Nieuws Media

Onze man in Teheran verkocht aan Amerikaanse publieke omroep

Het VPRO-programma Onze man in Teheran, gepresenteerd door Iran-correspondent Thomas Erdbrink, wordt binnenkort in aangepaste vorm uitgezonden op PBS, de Amerikaanse publieke omroep. 

Een still uit Onze man in Teheran.

De negen afleveringen van 45 minuten zijn teruggebracht tot twee documentaires van twee uur die 13 en 14 augustus onder de titel Our Man in Tehran te zien zijn in Frontline, het prestigieuze programma voor onderzoeksjournalistiek dat sinds 1983 bestaat.

‘Het is zover wij weten de eerste keer dat een Nederlands journalistiek programma op de Amerikaanse televisie te zien zal zijn’, zegt Erdbrink, die voor de Volkskrant en The New York Times schrijft. ‘Ik kwam in Teheran jaren geleden mensen van PBS tegen die filmpjes van me hadden gezien op de website van The New York Times. Toen zei ik: wacht maar, er komt ook nog een grote serie aan. Uiteindelijk heeft de VPRO de rechten verkocht aan PBS. Een grote eer natuurlijk.’

Public Broadcasting Service (PBS), opgericht in 1970, zendt programma's uit via zo'n 350 lokale en regionale tv-stations in de VS. Critici roemen de programmakwaliteit, maar het marktaandeel blijft beperkt tot 1à 2 procent. Maandelijks trekt PBS 120 miljoen kijkers, een stuk minder dan omroepen als Fox, ABC, NBC en CBS.

Er werd tijdens het draaien van seizoen twee al rekening gehouden met een Amerikaanse versie. Erdbrink: ‘We namen toen de stukjes die ik in de camera presenteer ook in het Engels op, voor de zekerheid. Die Nederlandse stukjes uit het eerste seizoen lossen we nu op met een Engelse voice-over. En alle interviews zijn in het Perzisch, dus die worden gewoon ondertiteld.’

Thomas Erdbrink. Foto Frank Ruiter

Onze man in Teheran was in Nederland een groot succes en won in 2015 de Zilveren Nipkowprijs en twee Tegels, de belangrijkste journalistieke prijs. Eindredacteur Roel van Broekhoven en editor Pelle Asselbergs hebben samengewerkt met de eindredacteur van Frontline om het programma te bewerken. ‘In Amerikaanse tv-journalistiek wordt vaak stelling genomen’, zegt Van Broekhoven. ‘En dat doen wij juist niet. Gelukkig vonden ze het bij Frontline leuk om het eens tegendraads te doen.’

Er bestaat in Amerika een karikaturaal beeld van het alledaagse leven in Iran, zegt Van Broekhoven. ‘Veel Amerikanen denken dat het allemaal terroristen zijn daar. Het is natuurlijk ook een bedenkelijk regime in Iran, maar er zijn veel mensen die een normaal leven leiden, zoals je kunt zien in de serie.’

Our Man in Tehran zou flink wat teweeg kunnen brengen in Amerika, denkt Erdbrink. ‘De verhoudingen tussen beide landen zijn zeer gespannen. De Amerikaanse neoconservatieven vinden dat de druk moet worden opgevoerd op Iran. En de Democraten zijn boos dat Trump uit de nucleaire deal met Iran is gestapt. Dus ja, ik ben zeer benieuwd naar de reacties.’

In 2015 sprak de Volkskrant met Thomas Erdbrink over het grote, onverwachte succes van Onze man in Teheran. Niet de rondvliegende kogels, maar het dagelijks leven op twintig kilometer achter de frontlinie fascineert hem: ‘Ik hou van praatjes maken. Dat is wat ik voortdurend doe. In Iran - dat heb je wel gezien in de serie -, in Nederland, op vliegvelden, in de bus, overal. Het is nu nog een stuk makkelijker geworden. Mensen komen uit zichzelf naar me toe.’

In het tweede seizoen van Onze man in Teheran overheerst de optimistische blik, schreef Gidi Heesakkers. ‘Ook al kijkt Erdbrink niet weg van problemen, het blijmoedige geluid van de vooruitgang in het land dat hij nooit achterlijk zou durven noemen resoneert.’

Niks duurt eeuwig, ook een column niet, bedacht ‘Onze man in Teheran’ – dus besloot hij wat anders te gaan doen en stopte onlangs met zijn wekelijkse column in het Volkskrant Magazine. Lees hier zijn allerlaatste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.