Onzekere crimineel

In de 'Nouvelle Violence' film Black Out speelt Raymond Thiry een hoofdrol als herintredend crimineel met geheugenverlies. Hij is een van de beste karakteracteurs (Langer Licht, Oorlogswinter, Penoza) van Nederland. Toch ziet hij zichzelf niet zo.

'Misschien konden een heleboel collega's niet en bleef ik over' - Raymond Thiry (52) over zijn hoofdrol als onvrijwillig herintredend crimineel in de Nederlandse misdaadfarce Black Out. De acteur is serieus, niet vals bescheiden. 'Je weet toch nooit hoe dat achter de schermen gaat bij een casting?'


Als ze hem bellen voor een rol is zijn eerste gedachte vaak: is die en die niet veel geschikter? 'Jeroen Willems bijvoorbeeld, daar heb ik een hoge pet van op. Het is een soort ingebakken onzekerheid.'


Op basis van zijn zachte stem en tenger postuur zou je Thiry niet snel casten als crimineel. Maar dan die blik. 'Dat is het goeie aan mijn hoofd: je weet nooit of ik nou goed ben of kwaad. Dat merk ik ook in winkels. In de HEMA heb ik altijd bewaking achter me aan. Op weg naar huis met mijn vriendin - een keurige dame - (jonkvrouw Raymonde Kuyper, tevens actrice) en hond ben ik eens gearresteerd: scheen ik een parkeerautomaat te hebben gesloopt. Tot vier uur 's nachts in de cel gezeten. Ook toen ik een keer voor het Centraal Station (Amsterdam, red.) een sigaretje stond te roken kwamen er twee agenten aanscheuren: u bent aangehouden. Bleek dat ze een ander zochten.'


Vol begrip: 'Dan kom ik ze vaag bekend voor, maar weten ze niet waarvan.'


Loft, Sonny Boy, Nova Zembla - allemaal recente films waarin Thiry is te zien, zij het soms slechts in een enkele scène. Bekender is zijn verfijnde rol als burgemeester in Oorlogswinter, waarmee hij een Gouden Kalf won. Lastig te lezen mannen speelt hij vaak, die hun gevoelens onderdrukken. Zo ook in het door de kritiek gekoesterde, maar slecht bezochte arthousedrama Langer Licht (2006), als Amsterdamse boksschoolhouder Lucien. Daarnaast is Thiry veelgevraagd televisieacteur, momenteel druk met de tweede reeks van de kwaliteitsmisdaadserie Penoza, waarin hij te zien is als hitman Luther.


Vroegtijdig schoolverlater Thiry werkte in een garage toen een vriendin hem vroeg eens te acteren, en maakte lange tijd deel uit van het theatergezelschap Alex d'Electrique, dat bekendstond om rauw anarchistisch spel. Voor zijn overstap naar het filmacteren noemt hij de gemaakte 'meters' voor het VPRO-jeugdprogramma Villa Achterwerk van invloed. 'Daar leerde ik bijgedachtes ontwikkelen, de techniek die heel belangrijk is bij film. Dat je, terwijl je iemand uitmaakt voor rotte vis of een romantische scène speelt, ook moet opletten dat het licht net goed over je gezicht valt en de afstand tot de camera juist is.'


Black Out omschrijft hij zelf als 'good clean fun' - geen film of rol om lang over na te denken. 'Ik zit zelf niet in de cokehandel, rij niet onbesuisd met auto's, maar zoveel inlevingsvermogen vraagt het ook weer niet. Zo'n script laat zich ook invullen door alle films die je in dat genre hebt gezien. Het is een 'filmfilm', niet uit leven gegrepen.'


Arne Toonen (36), de regisseur, werkte met een zeer beperkt budget van 800 duizend euro. 'Voor goeie autoraces moet je eigenlijk wegen afzetten. Hier was het gewoon: camera voor op de auto en zo snel mogelijk tussen allemaal andere auto's door. Arne zat zich elke draaidag te pletter te genieten achter zijn monitor, dat is leuk om te zien. Hij is altijd opgewekt.'


Zoals dat gaat in de film- en televisiewereld, leveren rollen soortgelijke rollen op. Nadat hij met succes een burgemeester speelde in Oorlogswinter, zag Thiry een kentering in het voor hem bedachte aanbod. 'Vanwege Langer Licht zat ik een beetje in marge, werd ik gevraagd als bijgoochem, of als vechtersbaasje. Nu mag ik ineens ook bestuurlijke functies vervullen: Thorbecke in De Troon (tv-serie), een wethoudertje in Adam en Eva (tv-serie). Dat is leuk.'


En zo kwam Reinout Oerlemans bij hem voor het 3D-spektakel Nova Zembla. 'Ze belden terwijl ik onder mijn auto lag te sleutelen. Kun je morgen de burgemeester van Amsterdam spelen? Iemand was uitgevallen, het ging om één scene. Ik dacht meteen: daar moet je eigenlijk Jules Croiset voor vragen, zo'n volumineuze bühneacteur.'


Op de set deed Oerlemans voor hoe hij de burgemeester voor zich zag: iemand met grandeur. 'Dat is mijn kracht niet, maar ik ben iemand die dat dan wel probeert en vervolgens enorm staat te zwemmen. Het was ook zo kort, moest allemaal snel. Ik ging naar huis met het idee dat ik de film had verknald. Ik durfde ook niet naar de première.'


Vrienden die Nova Zembla wel zagen hebben hem ingeprent dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Toch heeft hij de film nog steeds niet gekeken. 'Onzekerheid kan soms iets moois opleveren in je spel, maar dat is dan toch slechts in de ogen van de buitenstaander, die denkt dat het allemaal verrot goed is gespeeld. Zelf zie ik enkel mijn eigen paniek.'


Black Out daarentegen durft Thiry zonder meer terug te kijken. 'Dat is een film als een achtbaan. Psychologiseren heeft geen enkele zin.'


Nouvelle Violence-films

Nouvelle Violence werd het medio jaren negentig genoemd: films waarbij hard en willekeurig geweld (bij voorkeur laconiek opgediend) hand in hand gingen met non-chronologisch vertelde verhalen en grenzeloos coole dialogen over niets. Quentin Tarantino, aan wie het kortstondig florerende genreverzinsel werd opgedragen, leerde het onder meer van Jean-Luc Godard en Takeshi Kitano. Guy Ritchie was een goede tweede, maar er waren uiteraard ook films in de derde, vierde en vijfde categorie. Veelal vergeten, maar soms nog goed ook, al is het maar omdat ze zo leuk slecht zijn.


EXTRA

Goed gejat

Een goede Tarantinokloon bevat scènes die blijven hangen en neemt zichzelf vooral niet serieus. Op de valreep van de jaren negentig kwam ene Troy Duffy met een uitzinnig, actierijk wraakverhaal, over twee Ierse broers die in opdracht van God alle criminelen van de stad Boston om zeep helpen. De Amerikaan Duffy, 21 jaar oud toen Quentin Tarantino zichzelf lanceerde met Reservoir Dogs, gaf met The Boondock Saints niet alleen blijk van een vooruitziende blik op de politiek in zijn land ('Vernietig al het kwade', oreert een van de broers, 'zodat al het goede kan zegevieren'), maar filmde ook een van de beste Tarantinoësque scènes met volstrekt willekeurig geweld. Wanneer tijdens een akkefietje aan de keukentafel een pistool afgaat en de huiskat in rode klodders van de muur druipt, schreeuwt de ene broer: 'I can't believe that just fucking happened!' Waarop de ander vraagt: 'Is it dead?' Het vervolg, het tweede en voorlopig laatste wapenfeit van Duffy, liep tien jaar later volledig achter alle trends en feiten aan.


De vederlichte mozaïekfilm Go, in hetzelfde jaar verschenen als The Boondock Saints, vatte de tijdsgeest wel goed op celluloid. Eigenlijk is het een film over een groepje jongeren, waaronder een piepjonge Katie Holmes, die botweg een Tarantinofilm nadoen. Er is een zak geld, er zijn drugs, vrouwen, feesten en wapens, maar geen enkele Travolta-wannabee in het verhaal lijkt te weten wat hij er mee aan moet, laat staan in welke film hij is beland. Juist daarom erg geslaagd. Hetzelfde geldt voor de heerlijk dwaze Deense actiekomedie Gamle mænd i nye biler (beter bekend als Old Men in New Cars, het origineel van de Nederlandse remake Vet Hard). De meer ingetogen, serieuze varianten, misdaadfilms als 2 Days in the Valley en Things to do in Denver When You're Dead, zijn niet minder goed, maar wel veel minder uitgesproken.


Leuk omdat het slecht is

Door alles en iedereen vergeten, maar rond 1996 wel een opvallende videohoes op de planken van iedere videotheek: Killers, over twee moordzuchtige broers die een gezinnetje gijzelen dat niet zo weerloos is als het lijkt. Net als The Boondock Saints onbeschaamd meeliftend op het succes van Natural Born Killers (seriemoordenaars worden mediasterren), maar zó over de top (zombies!), zó gemaakt cool (de in slowmotion opgestoken sigaretten zijn niet te tellen) en vooral zó tenenkrommend gespeeld, dat het tijd wordt voor herwaardering tijdens een Nacht van de Wansmaak-filmavond. Hetzelfde geldt voor Thursday (1998), waarin een voormalige drugsdealer in Los Angeles plotseling allerlei obscure figuren uit zijn verleden over de vloer krijgt. Regisseur Skip Woods, een authentieke eendagsvlieg, wil zo graag hip zijn dat zijn aaneenschakeling van sketchachtige momenten alle rek uit de film haalt, zelfs als die momenten onvergetelijk zijn: in het hoogte- cq dieptepunt van Thursday wordt de voormalige dealer, vastgebonden op een stoel, verkracht door zijn ex-geliefde. Zij vermoordt hem pas wanneer hij zijn hoogtepunt bereikt, maar uiteraard houdt hij zich in (in tegenstelling tot haar).


Inspiratieloos

Niet iedere overtreffende trap levert iets goeds op. Zoveel leerde de Franse, tja, wraakfilm Baise-Moi, dat zoveel betekent als 'neuk mij', ons in ieder geval. Van alles bracht de film meer - gemener geweld, echte seks, nihilisme - maar een totaal gebrek aan ironie degradeerde alle ambities tot een vormeloze pudding van seks en geweld.


Eerdere Rollen

Raymond Thiry als de Amsterdamse boksschoolhouder Lucien (foto links) in Langer Licht, als burgemeester (foto midden) in Oorlogswinter en als bijrol van burgemeester (foto rechts, op de achtergrond) in Nova Zembla.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden