'ONZE HUIZEN' BRENGEN TERUG WAT ER WAS

Château St. Gerlach lijkt op het eerste gezicht in niets en op het tweede gezicht in alles op Kasteel Erenstein, Château Neercanne of Hotel Winselerhof....

Blijkt het paradijs toch nog te bestaan.

Het ziet er alleen anders uit dan de bijbel het schetste. Appels ontbreken bijvoorbeeld. In plaats daarvan ligt in een van de suites van Château St. Gerlach een enorm stuk melkchocolade in de vorm van het château. Etherische oliën zijn er ook, een heel doosje van Kneipp, en voor Adam en Eva staan in de badkamer voorts twee papieren tasjes. Miniflaconnetjes met shampoo en badschuim, een borsteltje voor de schoenen, en waar Monsieur zich door middel van twee Wilhelminapepermuntjes van een frisse adem kan voorzien, is er voor Madame nóg een chocolaatje ingepakt, als toegift op die enorme plak van net.

Wat te doen?

We kunnen ons in een van de grote witte badjassen rollen en naar het Kneippcentrum gaan voor een totaalbehandeling, of voor twintig baantjes schoolslag in het zwembad. We kunnen met een glas whisky voor de grote haard van het hotel gaan zitten en een beetje in één van de stoffige boeken uit de bibliotheek gaan lezen die eigenaar Camille Oostwegel zorgvuldig voor ons bij zijn favoriete antiquariaten heeft uitgezocht. We kunnen in de bistro een kopje thee drinken met uitzicht op de schemering die over de heuvels van Limburg neerdaalt. We zouden ons in een paar 'leenlaarzen' van het hotel kunnen hijsen en een stevige winterwandeling door die schemering maken, als het winter was.

We kunnen ook een eitje bakken.

De suite, volgens een opschrift op de deur 'Kleine Kaardebol' gedoopt, is uitgerust met een complete keuken; ook de vaatwasmachine ontbreekt niet. Wie zou hier nou gaan koken? De gemiddelde levensgenieter die Château St. Gerlach voor een weekendje bezoekt, gaat in zo'n mooi vijfsterrenhotel met bijpassende prijzen vast niet zelf staan modderen met een steelpannetje. Vooral niet omdat het hotel naast het prestigieuze restaurant Les Trois Corbeaux ook een knusse bistro heeft, Bistrot de Liège, waar Limburgse vlaai genuttigd kan worden aan knoestige tafels van eerlijk grenen, met oude prenten uit L'Illustration aan de muur en druipkaarsen in flessen op tafel.

Château St. Gerlach lijkt op het eerste gezicht in niets en op het tweede gezicht in alles op Kasteel Erenstein in Kerkrade, Château Neercanne in Maastricht of Hotel Winselerhof met het Italiaanse restaurant Pirandello in Landgraaf, enkele van de andere adressen die tot het Limburgse imperium van Camille Oostwegel horen. Dat imperium viert dit jaar zijn twintigjarig bestaan. Het kloeke kookboek dat ter gelegenheid daarvan werd uitgegeven, Les cuisines de Camille, is verkrijgbaar in de zes restaurants en drie hotels waarmee Oostwegel de afgelopen decennia naam maakte. Ooit stonden ze in alle eenzaamheid te vervallen als in de steek gelaten landgoed, oude herenboerderij of krakkemikkig kasteel waarvoor niemand belangstelling had. Nu staan de parkeerplaatsen vol Mercedessen en Jaguars van echtelieden en zakenlieden die in een aangename omgeving nader tot elkaar willen komen.

'Logeerpakhuizen', noemt de nieuwe editie van het blad Lekker de adressen van Oostwegel smalend. De eigenaar zelf kijkt gekwetst uit het raam van zijn sfeervol ingerichte kantoor in Château St. Gerlach: 'Over dat roddelblad wil ik eigenlijk niets zeggen. Elk woord dat je erover schrijft, is er één te veel.' Zelf spreekt Oostwegel (50) liever van 'onze huizen'. Waarin die huizen precies op elkaar lijken, is lastig te zeggen. Is het de voorkeur voor barokke versieringen, de liefde voor antiek, het gevoel voor detail?

'Ik heb al onze huizen vanaf de grond opgebouwd en ingericht, samen met mijn vrouw Judith. Onze benadering gaat uit van de eigenheid van Limburg; we proberen terug te brengen wat er was. Het resultaat is een mélange van oude sferen en ons persoonlijke stempel. Heel veel gasten zeggen dat ze onze huizen typische Oostwegelhuizen vinden, zonder precies te kunnen zeggen wat de overeenkomsten zijn. Ik let in alles op de details en streef naar perfectie, al lukt het nooit die helemaal te bereiken.'

Het enige Oostwegelhuis waarvan Oostwegel zelf directeur is geweest, is Kasteel Erenstein in Kerkrade. 'Daarmee is het in 1980 allemaal begonnen.' Zoete herinneringen koestert hij, vooral aan de kersttijd: 'Ik vind deze periode de mooiste van het jaar; alles prachtig versierd, concerten van Russische koren in onze huizen, culturele wandelingen. In Erenstein stonden Judith en ik met de kerstdagen bij de deur om iedereen te verwelkomen. Nu doen mijn directeuren dat, elk in zijn eigen huis; goed aansturen is een kwestie van delegeren en vertrouwen in je mensen hebben. Toen we voor het eerst thuisbleven tijdens de feestdagen, moest ik echt afkicken.'

Met de restauratie van Château St. Gerlach, de 'kroon op het werk', leek voor Oostwegel lange tijd de cirkel rond: het staat in Houthem, het dorp waar hij is geboren en nu ook weer woont, in Casa Blanca dat zijn grootvader, 'een vooruitstrevende patissier met durf en visie', in de jaren twintig liet bouwen. Nieuwe kastelen en hoeves zouden er niet meer komen, zei Oostwegel twee jaar geleden nog toen St. Gerlach in gebruik werd genomen. Inmiddels begint het toch weer te kriebelen.

'Château St. Gerlach is mijn laatste gróte onderneming, maar niet mijn laatste onderneming. Ik hou niet van verveling, ben nu bezig met een speciale Capitool-gids voor Maastricht en omgeving; dat is óók ondernemen.' Iets moois in het centrum van Maastricht zou hij ook nog wel willen hebben. Of in Luik. Niet veel noordelijker dan Limburg in elk geval: 'Dat is een andere wereld, waar het calvinisme nog altijd heerst. Wij zitten hier vlakbij België, we hebben de zuidelijke mentaliteit. Wist je dat Belgen de grootste champagne-drinkers ter wereld zijn?' De Nederlandse kok die hij het meest bewondert, is overigens wel een noorderling: Jonnie Boer van de Librije in Zwolle.

Bij de familie Oostwegel ging het vroeger altijd over eten en drinken. Oostwegels moeder maakte haar zoon het gelukkigst met gepaneerde kalfsoester of eigengemaakte kalfsvleeskroketten. Nu is ze tachtig en komt ze elke dinsdag zwemmen en een Kneipp-kuurtje doen in Château St. Gerlach. 'Daarna gaat ze lunchen in de bistro.' Oostwegels vader is in 1978 overleden. 'Die heeft mijn succes niet meer meegemaakt. Maar hij regelt het allemaal, dat weet ik. Hij was er nog wel bij toen ik benoemd werd als directeur bij Novotel. Ik was de jongste in die functie en had de voormalige minister van Verkeer, Tjerk Westerterp, uitgenodigd om het hotel te openen. Mijn vader was er ook. Op een gegeven moment stonden ze naast elkaar bij de champagne-bar. Westerterp stak zijn hand uit en zei: Ik ben minister Westerterp. Jaaaa, antwoordde mijn vader, maar ík ben de vader van de directeur.'

Zo groot als hij nu is - Camille Oostwegel heeft bijna vierhonderd mensen in dienst - had hij nooit willen worden. 'De zaken dienden zich nu eenmaal aan. Ik wilde hotels hebben, maar ook gastronomie bieden: wijn, eten, drinken, koken. Ik wilde bewijzen dat ik restaurateur kon zijn.' Het is half zes, de telefoon gaat. Camille junior, die 14 jaar is en 'al vanaf zijn prilste jeugd' vastbesloten is het bedrijf later over te nemen, meldt dat het eten klaar is. En de restaurateur eet nergens zo lekker als thuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden