Column

Onze oase in de landbouwwoestijn

Omdat we ons zoals bekend middenin de zesde uitstervingsgolf bevinden - en de eerste door de mens veroorzaakte uitstervingsgolf - besloot ik een tijdje geleden om het tij van de natuurvernieling eigenhandig te keren. Dat is, dacht ik, bevredigender dan het schrijven van bezorgde stukjes.

Beeld anp

Dat laatste is namelijk slecht voor je humeur en trouwens ook voor je gevoel voor humor. Bovendien draag je voor je het weet het stempel van de apocalypsdenker, die niet gelooft in het vermogen van mensen om hun - door henzelf veroorzaakte - problemen op te lossen. En dat wil je natuurlijk niet, want optimisme is een morele plicht, weten we sinds Karl Popper, en zo ook het geloof in de vooruitgang, hoezeer die vooruitgang ook moge haperen.

Dan ons project in Balboa, dat leende zich bij uitstek voor optimistische vergezichten. De naam zegt het al, Balboa, mooie vallei. Mijn vriendin probeert daar, op haar geboortegrond in Noordwest Spanje, al zestien jaar een ingestorte boerenwoning bewoonbaar te maken. Deze zomer was het voor het eerst mogelijk om er te verblijven, mits we een campinggasstel meenamen en geen probleem hadden met koude douches.

De tuin, had ik bedacht, onze grond, dat zou mijn domein worden, ik zou er een insecten- en vogelparadijs van maken, met hommels en andere wilde bijen, vlinders, libellen, hagedissen en hazelwormen. Hoe, dat wist ik nog niet, behalve dat ik de wilde planten - 'onkruid' in boerenjargon - welig wilde laten tieren. Dat alles geïnspireerd door Dave Goulson, de Britse hommeldeskundige die jaren geleden een stuk grond kocht in Frankrijk en daar een natuuroase creëerde middenin de intensieve landbouwwoestijn.

Bij aankomst in Balboa diende zich al direct een dilemma aan: ons huisje ging verscholen achter een zee van wilde planten. Hommels en andere wilde bijen bromden en zoemden lustig rond, oranje luzernevlinders, bont- en oranje zandoogjes en atalanta's fladderden van plant naar plant, ik zag geelgorzen en puttertjes, boerenzwaluwen vlogen laag over het veld, ik hoorde de groene specht en in de buitenmuren van ons huis woonde een mussenkolonie.

Dit was, kortom, het paradijs zoals ik het voor ogen had, en het had zich tijdens onze langdurige afwezigheid als vanzelf gevormd. Een oase bovendien, want links en rechts keken we tegen muren van maïs, voer voor de koeien die even verderop op stal stonden in het kader van de intensieve veehouderij.

Maar een kwartier na aankomst brandde dochterlief zich aan een brandnetel en toen was het vonnis over onze wilde plantentuin geveld. Want ja, de brandnetels waren inderdaad nogal overheersend, dat moest ik wel toegeven. In de weken erna namen werkmannen samen met mijn vriendin allerlei beslissingen in de Galicische geheimtaal.

Overhangende fruitbomen werden gesnoeid, een gastank in de vorm van een duikboot werd ingegraven, en het was natuurlijk logisch dat er een terras moest komen, en een gazon met gras, en dat de aflopende grond moest worden opgehoogd danwel afgegraven. En om de goede bovenlaag te bewaren was het zaak om het onkruid zo kort mogelijk te maaien.

En zo stond ik op een dag met een zeis in de kleurrijke wilde plantentuin. Ik wierp een laatste blik op de honderden rupsen van de atalanta op de brandnetels en ging aan de slag. Na een paar uur meldde zich een man met een gemotoriseerde bermmaaier en even later vlogen de planten en de slakken hem om de oren.

Toen de motor uiteindelijk zweeg inspecteerde ik het slagveld. Een veldmuis vluchtte weg, onder een steen trof ik een hazelworm, vlinders en hommels waren nergens meer te bekennen, alleen twee atalanta's hadden zich aan de muur van ons huis vastgeklampt.

Een paar dagen later kwam de grondwerker die de bovenlaag weg schraapte. Nu bleef er alleen nog zand over. Om op te bouwen moet je eerst afbreken, hield ik mezelf voor, juist door maaien voorkom je dat sommige planten gaan overheersen, vanaf nu konden we door een uitgekiend beleid misschien voor nog meer soortenrijkdom zorgen. En over een paar maanden stond alles natuurlijk gewoon weer een halve meter hoog.

We vertrokken. Het huis leek veel groter dan bij aankomst, zo helemaal vrij op de kale grond.

En ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat het hier goed was zoals het was, totdat wij kwamen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden