INTERVIEW

'Onwil scholen houdt te veel kinderen thuis'

Thuiszittende kinderen zijn niet ziek, vindt de ex-Kinderombudsman, ze hebben behoefte aan gemeenten en scholen die zich voor hen inspannen.

Ex-kinderombudsman Marc Dullaert. Beeld anp

'Ik begrijp niet waarom er op dit moment nog duizenden kinderen thuis zitten. Dat is volstrekt onnodig.' Het is in twee zinnen de boodschap die Marc Dullaert tijdens het gesprek als een mantra zal herhalen: het aantal kinderen dat in Nederland niet naar school gaat omdat er geen passend onderwijs voor ze wordt gevonden, kan - en moet - flink worden teruggedrongen.

'Als ik zie wat de impact is op thuiszitters en hun familie, dat is niet mis. Kinderen raken sociaal geïsoleerd. Hun ouders komen financieel achterop omdat er iemand thuis moet blijven, er komen echtscheidingen van.'

De voormalige Kinderombudsman reisde de afgelopen maanden door het land als 'aanjager' van het Thuiszitterspact. In deze overeenkomst, die scholen, gemeenten en drie ministeries in juni ondertekenden, staat dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis mag zitten zonder dat het een passend onderwijsaanbod krijgt. Het aantal thuiszitters schommelt in Nederland al jaren rond de tienduizend. Nu deelt Dullaert voor het eerst zijn bevindingen.

Dullaert sprak met schoolbestuurders, leerplichtambtenaren en ouders. Hij luisterde naar hun verhalen en stelde lastige vragen. Waarom is het aantal thuiszitters in de ene gemeente zoveel hoger dan in de andere gemeente? Waarom weet de ene school kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte wel te plaatsen en kunnen ze op de ander niet terecht?

'Ik trof een schizofrene situatie aan. Op sommige plekken gaat het heel goed, op andere niet. Ik heb ouders gesproken die zijn verhuisd om hun kind toch naar school te laten gaan, of kinderen die elke dag heel lang moeten reizen. Dat stoort mij, want op andere plekken kan het wel.'

Neem de autistische jongen die de stap naar de brugklas moest maken, een van de succesverhalen waarop Dullaert stuitte. Omdat de jongen de overgang naar de middelbare school doodeng vond, bedachten school, ouders en leerplichtambtenaar samen een oplossing. Als de ouders met die jongen nu de eerste dagen van het schooljaar alleen een paar keer om de school zouden rijden? En hij daarna gedurende een paar dagen een uurtje in de klas zou zitten? En dan een dagdeel?

'Dat werkte', zegt Dullaert. 'Die jongen gaat nu voltijds naar school. Maar als die leerplichtambtenaar streng was geweest, had hij gezegd: dit kan niet. Elk kind moet vanaf dag één naar school.'

Waarom gaat het niet overal zo?

'Ik zie dat in gemeenten waar het goed gaat zorg en onderwijs bij elkaar worden gebracht. Daar zit iedereen samen aan tafel: de leerplichtambtenaar, de school, jeugdzorg. De onderwijsbehoefte van het kind staat er centraal. Over thuiszitters wordt soms gesproken als kinderen die een ziekte hebben. Die kinderen zijn niet ziek, ze hebben een specifieke onderwijsbehoefte. Het is aan de scholen en gemeenten om daarin te voorzien.

Wat weerhoudt scholen ervan een oplossing te zoeken voor deze kinderen?

'Dat heb ik schoolbesturen gevraagd. Hun eerste verdedigingslinie is vaak: we kunnen Piet of Marie niet plaatsen omdat wij het onderwijs dat ze nodig hebben niet bieden. Van sommige rectoren kreeg ik, na veel doorvragen, te horen dat ze bang waren voor slechtere slagingspercentages omdat deze leerlingen mogelijk slecht zouden scoren.

'Meerdere scholen spraken over een aanzuigende werking. Ze zeiden: als we een paar thuiszitters plaatsen, zijn we bang dat er meer komen, dat is niet goed voor ons. Van één schoolleider hoorde ik dat andere ouders geen kind met extra leerbehoeften in de klas willen. Daar baal ik ongelooflijk van. Uiteindelijk hangt het van de moed van individuele bestuurders af. Die zeggen: we vechten voor dit kind.'

Wat is er nodig om thuiszitters weer naar school te krijgen?

'De sleutel is: snel signaleren en ingrijpen. Daarmee kun je problemen voorkomen. Veel gemeenten hebben het aantal kinderen dat thuiszit nog onvoldoende in beeld. Tilburg, een gemeente waar het wel goed gaat, heeft alle thuiszitters precies in kaart. Daar is het aantal thuiszitters de laatste jaren bijna gehalveerd.

'Ik vind dat je als gemeente moet willen dat het goed gaat met de jongeren in jouw gemeente. Maar als je toch op de centen gaat letten, focus dan op het naar school brengen van thuiszitters. Want als kinderen thuis komen te zitten, dan kost je dat als gemeente ongelooflijk veel geld.

'Uit een onderzoek van de werkgroep Vanuit autisme bekeken, blijkt dat gemeenten ten minste 51 duizend euro per kind per jaar kunnen besparen als kinderen met autisme die nu thuis zitten weer naar school gaan.

'Voor scholen is het de kunst om een goede relatie aan te gaan met de ouders, want daar gaat het vaak hartstikke fout. Je ziet dat scholen zich soms hautain opstellen ten opzichte van de ouders, er wordt niet naar hen geluisterd.

'Ouders zijn op hun beurt ook niet allemaal heilig. Sommigen hebben onrealistisch hoge verwachtingen van hun kind. Moeders vechten vaak als een leeuwin voor hun kind. Dan krijg je escalaties, er ontstaat een loopgravenoorlog, waar advocaten aan te pas moeten komen.'

Gaat het lukken om voor 2020 alle thuiszitters weer naar school te krijgen?

'Laat ik het zo zeggen: er zijn gemeenten die in twee jaar tijd het aantal thuiszitters hebben weten te halveren. Dat zegt volgens mij genoeg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden