Onze Wil

Elke donderdag komt zij trouw, onze Wil. En elke woensdagavond is het dus raak: mijn man en ik moeten (vinden wij) het huis opruimen zodat Wil de volgende ochtend kan schoonmaken....

Een rotavond, die van de woensdag. Ik ruim overal hangende kledingstukken op (die dagen hebben mogen luchten, op mijn manier), berg schoenen op in het onlangs door mijn man kunstig in elkaar gezette schoenenkastje (hij heeft jaren moeten wachten tot ik eindelijk toestemming gaf voor zo'n oubollig ding, nadat de schoenen eerst gehuisvest waren in de boekenkast op mijn mans studeerkamer), en stop zoveel mogelijk in kasten waarvan ik de deuren goed sluit. Wat ik aan spullen niet kwijt kan verdwijnt bovenop het logeerbed in mijn 'studeerkamertje', dat eigenlijk de naam rommelhok verdient (erken ik ruiterlijk, maar dat mag mijn man natuurlijk niet zeggen).

Terwijl ik zo druk doende ben, rondren en me erger aan het feit dat dit ritueel mij elke week zoveel tijd kost, lacht mijn man stiekem in zijn vuistje. Híí is in een mum van tijd klaar met het opruimen van zijn spullen; híí is zo netjes en ordelijk dat hem dat niet veel tijd kost. Ik kan dat niet uitstaan. Als ik nog bezig ben spullen van de ene kant van het huis naar de andere te verplaatsen, doet de schat, zonder morren, de wekelijkse koekenpannen-en-kristallen-wijnglazen-afwas, omdat ik daar echt een hekel aan heb (gelukkig gaat de gewone vaat in 't machien), zodat Wil ook over een leeg aanrecht kan beschikken. En hij doet de kranten weg, niet meteen in de papiercontainer op de hoek van de straat maar eerst in de garage, zodat ik er nog bij kan (ik kan geen afscheid nemen van oude kranten).

Als ik zo woensdagavond laat het huis overzie, denk ik: waarom moet Wil eigenlijk nog komen? Het grootste deel van het werk is al gedaan; schoonmaken is nu nog maar een fluitje van een cent. Dat kunnen wij dan toch zelf nog wel?! (Of ik. . . ach, uhm, tenslotte werk ik minder uren buitenshuis dan hij.)

Als ik mijn man voorstel om Wil te vragen voortaan eens per veertien dagen te komen, omdat wij met zijn tweeën echt niet zoveel vuil maken, lijkt de schrik hem om het hart te slaan. Nee, dat nooit, lijkt hij te denken. Hij palmt me in met een strategisch antwoord. Mijn drukke baan, zijn zware bestaan met anderhalve baan en ons actieve, soms zelfs hectische, sociale leven zijn niet echt een garantie voor een schoon huis. Ik geef mij gewonnen.

Dankzij Wil houdt mijn man mij in het orde-gareel; dankzij Wil hoeft hij niet eindeloos te wachten tot ik eens iets opruim; achter Wil kan hij zich verschuilen. Dankzij Wil hebben wij altijd een schoon huis. Wil is, zonder dat zij het weet, de baas in ons huis en daarmee misschien wel de hoedster van onze relatie.

Dorien Wolthuis, Leiderdorp

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 180.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden