Onze Lieve Hazes

Zondag gaat de musical Hij gelooft in mij in première, over Andre Hazes. V blikt terug op de massaal beleefde uitvaart van de volkszanger in de Arena. Wat bezielde ons? Hoe een smartlapzanger als een highbrow bluesartiest begraven werd.

'Is er nog iemand in Nederland te vinden die durft te zeggen dat-ie geen fan is van André Hazes? Zo iemand is dapper, want al bijna een landverrader', bromde Stephan Sanders een tijdje terug in Vrij Nederland, toen captain of industry Ben Verwaayen zijn editie van Zomergasten afsloot met een fragment uit de Hazesfilm Zij gelooft in mij. Sanders vond dat maar een laffe keuze. Waarom vulde de man die de hele avond over 'ambitie' en 'lef' had gesproken, zijn enige cultuurmomentje nou weer met zoiets platgetredens en volks als Hazes? Waarom niet met Sjostakovitsj of Pärt? Wat dweept iedereen toch altijd met Hazes, verzuchtte Sanders.

Dat is ontegenzeglijk waar: André Hazes ís een publiekslieveling, nog altijd. Acht jaar na zijn dood is zijn roem nauwelijks vervaagd. Zondag gaat de musical Hij gelooft in mij in première, een speelfilm komt er ook nog aan.

Deze bestendige roem heeft alles te maken met een Hazesmoment waar hij zelf niet eens meer bij was: zijn herdenking in de Amsterdam Arena, vier dagen na zijn dood. Op 27 september 2004 werd zijn roem tot een ongekende hoogte opgestuwd, in een, zeker als je het nu terugziet, verbazingewekkend geproportioneerde bijeenkomst. Die avond werd hij bijna officiëel tot vaderlandse volks- en bluesheld gedoopt. Het woord smartlap viel er niet één keer. Vijf miljoen kijkers zagen de herdenking op tv, onder de titel André bedankt, zoals de TROS had bedacht. In het stadion zaten nog eens 48 duizend fans. Ze riepen 'I love you André', en zongen You'll never walk alone. Zo was deze plechtigheid een concert, een wedstrijd en uitvaart tegelijk. De kist van André Hazes stond op de middenstip met een roderozenbloemstuk erop, vlakbij zaten de genodigden, een zeer divers gezelschap: Johan Cruijff, Paul de Leeuw, Frits Barend, Gerard Joling, Karin Bloemen, Hanneke Groenteman, Job Cohen. Vooraan Rachel Hazes, veilig veel haar voor haar ogen, met de twee kinderen, die toen nog Roxy en Drétje werden genoemd.

Job Cohen speechte over 'liedjes die vertroosten en verbroederen', Frits Barend sprak als een prediker. Hij vergeleek Hazes met Johan Cruijff. 'Wat die andere met zijn voeten kon, kon Hazes met zijn stem.' Hij riep ook André in de hemel toe: 'Het is koud zonder jou. Tot ooit in de kroeg.' René Froger zong Bloed, zweet en tranen, Xander de Buisonjé zong Zij gelooft in mij. En er was een geestig moment. Toen de producers van Hazes, 'Sjon en Sjaak', zijn liedkunst in herinnering brachten: 'Dan schreef je op: Ik zag je op het perron, en ik wou dat ik je kon. Dan zeiden wij, dat is geen Nederlands, André. Maar voor jou was het spreektaal.'

Meer dan 2,5 uur duurde de eredienst. Langer dan hardcore gereformeerden vroeger in de kerk zaten. Aan het eind was er nog een eindeloze rondgang met de kist door het stadion, zoals bij begrafenissen de kist rond het kerkhof wordt gedragen. Er was ook nog een minuut stilte voor André en vuurwerk als toetje.

Bij terugzien maakt de bijeenkomst afwisselend een groteske en grootse indruk, of misschien wel allebei tegelijk. De schaal ervan past bij op zijn minst een staatshoofd. Maar aan dit spektakel kon zelfs Prins Bernhard, voor wiens uitvaart later dat jaar gevechtsvliegtuigen zouden uitrukken om een militaire groet te brengen, niet tippen. 'Bizar', schreef een buitenlandse krant. 'Onnederlands', schreef een ander. 'Ik zou bijna zeggen, onverklaarbaar', zegt John Appel.

Bij Appel moet je beginnen om de happening op die 27ste september 2004 goed te begrijpen. Natuurlijk, allereerst werd die eredienst uitgezonden omdat Hazes goed lag bij de TROS. Die omroep nam graag het verdriet om de volkszanger onder zijn hoede, skipte er zelfs reclameblokken voor (wat de koningin deze week niet eens lukte bij de beëdiging van de nieuwe ministers). Het hielp ook dat Hazes een vriend was van John Mulder, de toenmalige directeur van concertorganisator Mojo. Maar ook zonder alle vriendendiensten was dit een historische avond. Een avond die nooit zulke proporties had aangenomen als John Appel, Jan Eilander en Michael Peterson niet in de laatste jaren van de vorige eeuw aan een documentaire over André Hazes waren begonnen. Zij gelooft in mij, uiteindelijk door Appel alleen afgemaakt, was uiteindelijk een wat ontluisterend portret over een man met een triest gezicht, een huwelijkscrisis en een mislukt concert in Spanje. Er waren tranen, veel blikjes Heineken, een verregend zwembad in Vinkeveen en een heerlijke soap-cliffhanger: zou de gekwetste Rachel wel of niet naar Andrés concert komen?

De documentaire viel goed bij intellectuele, culturele bioscoopbezoekers, die er vooral flink om moesten lachen. Om Hazes die met het rijmwoordenboek op het biljart zijn liedjes zat te dichten. Om de schoonmoeder van Hazes, god hebbe haar ziel, met die enorme bril en al dat goud. Soms veroorzaakte dat een ongemakkelijke bioscoopervaring, wanneer oorspronkelijke Hazesfans met de intellectuelere bezoekers in één zaal zaten.

Elke agent of persmanager zou Hazes hebben afgeraden in te stemmen met zo'n film. Maar hij liet zich wel filmen en deed zich geen moment anders voor dan hij was. Dat was het sterke. Hij was ontwapenend zichzelf, met tranen en al, en veroverde zo de sympathie van zijn kijkers, ook de intellecto's. Voor Hazes betekende Zij gelooft in mij dan ook een glorieuze comeback. Zijn carrière had in het slop gezeten, maar hij had een nieuw publiek aangeboord, de intelligentsia, en ineens leek héél Nederland om.

De herdenkingsbijeenkomst in de Arena kun je goed zien als de apotheose van die roemgolf. Hazes, dat vond je vroeger niks. Dat sneue smartlaptype met z'n permanent, z'n VARA-sitcom en z'n eenzame Kerst. Dat mocht je in de jaren tachtig niet goed vinden. Er was toen een, nu nauwelijks nog voor te stellen, strikte scheiding tussen wat je wel en niet goed mocht vinden; tussen hoge en lage cultuur. Het levenslied behoorde tot de lage, mindere cultuur, en moest geminacht worden. In de jaren negentig verschoof dat: Hazes werd camp. Zoals Paul de Leeuw zei in zijn speech in de Arena. 'De hoger opgeleiden zongen allemaal hard met hem mee in de kroeg: Het is de tijd, de hoogste tijd, of Een beetje verliieeeefd.' Het onprettige mechanisme van camp: je vindt De vlieger eiegenlijk écht een mooi lied, maar omdat dat van je gelijken niet mag, doe je net of je er met een knipoog op neerkijkt, en brul je overdreven hard mee.

Na Appels film veranderde dat. Bij wijze van bevrijding mocht je Hazes nu echt goed vinden. Hoge en lage cultuur waren ongemerkt en protestloos genivelleerd. De Arena was de definitieve voltooiing daarvan. De totaal verschillende bezoekers kwamen gebroederlijk bijeen: Joling naast cultuurkoningin Groenteman. Ook de speeches plakten hoge en lage cultuur naadloos aan elkaar. Zoals die van Frits Barend: 'Wolkers bracht me de liefde bij voor de literatuur, André bracht me de liefde bij voor het levenslied.'

Er gebeurde nog iets, die avond in de Arena. Een proces dat ook al in gang was gezet na Zij gelooft in mij. Na de film, tijdens zijn comeback, voelde Hazes zichzélf opeens ook iemand anders. Van zanger van het levenslied werd hij de zanger die hij altijd al had willen zijn: een bluesman. Niet meer in de league van Wolter Kroes en Frans Duijts, maar in die van BB King. Hij zette een bluesbrotherhoed op en een zonnebril en liet een ringbaardje staan. En hij zong Oscar Bentons Bensonhurst Blues. Poei, Poei, Poei. En wat gebeurde: op de herdenkingsbijeenkomst ging André Hazes postuum als blueszanger met bijbehorende, heroïsche rock 'n rolldood de boeken in, net als Herman Brood drie jaar eerder. Hij was niet langer de alcoholist die smartlappen zong, maar een blueszanger die echt geleefd had, meer en dieper dan iemand in een vinexwijk met een Senseo en een Inventum broodbakmachine. Niel van Hoff, toen nog directeur van platenmaatschappij EMI zei op die avond: 'Je hebt idolen en je hebt helden. Naast Herman was André de enige echte bluesartist die Nederland ooit heeft gekend. Om de blues te kunnen zingen, moet je de blues hebben. André had ze. Hij leefde op zijn gevoel, zijn grote gevoel.'

Frits Barend voegde eraan toe: 'André was deze zomer bij ons, bij Barend & Van Dorp in Portugal, voor het EK. En het was goed tussen Rachel en André. Ze gedroeg zich niet als moeder Theresa, maar als een vrouw die van hem hield. Zij wist dat hij een blueszanger was, en hoe een blueszanger moet leven, en ze gaf hem zijn pilsje.'

'Dat de drank hem kapot had gemaakt, dat hij doof aan het worden was, dat Rachel al uit huis was vertrokken omdat ze het niet meer uithield, met andere woorden, hoe sneu het eindigde, daar hoorde je toen maar weinig mensen over', zegt John Appel. Kennelijk wilden wij dat samen met hem graag zo zien: bij echte eerlijke cultuur hoort een zogenaamd echt en eerlijk leven.

Rituelen zijn er om mensen sterker met hun samenleving te verbinden, stelde de Franse socioloog Émile Durkheim al. Die avond in de Arena werkte als een geweldig samenbindend ritueel. Het was sowieso de tijd van het publieke rouwen; de jaren van de stille tochten. We hadden al beertjes en waxinelichtjes voor Pim Fortuyn achtergelaten, en zouden later in 2004 nog de Dam in Amsterdam bestormen na de moord op Theo van Gogh. Samenbindende rituelen.

Op de herdenkingsbijeenkomst voor André Hazes doorleefden de kijkers en fans samen de diepe emoties waarover Hazes' nummers gingen, en die hij zo goed kon overbrengen (want dat kon hij het allerbeste van alles, al hoorde je daar niemand over in de Arena). Maar de herdenking ging ook, en misschien nog wel meer over je samen Nederlands en Nederlander voelen, en daar trots op zijn.

In die jaren na de moord op Fortuyn en de snel verschuivende Nederlandse identiteit, werd de behoefte aan dat gevoel steeds groter. Typerend voor die tijd was ook de tv-verkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden (uitslag: Pim Fortuyn). De ons ontvallen Hazes had alles met die Nederlandse identiteit te maken. Die draait helemaal om gewoon zijn en gewoon blijven. Ook sterren moeten aan dat beeld voldoen: geweldig als je een villa en een zwembad hebt, maar doe daar ook niet te stoer over. Historicus Herman Pleij noemt dat onze 'verregaande egaliseringsdrift', de verering van gelijkheid en gewoonheid.

Wat we ook heel Nederlands en heel fijn vinden: als iemand eerlijk is en oprecht. Of zoals het in de Arena klonk: 'Wij zullen André missen, omdat hij puur was, echt, wars van onoprechtheid. En omdat hij een gewone jongen was en dat altijd is gebleven.' (Job Cohen). 'Dré was Dré, recht voor zijn raap, niet te ingewikkeld. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.' (Niel van Hoff, van EMI). Het allermooiste wat je over een Nederlander kunt zeggen.

Volgens Pleij is dat trouwens eerder een cultuurverschijnsel dan een deugd. In andere landen wordt eerlijkheid helemaal niet als iets positiefs gezien. 'Wat wij eerlijk noemen en recht voor zijn raap, vinden ze buiten de grenzen lomp en bot', zegt Pleij. 'Het enorme succes van Boer Zoekt Vrouw is vooral te danken aan de zonder omwegen geuite wensen tot behoeftebevrediging van gewoon aandoende plattelanders en hun smachtende teeltkeus.'

Pleij: 'In Frankrijk heeft men het format overgenomen, maar zeker niet de titel: veel te grof. Daar heet het L'amour dans le pré, liefde in het weiland, waarmee een even simpel als beslissend verschil in levenskunst is aangegeven.'

Nederlanders, intussen, houden zo van onze gewoonheid dat we, zo lijkt het, denken dat de kapsonesloze mensen ook betere mensen zijn. Alleen als we dat op je kunnen projecteren, kun je een Hollandse held worden, zoals André Hazes dat werd op 17 september 2004.

Zij gelooft in mij door John Appel is een wat ontluisterend portret over een man met een triest gezicht, een huwelijkscrisis en een mislukt concert in Spanje. Er waren tranen, veel blikjes Heineken, een verregend zwembad in Vinkeveen en een heerlijke soap-cliffhanger: zou de gekwetste Rachel wel of niet naar Andrés concert komen? De documentaire luidde de comeback in van André Hazes. Ook cultureel Nederland omarmde hem ineens - een verering die een hoogtepunt bereikte tijdens de herdenkingsdienst in de Arena.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden