Onze man in het buitenland: de wereld volgens Halbe Zijlstra

Wat kunnen we van onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken verwachten?

Kan iemand zonder diplomatieke ervaring een goede minister van Buitenlandse Zaken worden? En wat voor buitenlandbeleid kunnen we verwachten van Halbe Zijlstra, de man die zegt eigenbelang van Nederland voorop te willen zetten?

Halbe Zijlstra Foto Mike Roelofs

Het is een verhaal dat telkens terugkomt wanneer bekenden van Halbe Zijlstra vertellen over zijn buitenlandervaring. Zijlstra zat in zijn tijd als ondernemer ooit met Shell-topman Jeroen van der Veer en president Poetin in een Russische datsja (een buitenhuis). Poetin zou toen hebben verteld over de invloed die hij in zijn buurlanden wilde houden. Die bijzondere ontmoeting zou Zijlstra's kijk op Rusland hebben gevormd.

De anekdote gaat hardnekkig rond binnen de VVD en haalde vorige week het Algemeen Dagblad. Hoe Zijlstra terechtkwam in de datsja, en met wie, is onduidelijker dan het verhaal doet vermoeden. Van der Veer, sinds 2000 achtereenvolgens president-directeur en CEO bij Shell, laat de Volkskrant desgevraagd per mail weten: 'Al mijn bezoeken aan president P, daar was Halbe niet bij.'

Toch wordt binnen de VVD stellig beweerd dat Zijlstra 'voor Shell de hele wereld heeft overgevlogen'. Dat ligt genuanceerder. Zijlstra was niet in dienst van het olieconcern. Wel, vermeldt zijn cv, heeft hij met zijn toenmalige bedrijf Improvex een 'financieel-expertise managementsysteem' ingevoerd bij Shell. Zijlstra laat via zijn woordvoerder weten dat hij wil 'bevestigen noch ontkennen' dat hij in een datsja met Poetin was. De reden is dat hij 'niet op het verleden wil ingaan'. Binnen het ministerie wordt inmiddels gezegd dat Zijlstra wel in de datsja was, maar niet aan de gesprekstafel zat.

Vermoedelijk gold Zijlstra als zelfstandig adviseur als een kleine speler, want net als Van der Veer zegt ook Rein Willems (vanaf 1993 werkzaam bij Shell en van 2003 tot 2007 president-directeur van Shell Nederland) de VVD'er destijds nooit te hebben ontmoet. 'Maar we huren wel vaker mensen in en ik ken niet iedereen, dus het kan aan mij liggen.' Het zou dus kunnen zijn dat de topmannen hem vergeten zijn.

Als Zijlstra niet zo'n grote speler was in het internationale zakenleven, is de anekdote pijnlijk. Hij staat niet bekend om opscheppen. 'Daar is hij de man niet naar', zegt een bekende. 'Misschien is het verhaal een eigen leven gaan leiden'. Dat de vrienden van Zijlstra toch zo graag dit soort anekdotes vertellen, zegt veel over het imago dat hij heeft: een man die nauwelijks kaas heeft gegeten van het buitenland. Maar klopt dat wel? Wat kunnen we van onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken verwachten?

Zijlstra's kennis van het buitenland

Hoon. Besmuikt gelach. Opperste verbazing. Het zijn de eerste reacties nadat duidelijk is geworden dat Halbe Zijlstra de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken wordt. Hij staat niet bekend om zijn buitenlandervaring, heeft nauwelijks een diplomatiek netwerk en heeft door zijn achtergrond eerder affiniteit met onderwijs, cultuur en zorg.

Medestanders van Zijlstra benadrukken daarom des te harder dat de keus voor hem zo slecht niet is. Voor zijn eigen bedrijf vloog hij regelmatig naar de VS, Latijns Amerika en Rusland. Hij woonde tussen 2001 en 2003 in Mexico City. 'Misschien heeft hij zelfs meer vlieguren dan Koenders', suggereert een partijgenoot.

Op 7 februari 2003 stond Zijlstra in de Colombiaanse hoofdstad Bogota bij een gebouw dat werd opgeblazen. Hij kreeg naar eigen zeggen glasscherven in zijn gezicht en zag verminkte kinderen. Een ervaring die hem nooit heeft losgelaten.

'Qua geopolitiek kun je hem weinig wijsmaken', zegt een bekende. Zijlstra volgt het internationale nieuws op de voet, leest The New York Times zorgvuldig. 'Er zijn weinig anderen binnen de VVD die meer weten van het buitenland.'

In 2015 wijdde hij in een VVD-blad acht pagina's aan een 'realistisch buitenlandbeleid'. Daarin staat onder meer dat Nederland dictators niet meer met opgeheven vinger tegemoet moet treden. Het te snel omverwerpen van 'stabiele regimes' van onderdrukkers leidt tot chaos en daarmee een extra vluchtelingenstroom naar Europa. Zo vindt Zijlstra het machtsvacuüm dat is ontstaan na het verjagen van Kadhafi een grote fout.

Voor Rutte is het geen probleem dat Zijlstra geen diplomatieke ervaring heeft en toch dit soort wijsheden ventileert. Ruttes filosofie luidt: een goede bestuurder heeft goede experts om zich heen nodig, maar hoeft dat niet per se zelf te zijn. Het nieuwe kabinet grossiert in ministers zonder vakkennis. Zijlstra is een vertrouweling van Rutte - dat telt het zwaarst.

Veel diplomaten zijn zenuwachtig over zijn aanstelling. De eveneens onervaren en botte VVD'er Uri Rosenthal beviel hen niet goed. Toch zijn er ook positieve ervaringen met bewindspersonen zonder diplomatieke carrière. Denk aan Jozias van Aartsen en Hans Van Mierlo. 'Diplomatie is een vak dat je kunt leren', zegt oud-minister Jaap de Hoop Scheffer (CDA). 'Ook Zijlstra moet de kans krijgen zich te bewijzen.'

Zijlstra ziet in zichzelf zeker een diplomaat. 'Als fractievoorzitter moest ik een scherp profiel laten zien. De komende jaren zult u een andere kant van mij zien.'

Zijlstra maakt migratiedeals

De belangrijkste ministersopdracht van Zijlstra is handen en voeten geven aan het migratiebeleid van kabinet Rutte III. Samen met zijn Europese collega's moet hij een deal sluiten met Afrikaanse landen over het tegenhouden van vluchtelingen, zoals eerder ook een succesvolle deal met Turkije is gesloten. Werken de landen niet mee, dan zal de geldkraan langzaam worden dichtgedraaid.

Zijlstra neemt die klus graag op zich, want het past in zijn gedachtegoed dat Nederland veel te lang niet aan het eigenbelang heeft gedacht en haar buitengrenzen heeft verwaarloosd. Wat Zijlstra betreft worden vanaf heden alle overheidsinstrumenten ingezet om Afrikaanse landen onder druk te zetten om migratieafspraken te maken, zodat Nederland stabiel en welvarend blijft.

'Ontwikkelingssamenwerking en handelsovereenkomsten kunnen bijvoorbeeld worden ingezet', schrijft Zijlstra in zijn manifest. Vooral het ontwikkelingsbudget is te vaak uit schuldgevoel uitgegeven in landen 'die geen directe bedreiging vormden voor Nederland'. Wat hem betreft wordt hulpgeld voortaan besteed om landen aan de randen van Europa stabiel te houden.

Vluchtelingenopvang moet vooral ver weg van Europa plaatsvinden, dichtbij de brandhaard, vindt Zijlstra. 'Deze veilige havens in de regio zorgen ervoor dat er geen noodzaak meer is voor mensen om asiel aan te vragen in Europa.'

Vooral hierover zal Zijlstra flink botsen met Sigrid Kaag, de nieuwe D66-minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Kaag heeft in Zijlstra's ogen erg linkse ideeën. Zo vindt ze migratie 'een verrijking' voor de Nederlandse samenleving en vindt ze ook dat Nederland 'meer had kunnen doen' toen Europa in 2015 te maken kreeg met een vluchtelingenstroom van twee miljoen mensen. Opvang in de regio is niet zomaar mogelijk, zegt Kaag, want landen als Libanon en Jordanië zijn al overbelast.

Van dit soort ideeën gaan Zijlstra's nekharen dus recht overeind staan. Formeel is hij de baas bij Buitenlandse Zaken, niet Kaag. Het is de vraag of deze topdiplomaat zich door hem zal laten overvleugelen. De kans dat het gaat knetteren tussen beide bewindspersonen is aanzienlijk.

Zijlstra in Rusland en China

Zijlstra verdeelt de wereld in drie groepen: vrienden (daar doe je zaken mee), vijanden (die willen ons vernietigen) en 'ongemakkelijke vrienden' (landen die hun eigen volk misschien over de kling jagen, maar die geen directe bedreiging vormen voor Nederland). Rusland en China vallen wat hem betreft in de laatste categorie.

Rusland probeert opzettelijk de belangen van Europa en daarmee van Nederland te schaden, vindt Zijlstra. Het land doet bovendien aan machtsvertoon om zijn invloed te laten gelden aan de Oost-Europese grens. Voorbeelden zijn Russische vliegtuigen die ineens nabij of in het Europese luchtruim vliegen. Ook 'de overduidelijke Russische steun aan separatisten in afvallige regio's' zoals Oekraïne is Zijlstra een doorn in het oog.

Zowel militaire als economische druk moet duidelijk maken dat Ruslands gedrag consequenties heeft, vindt Zijlstra. Europa moet bereid zijn sancties langdurig in stand te houden, 'ook als daarbij de eigen economie wordt geraakt'. Wat hem betreft zijn de huidige sancties effectief, omdat ze enorm nadelige gevolgen hebben voor de Russische economie.

Maar of dit ook betekent dat Rusland de komende jaren zal meewerken aan de MH17-strafzaak valt nog te bezien. Tot nu probeert Moskou het strafrechtelijk onderzoek consequent in diskrediet te brengen. Eventuele verdachten uitleveren aan het tribunaal in Den Haag is vooralsnog ondenkbaar. Zijlstra moet alle zeilen bijzetten om steun van Europa en de VS te krijgen om Rusland economisch te straffen zolang ze weigeren mee te werken aan het MH17-tribunaal.

Vooral president Donald Trump is een onzekere factor. Hij heeft het over 'mijn vriend' Poetin. Zijlstra's voorganger Koenders had nauwelijks nog een aanspreekpunt in Washington om de Amerikaanse steun voor de MH17-rechtzaak te bespreken.

China lijkt voor Zijlstra een iets minder lastige vriend dan Rusland. Ja, het land wordt beschuldigd van mensenrechtenschendingen, maar daar heeft Nederland weinig last van. Zijlstra gooit mensenrechtenverdragen het liefst de prullenbak in. 'We moeten ophouden met het opgeheven vingertje landen aan te spreken', zei hij in 2015 in een interview met de Volkskrant. 'In plaats van dat je zegt: u handelt niet volgens onze standaard, dus we vinden u slecht, moet je toch veel meer de coöperatie zoeken met het regime.' Het gesprek met Beijing zal hij te allen tijde openhouden, omdat het in het economisch belang is van Nederland. De wrede behandeling van Tibetanen in China is bijzaak.

Zijlstra tegen islamterreur

Het meest bezorgd is Zijlstra over de komst van jihadisten naar Nederland. In Irak en Syrië waren tot voor kort zo'n zesduizend Europese IS-strijders actief. Van de 280 Nederlandse Syriëgangers zijn er mogelijk veertig gesneuveld en vijftig levend teruggekeerd. Tientallen kunnen nog volgen. Zij vormen 'een serieuze dreiging', vindt Zijlstra. Ze komen terug met 'oorlogservaring en gevaarlijke ideeën die haaks staan op de liberale waarden en vrijheden van onze samenleving'.

Hij gruwt vermoedelijk van een uitspraak van de nieuwe Justitieminister Ferdinand Grapperhaus (CDA) dat 'je jihadisten niet hun staatsburgerschap moet ontnemen. Integendeel, je moet ze laten terugkomen. Je moet met ze in debat.' Volgens Zijlstra is IS een klassieke vijand en daarmee moet je niet in gesprek, die moet je verslaan. Zijlstra is daarom groot voorstander van de Nederlandse deelname aan de coalitie tegen IS. Zo'n 150 militairen leiden in Irak lokale grondtroepen op die vervolgens tegen IS strijden.

Het eerste dilemma voor Zijlstra doemt al op in dit dossier. Nu IS op steeds meer plekken is verslagen, vliegen de partijen die tegen hen vechten elkaar weer in de haren. Ook tussen de Koerdische en Iraakse strijders die worden opgeleid door Nederlanders groeit de spanning. Indien hun onderlinge strijd escaleert, is de kans groot dat Zijlstra de Nederlandse Irakmissie opschort om te voorkomen dat Nederland betrokken raak bij een burgeroorlog.

Zijlstra zal in het oplaaiende conflict tussen de Koerden en Irakezen overigens eerder kiezen voor de laatste groep. Want steun aan een onafhankelijkheidsstrijd van Koerden betekent een regime-wissel in Irak. Daar heeft Zijlstra een hekel aan, want dat zorgt alleen maar voor instabiliteit aan de randen van Europa en dat is niet in het Nederlands belang.

Zijlstra's conclusie in zijn manifest over een realistisch buitenlandbeleid: 'In Europa moeten we ons de vraag stellen of we rijker, slimmer en sterker willen worden, of armer, dommer en zwakker. Het antwoord laat zich raden. Alle landen buiten Europa zijn in eerste instantie bezig met het verdedigen van hun eigen belangen. Het is tijd dat wij hetzelfde doen.'