Interview

'Onze constructieve houding maakt ons kwetsbaar'

Van bevelhebber over 45 duizend manschappen in Afghanistan via baas van de landmacht tot leraar Duits op een vmbo - eigenzinnig kiest scheidend luitenant-generaal Mart de Kruif zijn pad. Hij is straks 'b.d.', buiten dienst. Dat staat voor hem voor 'bek dicht'.

Mart de Kruif: 'Rekruten worden nu beter begeleid, ook bij de voeding. Na een mars krijgen ze niet langer een gehaktbal, maar macaroni.'Beeld Jiri Buller

'Ik ben er geen voorstander van dat de landmacht op straat gaat patrouilleren. Maar als het ons wordt gevraagd dan doen we het.' Op de ochtend van de aanslagen in Brussel staat het interview met luitenant-generaal Mart de Kruif gepland. Tot 1 april geeft hij nog leiding aan de 20 duizend manschappen van de landmacht, daarna is de 58-jarige generaal met pensioen. Dat verhindert hem niet vooruit te denken over de impact van de Brusselse aanslagen - in Frankrijk en België zijn soldaten al terug in het straatbeeld.

Wacht lopen is niet bepaald een klus waar zijn mensen naar uitkijken, maar hun adagium is loyaal te doen wat de politiek vraagt. Patrouilleren op straat zou tot meer zichtbaarheid van het leger leiden. En dat kan geen kwaad, weet De Kruif: 'Toen ik als cadet in 1977 aantrad, had je een sterk gepolariseerde samenleving waarbij een deel van de mensen grote voorstanders van het leger waren en anderen juist andere oplossingen wilden voor de dreiging van dat moment. Voor iedereen deed het leger er toe, iedereen kende ook verhalen van dienstplichtigen. Dat is verdwenen. Nu hebben mensen vaak helemaal geen idee meer wat we doen. En daardoor verliezen we het in het maatschappelijk debat. Als de keuze is: besteden we onze euro's aan onderwijs of zorg of geven we ze aan defensie dan leggen wij het altijd af', constateert hij nuchter.

Hoe waar dat is, heeft de krijgsmacht sinds de val van de Muur dramatisch ondervonden. In de periode tussen 1990 en 2015 halveerde het budget en ging de krijgsmacht van 100 duizend naar 40 duizend man terug; de luchtmacht ging van 213 naar 61 F-16's, de marine van veertien naar zes fregatten, de landmacht naar nul tanks. Anekdotes vertellen verder hoe hard er is bezuinigd: rijverboden voor veel militaire auto's om brandstof uit te sparen; marineschepen die om dezelfde reden niet konden uitvaren en 'pang-pang-pang' roepende soldaten bij oefeningen om munitie te besparen.

Heeft de krijgsmacht wellicht de politieke antennes ontbeerd om zich te verweren tegen bezuinigende politici?

'We hebben een can-do-mentaliteit. We zijn hier gewend alles aan elkaar te knopen, ook als er niets meer aan elkaar te knopen valt. Die constructieve houding kan je in het politieke domein kwetsbaar maken. Maar ik vind niet dat die mentaliteit tegen ons mag worden gebruikt, het is iets waar we juist zuinig op moeten zijn. We zijn een broodje speciaal, we doen altijd loyaal wat er van ons wordt gevraagd. Dat zou moeten betekenen dat de politiek beseft een bijzondere verantwoordelijkheid voor ons te hebben.'

Heeft u in dit opzicht verschil gemerkt, of een minister van PvdA, VVD of CDA afkomstig was?

'Nou, eerlijk gezegd niet. De bezuinigingen van 2011, nog eens een miljard, hebben er zeker bij de landmacht vreselijk ingehakt. En die waren het werk van een kabinet van CDA en VVD.'

Jaren van krimp en sterk teruglopende budgetten - wat doet dat met een organisatie?

'Behalve de tekorten aan wat ik maar even de motorolie noem, dus de kogels en de voertuigen, is het ook een gevaar voor de motor zelf, de mensen van de krijgsmacht. Die moeten voldoende loopbaanperspectief houden, er moet trek in de schoorsteen blijven. Anders zie je bijvoorbeeld technisch geschoold personeel dat om zich heen gaat kijken. Nu is mijn zorg vooral te weinig doorstroom. Hogere functies blijven lang bezet. Dat kan operationeel problemen opleveren, wanneer bijvoorbeeld een bataljonscommandant niet begin veertig is, maar dat pas eind veertig wordt. Gelukkig loopt de vulling van onderop goed, we hebben weinig vacatures.'

Zit er bij die jonge generaties niet ook een probleem: bij het Korps Mariniers was er in 1990 maar 6 procent uitval in de opleiding, dat is nu meer dan de helft. 'Ze hebben nog nooit zonder bed geslapen', luidt de klacht.

'Het is waar dat de jongeren van nu minder fit zijn, minder kracht hebben en over minder fijne motoriek beschikken dan enkele decennia geleden. Wanneer je niet buiten speelt en in bomen klimt, maar achter een computer zit, dan is in een touw klimmen een stuk lastiger. Maar dat kunnen we met onze trainingsprogramma's redelijk goed opvangen. Wat ook meespeelt, is dat we de eisen hebben opgeschroefd. Bij de commando's zie je nu een relatief hoger aantal hoogopgeleiden, omdat dat naast fysieke eisen ook steeds meer mentale capaciteiten vergt - intelligentie en integriteit worden belangrijker. We hebben bij de commando's ook de uitval weer lager weten te krijgen door betere begeleiding. Vroeger was een goede instructeur iemand die veel afvallers op zijn naam had. Die tijden zijn voorbij. Mensen worden nu beter begeleid, ook bij hun voeding. Na een lange mars krijgen ze niet meer een gehaktbal, maar een bord macaroni.'

Als commandant van ISAF, toen u leiding gaf aan 45 duizend manschappen in Afghanistan, heeft u het Nederlandse leger met dat van andere landen kunnen vergelijken. Hoe bracht ons land het ervan af?

'Die vergelijking vind ik lastig. De Amerikanen zijn heel erg goed in logistiek. Die konden om de vier minuten een C-17 (groot Amerikaans transporttoestel) op Kandahar laten landen. Om de vier minuten! Ongelofelijk. En bij de Britten ben ik onder de indruk van de mentale weerbaarheid van hun onderofficieren, hun beroepstrots en hun onderkoelde houding. Nederlanders op dat niveau zijn trouwens ook erg goed. Maar onze Engelse taalvaardigheid viel me tegen. Uit onderzoek blijkt dat er maar één land is waar de eigen taalvaardigheid consequent te hoog wordt ingeschat. En militair Engels luistert nauw: of je als opdracht hebt 'to destroy' (kapot maken) of 'to annihilate' (vernietigen) is een groot verschil, met mogelijk consequenties voor burgers. Daar kun je geen misverstand over hebben. Sinds Afghanistan doen we daarom iedere grote training in het Engels, ook als er alleen Nederlanders bij zijn betrokken. En dat werpt resultaten af.'

Door de Nederlandse Luchtmobiele Brigade in een Duitse divisie op te laten gaan heeft u internationaal opzien gebaard. Is daarmee de grens van samenwerking bereikt of moeten krijgsmachten nog veel verder gaan?

'Dat weet ik echt niet. Ik weet wel wat er voor nodig is om zo ver te komen: blind vertrouwen. Mijn Duitse collega Bruno Kasdorf met wie ik dit heb gedaan, had ook in Afghanistan gediend. Dat schept een sterke band. Niet alles is gelukt, veel wel. Nu kun je zien hoe een Duitse Hauptmann aan Nederlandse jongens op een Duitse tank orders geeft. Dat hield ik enkele jaren geleden voor onmogelijk. En we hebben gezien hoe een Nederlandse bataljonscommandant zijn manschappen spontaan inzette toen de Elbe overstroomde. De Duitsers vonden dat geweldig.'

In het kader van internationale specialisatie heeft oud-VVD-leider Bolkestein gepleit voor de marine als enig onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht. Hoe kijkt u daar tegenaan?

'Ik begrijp de intellectuele gedachtegang wel, en we hebben ook een fantastische marine, maar dat voorstel is echt niet van deze wereld. Je hebt boots on the ground nodig, en in de toekomst zal dat eerder meer dan minder het geval zijn. Pas wanneer je bij operaties bereid bent echte risico's te lopen dan tel je voor bondgenoten mee. Bovendien hebben we nu drie brigades (9 duizend man) die genetwerkt kunnen optreden, state-of-the-art met digitale middelen. Daarmee stoppen zou heel dom zijn, het is precies wat de NAVO vraagt en wat verder alleen delen van het Franse en het Amerikaanse leger kunnen bieden. Als we alleen een marine zouden hebben, zouden we geen speler meer zijn op allerlei terreinen. En ik vind dat we als zestiende economie van de wereld en deel uitmakend van een bondgenootschap wel die speler moeten blijven.'

Op 58-jarige leeftijd met pensioen gaan - dat roept de vraag op wat hierna komt.

'Voorlopig even een paar maanden helemaal niks. Met mijn uitzendingen heb ik mijn vlieguren wel gemaakt. Voorlopig sta ik in het krijt bij de bevelhebber thuis. Je zult mij in de eerst komende jaren ook niet op televisie zien verschijnen. Een collega van me zei: 'b.d.' staat niet voor 'buiten dienst', maar voor 'bek dicht'. Daar kan ik me wel in vinden. Je moet je opvolgers niet voor de voeten gaan lopen. Misschien ga ik wel Duitse les op een vmbo geven. Ik ben nog niet bevoegd, maar ik ben er wel goed in. En ik vind de tekorten aan leraren Duits echt schandalig.'

CV Mart de Kruif

1958 Geboren 1 september, Apeldoorn

1981 Cum laude afgestudeerd aan Koninklijke Militaire Academie, Breda

1981-1990 Pelotonscommandant pantserinfanterie

1991-2001 Staffuncties in Seedorf, Führungsakademie der Bundeswehr

2001 Bataljonscommandant Bosnië

2002-2006 Staffuncties in Den Haag; US Army War College

2007-2008 Commandant 43 Gemechaniseerde Brigade, Havelte

2008-2009 Commandant NAVO-troepen in zuidelijke Afghanistan

2010-2011 Plaatsvervangend commandant landstrijdkrachten

2011-heden Commandant landstrijdkrachten

Mart de Kruif is getrouwd en heeft vier kinderen. Hij is Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden