar is ook een geschiedenis van de militaire camouflage. Al sinds de Eerste Wereldoorlog worden vijandelijke troepen misleid met veel vindingrijkheid. Zonder listen of nepwapentuig zou de landing in Normandië wellicht een grote mislukking zijn geworden. Daar zijn vele militaire strategen het over eens. In Engelse havens lagen honderden landingsschepen van hout en rubber; er werden valse gevechtsopstellingen met houten tanks en vliegtuigen geënsceneerd, compleet met nagebouwde oliepijpleidingen, opslagtanks, luchtafweerbatterijen en steigers. Ze brachten de Duitsers in verwarring, waardoor Hitler de fatale beslissing nam zijn troepen over Europa te versnipperen.

Ook nu nog worden militaire bevelhebbers door vindingrijke decorbouwers op het verkeerde been gezet. Tijdens de operatie Desert Storm, de eerste Golfoorlog, gaven de bevelhebbers van de geallieerde strijdkrachten toe dat ze een aanzienlijk deel van hun lasergeleide wapentuig hadden afgevuurd op bordkartonnen tanks en houten lanceerinrichtingen en bunkers. De Irakezen stelden overal namaakwapens op, rubberen tanks en scuds of ander opblaasbaar wapentuig dat ze van Europese fabrikanten hadden gekocht.

Intussen werken wetenschappers aan de meest geavanceerde uniformen: textiel dat is uitgerust met sensoren die het materiaal vertellen dat het zijn omgeving moet imiteren. Door nano-technologie moet het mogelijk zijn, zoals sommige dieren, zich in een oogwenk aan te passen aan élke achtergrond, met toestelletjes die niet groter zijn dan een enkele nanometer, een miljoenste millimeter.

Het nieuwe gevechtspak maakt ook ‘stralingsdetectie’ onmogelijk. De soldaat van de toekomst wordt voor de vijandelijke troepen onzichtbaar. Het befaamde Massachusetts Institute of Technology (MIT), dat met geld van het Pentagon werkt aan nieuwe camouflagemethoden, gelooft dat het zelfs mogelijk moet zijn technologische, onzichtbare kleren te ontwikkelen die een soldaat helpen bijvoorbeeld over enkele meters hoge hindernissen te springen, met een energievoorraad die in zijn schoenen wordt opgestapeld.

Oorlog lijkt meer en meer sciencefiction, met een uiterst ver doorgedreven camouflage die niet alleen de vijand, maar ook cameraploegen en journalisten moet misleiden. Op het slagveld zie je geen soldaten meer; alleen bomaanslagen herinneren ons nog aan de verdoezelde oorlog in Irak.

Eigenlijk is de meest geslaagde militaire camouflage waarschijnlijk de totale vereenzelviging met de vijand, het zich onzichtbaar maken in het andere kamp. Dan kun je de tegenstrever nog gemakkelijker uitschakelen. In de briljante film en hilarische nepdocumentaire Zelig, die speelt in de jaren twintig, brengt Woody Allen de menselijke kameleon Leonard Zelig (‘Leonard the Lizard’) voor het voetlicht, die zichzelf kan veranderen in alle personen uit zijn omgeving. Hij wordt een beroemdheid en een veelbesproken fenomeen.

Maar je kunt natuurlijk ook verstrikt raken in je eigen camouflage, meegezogen worden in de moedwillige leugens waarin je op den duur zelf gaat geloven, in de ‘militaire desinformatie’ die je zelf hebt verspreid. Het zou, zeker in tijden van zeer misleidende oorlogen, een mooi psychologisch vervolgthema kunnen zijn op de Londense expositie Camouflage.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden