Reportage

'Onze winkel is pas echt een succes wanneer die kan worden opgeheven'

Bij de Community Shop in Londen snijdt het mes aan twee kanten: supermarktketens raken op acceptabele manier van hun overschotten af, en de minima hebben iets te kiezen.

De Community Shop in de Londense wijk West-Norwood. Beeld Patrick IJzendoorn

Zobaida staat in een supermarkt, maar waant zich in een snoepjeswinkel. Een flink stuk gorgonzola voor een pond (1,30 euro), een zak appels voor 70 pence en, in de aanbieding, een liter melk voor 20 pence. De tomaten van 5 pence elk zien er ook verleidelijk uit. Het mandje van de Brits-Marokkaanse moeder van drie vult zich rap terwijl ze haar dagelijkse rondje maakt door de gloednieuwe Community Shop in Zuid-Londen. 'Het is fijn vers eten te kunnen kopen zonder voortdurend te bedenken of je het kunt betalen. En hier maak je een praatje. Dat is ook nieuw.'

Big Society

De gemeenschapssupermarkt is aan een opmars bezig in het Verenigd Koninkrijk. Het is een eigentijds antwoord op de onpersoonlijke supermarktketens. In hartje Londen bestaat al enkele jaren The People's Supermarket, met duizend leden. Zij werken er enkele uren per week als vrijwilliger en krijgen 20 procent korting op hun boodschappen.

In dorpjes als Humshaugh en Grindleford bevinden zich gemeenschapswinkels die tevens dienst doen als buurtcentrum. Het zijn voorbeelden van de Big Society, de participatiesamenleving waar premier David Cameron jaren geleden over droomde.

Maar de Community Shop in West-Norwood is een bijzondere variant. Hij is exclusief gericht op de minder bedeelden. Alleen bijstandsgerechtigden uit deze relatief arme wijk kunnen zich aanmelden voor een pasje dat toegang geeft tot de winkel, die verborgen ligt op een terrein waar je je huishoudelijke apparaten kunt achterlaten.

Om de boel een beetje op te vrolijken staan er tekeningen op de oranje gevel van de Community Shop. Een hart, een zonnetje en boterhammen. Na de opening, een maand geleden, telt deze buurtsuper 250 leden. Het streefcijfer is 750.

De schappen liggen vol met nog prima eet- en bruikbare afdankertjes uit de andere supermarkten - van misvormde wortelen tot kattenvoer met verkeerde etiketten. Prijzen hier zijn 60, soms zelfs 90 procent lager. Tabak en alcohol schitteren door afwezigheid. 'Kijk, daar, op een rijtje: lasagne van Tesco, Sainsbury, Morrison, Asda en Waitrose', zegt oprichter John Marren, 'dit is de enige plek waar de grote jongens samenwerken, voor een bepaald doel'.

Beter dan liefdadigheid

Dat doel is tweeledig. Het is een manier voor supermarkten om van hun overbodige producten af te komen zonder dat deze op de vuilstort eindigen. In plaats daarvan vinden ze hun weg naar mensen die moeite hebben om rond te komen. 'Na het betalen van de huur, het water en de energierekening, is eten voor velen een sluitpost. Onze leden hebben gemiddeld 23 pond per week voor eten. Per gezin,' zegt Marren, 'dit is beter dan een voedselbank, beter dan liefdadigheid. Hier kunnen mensen kopen wat ze willen, in plaats van wat anderen niet willen.'

De 62-jarige Marren, die al 42 jaar werkt bij een organisatie die personeelswinkels beheert bij bedrijven als Heinz en Unilever, stond ook aan de wieg van een proefproject in een mijnwerkersplaatsje in Yorkshire. 'Dat liep zo goed dat we een keten willen opzetten. Als een van de mindere wijken in Londen is Norwood een goed beginpunt. De gemeente was behulpzaam en bood ons dit pand aan, een ruimte van de gemeentelijke recycling. We hopen her en der in Engeland nog eens twintig winkels te openen, waardoor we zo'n 70 duizend mensen van de minima kunnen bereiken.'

De Community Shop is meer dan een voordeelwinkel. Er is een café waar leden voor een habbekrats kunnen ontbijten en lunchen. Het eten, afkomstig uit de eigen winkel, wordt bereid door Trish, die binnenkort drie keer in de week kookcursussen gaat geven. 'Eenvoudige dingen als het maken van een soep, een pizza of een pittige saus bij de macaroni. Ook ga ik laten zien dat je ook van restjes een maal kunt bereiden.' Het onderwerp is actueel sinds een politicus een tijdje geleden beweerde dat 'voedselarmoede' mede komt doordat de armen de kunst van het koken verleerd zijn.

Mentor

Dat laatste geldt niet voor Paul en Magda, een Roemeens stel dat bij de populaire vis- en vleesafdeling staat. 'Kijk, er is kabeljauw voor anderhalve pond', constateert mannelijke helft tevreden. De werkloze hotelkok vertelt dat hij het gaat bereiden met witte saus, kaas en komijn. Alleen voor dat laatste moet hij elders zijn. Het gezinsinkomen bestaat uit het bescheiden salaris dat Magda verdient als kamerhulp. 'We kunnen net overleven, en deze winkel maakt het leven iets makkelijker', zegt ze, 'we willen het beste voor onze kinderen, en daar hoort goed eten bij.'

Soms nemen ze hun twee kinderen (Paul, trots: 'Mijn dochter haalt de hoogste cijfers voor Engels!') na school mee naar het café, om op een warme plek huiswerk te maken. Hier ontmoeten de leden ook hun 'mentor', die helpt bij het zoeken naar werk en tips geeft om slim met weinig met geld om te gaan. Winkelbaas Marren: 'In het ideale geval hebben onze leden na zes maanden een baan en kunnen ze het zich weer veroorloven om naar een gewone super te gaan. Sterker, onze winkel is pas echt een succes wanneer die kan worden opgeheven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden