Onze vriend is in handen van IS

Een Amerikaanse hulpverlener die zich betrokken voelt bij het Syrische volk, bracht vorig jaar een bezoek aan dat land. Hij is nog steeds niet terug. Volkskrant-correspondent Remco Andersen vreest het ergste.

Abdul-Rahman Kassig in actie voor de mede door hem opgerichte hulpverleningsorganisatie, 2012 of 2013. Beeld Familie Kassig / AFP

De laatste keer dat ik hem sprak, vergeleek Peter Kassig de wetteloosheid van Syrië met de film Jurrasic Park. De stad Deir ez-Zor in het oosten van Syrië bereiken is 'net zoiets als naar de commandopost in Jurrasic Park gaan: je moet door het wild heen, maar als je er eenmaal bent, ben je veilig'. Hij sprak de woorden grijnzend, vorig jaar oktober in Beiroet. Maar hij bereikte Deir ez-Zor niet veilig.

Mijn Amerikaanse vriend Peter, nu bekend als Abdul-Rahman, is in handen van Islamitische Staat. Hij verdween op weg naar Deir ez-Zor, waar hij medicijnen verstrekte en werkte als traumaverpleger. Hij verscheen een maand geleden aan het eind van de vierde onthoofdingsvideo van IS, waarin een gemaskerde strijder het hoofd van hulpverlener Alan Henning afsnijdt. Kassig wordt de volgende, zei de beul met het mes.

Zijn ouders houden zich vast aan een laatste strohalm. Hun zoon heeft zich al vroeg in gevangenschap bekeerd tot de islam en de naam Abdul-Rahman aangenomen. Ook het eerste onthoofdingsslachtoffer van IS, James Foley, was bekeerd, maar dat werd pas na zijn dood bekend.

Op internetfora ontwikkelt zich nu een discussie tussen strijders: is het gerechtvaardigd een moslim te doden, iemand die alleen goede daden deed bovendien? De hoop van de vrienden en familie van Abdul-Rahman is dat zijn ontvoerders zo nog kunnen worden beïnvloed.

Met de dreigende onthoofding van Abdul-Rahman nadert de ontknoping van een ontvoeringsperiode in de Syrische burgeroorlog. IS hield op het dieptepunt zeker 23 westerlingen vast - journalisten en hulpverleners. Het merendeel is inmiddels vrij, vermoedelijk na betaling van losgeld. Maar Britten en Amerikanen betalen niet, met het motief dat ze de kidnappingsindustrie niet willen voeden.

Vier van hun burgers zijn nu onthoofd. Drie gijzelaars heeft IS nog: Abdul-Rahman Kassig, de Britse journalist John Cantlie - die nu steeds in propagandafilmpjes opduikt als een soort verslaggever voor de IS-camera - en een vrouwelijke Amerikaanse hulpverlener wier identiteit op verzoek van haar familie wordt geheimgehouden. Hun lot hangt aan een zijden draadje.

De ontvoeringsperiode begon plotseling, ruim anderhalf jaar geleden. Het was een spannende tijd toen, voor ons allemaal. Een tijd waarin iedereen op het scherpst van de snede werkte. In Beiroet, knooppunt voor professionele Syrië-gangers, kwamen we samen. Journalisten, hulpverleners, mensenrechtenactivisten - iedereen die het land binnentrok. Na elk bezoek waarbij je heelhuids terugkeerde, waren er in Beiroet de ontlading, de verhalen en de kameraadschap.

De verhalen werden steeds minder guitig. Kuifje in Syrië - het werd steeds gevaarlijker. Een fotograaf die ook geregeld voor de Volkskrant werkt, raakte gewond in Aleppo tijdens een beschieting van een Mig. Een BBC-man werd ontvoerd door een criminele bende maar wist te ontsnappen. In de lente van 2013 begon een ware ontvoeringsgolf door jihadisten van Islamitische Staat en het aan Al Qaida gelieerde Al Nusra.

John Cantlie in een IS-video Beeld anp

Een journalist verdwenen in Aleppo. Een groep hulpverleners werd ontvoerd in Idlib. Op fora waar we informatie uitwisselden, wemelde het van de verhalen over verdwenen collega's - steevast met de waarschuwing het niet publiek te maken omdat dit onderhandelingen in gevaar zou kunnen brengen.
Vanaf de zomer van 2013 ging bijna niemand meer. Behalve Abdul-Rahman. In oktober 2013, toen het gevaar al lang en breed bekend was, begon hij aan een reis naar Syrië waarvan hij niet is teruggekeerd.

Abdul-Rahman wordt gedreven door een sterke drang om goed te doen. Hij wordt bijzonder gegrepen door het droeve lot van de Syriërs, gevangen in een bloedige burgeroorlog die zonder aanzien des persoons honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen het leven kostte. Hij is niet ­naïef, trekt niet met een doosje ­paracetamol de grens over op zoek naar zieken. Abdul-Rahman weet wat oorlog is.

Als hospik diende hij in het verleden bij de US Army Rangers, een commando-eenheid van het Amerikaanse leger. Hij had het nooit over die tijd, maar zocht na zijn diensttijd duidelijk naar een manier om zijn vaardigheden als traumaverpleegkundige in te zetten om onschuldige levens te redden.

Samen met een gemeenschappelijke vriend begon hij SERA: Special Emergency Response and Assistance. Een NGO die zich inspande om medicijnen te brengen en medici te trainen in gebieden waar reguliere hulpverleners niet durven te komen. Zijn compagnon deed de fondsenwerving en administratie, Abdul-Rahman het veldwerk. Daarin ging hij heel ver.

'Ik kan tienduizenden dollars aan antibiotica naar vrouwen en kinderen brengen, óf ik kan de zoveelste jongeman met een geweer zijn', zei hij in 2012 tegen een gemeenschappelijke vriendin.

Abdul-Rahman bracht niet alleen medicijnen. Hij trainde ook verplegers in medische noodhulp, en werkte in Deir ez-Zor in een kliniek die gewonde oppositiestrijders behandelde. Dat deed hij zonder aanzien des persoons, zoals medici horen te doen. Abdul-Rahman hielp iedereen - waarschijnlijk ook de strijders van IS die hem nu dreigen te onthoofden.

Vorige maand kreeg hij hulp uit onverwachte hoek. Een invloedrijke Al Nusrastrijder, op Twitter te vinden onder de naam Abu Omar al-Aqidi, postte een serie tweets die vertellen hoe Abdul-Rahman hem met succes had geopereerd. Bovendien had Abdul-Rahman een granaatscherf verwijderd uit het hoofd van de lokale Al Nusraleider. 'Hij behandelde de meeste gewonden', eindigt Aqidi's relaas.

Onder de tag 'gerechtigheid voor Abdul-Rahman Kassig' krijgt de Al Nusrastrijder nu bijval van militanten die menen dat zijn leven moet worden gespaard, als moslim die goede werken deed. Maar de overwegingen van IS zijn niemand duidelijk. Abdul-Rahman dreigt te worden vermoord om een politiek punt te maken, niet omdat hij Islamitische Staat ooit iets heeft aangedaan. Hij was geen strijder, zelfs geen journalist die aan IS refereert als 'terroristen'. Hij hielp alleen.

Zelf ben ik de dans ontsprongen, tijdens een reportagetrip voor de Volkskrant naar de noordoostelijke Syrische stad Raqqa. Inmiddels is dat de hoofdstad van IS-gebied. In april 2013 stond Raqqa op een tweesprong. Gematigde rebellen waren verwikkeld in een strijd met het aan Al Qaida gelieerde Al Nusra Front - IS had zijn bestaan nog niet aangekondigd. In Raqqa wedijverden vrolijke groen-wit-zwarte rebellenvlaggen met de zwarte banier van de militante islam.

Wij wilden weten wat de bevolking vond, en welke rebellengroep de strijd om Raqqa zou winnen. De stad was een windvaan van de kant die de rebellie in Syrië op zou gaan: nemen islamitische fundamentalisten de opstanden over, of blijven meer seculiere rebellen de oorlog tegen het regime leiden?

'Zodra je in de auto stapt, is het afgelopen.' Dat advies, van een Britse trainer tijdens een cursus werken in conflictgebieden, heeft me gered. Op de tweede dag ging het mis. Met een lokale vertaler probeerde ik een interview te krijgen met de lokale leider van het Al Nusra Front. Op de weg terug werden we afgesneden door een geblindeerde auto.

Drie gemaskerde en gewapende jongemannen stapten uit, probeerden ons met een smoes mee te krijgen. Ik rekte tijd, totdat aan de overkant van de weg twee andere rebellen voorbijliepen. We riepen om hulp, de rebellen kwamen, de drie mannen taaiden af. De volgende dag ben ik vertrokken.

Een maand later ontvoerde IS in Raqqa de Franse journalist Nicolas Hénin. De laatste vier maanden van zijn gevangenschap zat hij in een cel met Abdul-Rahman.

Die had zich toen al tot de islam bekeerd. 'Het was een oprechte bekering, het was geen toneel voor de bewakers', zegt Hénin, die inmiddels is vrijgelaten. 'Ook ten overstaan van de andere gevangenen gedroegen ze zich als goede moslims: bidden, religieuze wassingen, vasten. Abdul-Rahman en Foley haalden kracht uit hun geloof.'

Het verbaast me niets. Abdul-Rahman was op zoek naar een plek op de wereld, en voelde zich thuis bij de Syriërs. In hun land, hun strijd en hun geloof. Hij dreigt de prijs te betalen voor beslissingen van zijn regering, waarmee hij niets van doen heeft gehad.

Kassig aan het einde van de vierde onthoofdingsvideo van IS, waarin wordt aangekondigd dat hij de volgende zal zijn. Beeld reuters

Inmiddels weten we wat de gijzelaars doormaken voor hun dood. 'De islamisten martelen je langzaam, met specifiek daarvoor bedoelde instrumenten', schreef voormalig gevangene Theo Padnos. Hij werd vastgehouden door Al Nusra, niet IS.

De verhalen zijn steeds hetzelfde. Waterboarding, afranselingen, namaakexecuties - de gevangenen van IS worden constant gemarteld, blijkt uit verklaringen van voormalige gijzelaars. 'Als er geen bloed was bij een terugkerende celgenoot, wisten we dat hij iets veel ergers had ondergaan.'

Britse en Amerikaanse gevangenen worden het ergst gemarteld, voor hun hoofden er langzaam met zaagbewegingen worden afgesneden voor de camera. Abdul-Rahman ondergaat dat nu.

'Ik haat alle Amerikanen', zei een bewaker ooit tegen een andere gevangene in handen van Al Nusra. 'Ik haat jullie allemaal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden