Beschouwing achturige werkdag

Onze werkdag van acht uur lijkt een eeuw na zijn invoering in beton gegoten - maar onderhuids verandert er van alles

Wie tijdens de dagelijkse tocht van huis naar kantoor en terug om zich heen kijkt, zal vermoedelijk tot de conclusie komen dat de achturige werkdag – precies honderd jaar geleden ingevoerd door het parlement om de werkomstandigheden van arbeiders te verbeteren – nog altijd de norm is. Een eeuw later werkt Nederland nog altijd van negen tot vijf, lijkt het. Is de achturige werkdag onverwoestbaar? Of bedriegt de schijn?

Arbeiders in fabriek van adresseermachines. Nederland, Amsterdam, 1919.

De achturige werkdag staat goeddeels fier overeind, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Universiteit Tilburg, in elk geval in Europa. ‘De discussie gaat hier vooral over de intensiteit van die acht uur.’ Als werknemers zeer productief zijn, is de kans op burn-outs groter. Daar zijn, zegt de hoogleraar, grote zorgen over.

Aan de andere kant: Nederlanders hebben van alle Europeanen ruimschoots de kortste werkweek. Hier duurt die gemiddeld slechts dertig uur, waardoor de Nederlandse werkdag gemiddeld maar zes uur is; voor sommigen een ideaal, dat in een land als Zweden onderwerp is geweest van mislukte experimenten.

Maar Nederland neemt ook hier een unieke positie in. Nergens wordt zo veel in deeltijd gewerkt als hier, daarin zijn we wereldkampioen: een fiks deel werkt 36 uur, maar er is ook een flink contingent Nederlanders – voornamelijk vrouwen – dat veel korter werkt. Zo bezien bestaat die acht uur van een eeuw geleden niet meer, omdat die uitging van dagen van acht uur en een werkweek van 45 uur.

Er zijn onderhuids meer veranderingen zegt Wilthagen. De klassieke fabrieksarbeid is goed geregeld, zegt hij, maar door de opkomst van de platformeconomie met bedrijven als taxiconcern Uber en maaltijdbezorger Deliveroo, begint de klassieke werkdag te veranderen. Dat is met name zichtbaar in de distributie. ‘Doordat consumenten meer en meer online-producten bestellen die ze de volgende dag in huis willen hebben, moeten meer werknemers ’s nachts aan de slag om die pakjes op tijd bezorgd te krijgen. Iemand in zo’n distributiecentrum werkt misschien wel acht uur, maar niet tussen negen en vijf.’

Ook dat is zorgelijk, vindt Wilthagen, omdat ’s nachts werken aantoonbaar slecht is voor de gezondheid. De hoogleraar ziet hier een verantwoordelijkheid voor de consument. ‘Je kunt je afvragen of dat yogamatje dat je hebt besteld echt de volgende dag bezorgd moet worden, of dat het misschien drie dagen mag duren.’

En dan sturen we ook nog eens veel spullen retour. Dat creëert niet alleen veel afval, maar ook wat Wilthagen ‘social waste’ noemt: al die mensen die om twee uur in de nacht in de weer zijn om spullen snel bezorgd te krijgen, die we vervolgens bijna achteloos weer terugsturen. ‘Net zoals we discussiëren over een vliegtaks die overlast door vliegen helpt beperken, zouden we ook hierover moeten nadenken.’

Bedrijven voelen zich gevangen: als zij de leveringscondities verslechteren om daarmee de arbeidsomstandigheden te verbeteren, zullen concurrenten in dat gat springen. Wilthagen pleit voor een convenant waarin bedrijven onderling afspraken maken over werktijden en bezorgsnelheden. ‘Convenanten werken lang niet altijd, maar in de bouw en de schoonmaaksector hebben ze wel gedeeltelijk succes gehad bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.’

Hanneke Bennaars, universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden, ziet nog een verandering. Voor een deel van de werknemers raakt die achturige werkdag versnipperd. ‘Er lijkt een toename van mensen die weliswaar acht uur werken, maar dat bij meerdere werkgevers doen.’ Of, een werkgever huurt iemand de ene week 36 uur in en de volgende maar 18. Deze veranderingen creëren veel onzekerheid, zegt Bennaars, omdat ook het inkomen hierdoor sterk varieert. Hoe vaak dit voorkomt, is volgens haar lastig te meten, omdat niet centraal wordt geregistreerd op welke tijdstippen mensen werken.

Dan is er nog een groeiende groep die buiten alle toezicht valt en dat zijn de zzp’ers. Deze categorie bepaalt haar eigen werktijden. Tot slot zijn er de buitenlandse arbeidskrachten die hier tijdelijk zijn om tegen een relatief laag loon in korte tijd zo veel mogelijk uren te maken en geld te verdienen voor de achterblijvers thuis.

Op het oog lijkt de achtuur-norm dus nog fier overeind te staan. ‘Maar voor een deel van de arbeidsmarkt is de situatie intussen weer wat gaan lijken op die van 1919’, zegt Wilthagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden