Onwetende student wil graag leren

Studenten Nederlands kan moeilijk worden verweten in het studiehuis weinig feiten te hebben geleerd, betogen Geert Buelens, Jos Joosten en Thomas Vaessens....

Watskeburt met Kees Fens? Hij lijkt zich, in zijn wekelijkse rubriek (Kunst, 26 januari), aangevallen te voelen door uitspraken van drie vers benoemde, jonge hoogleraren Moderne Nederlandse Letterkunde. Hij probeert ze ook tegen elkaar uit te spelen: twee cultuurpessimisten versus een populist. Maar wij pleiten er juist voor zowel het literaire erfgoed als de belevingswereld van de studenten serieus te nemen (zie onder meer Vaessens in Cicero,2 september, en Buelens op Forum, 29 december, red.).

Ergens in de jaren vijftig verschenen in Vox Carolina, het studentenblad van de Katholieke Universiteit Nijmegen, de resultaten van een rondvraag onder eerstejaars naar hun parate geloofskennis.

Wat bleek, tijdens de hoogtijdagen van het Rijke Roomse Leven: deze verzuilde eerstejaars hadden een abominabele kennis van bijbel en geloofszaken. Op eenvoudige vragen als de namen van de evangelisten, of de taal waarin de evangeliën oorspronkelijk waren geschreven, leverde de toenmalige jonge katholieke elite antwoorden ('Lucas natuurlijk in het Latijn, want dat was een arts') die bij de auteur tot een mengeling van hilariteit en verbijstering leidden.

Een jaar of veertig later maakte Kees Fens, toentertijd hoogleraar Moderne Nederlands Letterkunde aan diezelfde universiteit, zijn verbijstering publiek over een soortgelijk feit: de overgrote meerderheid van zijn, inmiddels ontzuilde, studenten wist niet wat het begrip kerstenen betekende. Een waarneming die Fens in april 2004 nog eens oprakelde op de VPRO-tv, in een gedachtewisseling met enkele generatiegenoten.

Ook wij herkennen de kloof, die kennelijk generatie na generatie bestaat, tussen de wereld waarin men zelf groot werd en die van studenten. Een groot verschil tussen toen en nu is, dat wij beogen met enthousiasme en elan onze eigen kennis van zaken te meten met de gretigheid en het enthousiasme die wij wel degelijk bij onze studenten zien, ondanks alle beperkingen die hun en ons anno nu (bijvoorbeeld door de BaMa-structuur en financiële voorwaarden) zijn opgelegd.

We merken dat studenten wel degelijk willen gaan deel uitmaken en meewerken aan de wording en voortgang van een gedeelde cultuur, die of we dat leuk vinden of niet, geen vaststaand gegeven is.

Wat het hoger onderwijs en de inhoud en ambities van een studie als Nederlands betreft, kunnen we kort zijn: feitenkennis (wie waren de Tachtigers?), vaardigheden (hoe interpreteer ik een metafoor?) en belezenheid zijn en blijven van cruciaal belang. Daarbij geeft het geen pas de studenten de onvolkomenheden van het studiehuis te verwijten. Zij kunnen het niet helpen dat hun geen historisch kader is aangereikt. Maar op de universiteit gelden wat ons betreft andere normen: als je je studie niet ernstig neemt, verdien je geen diploma. Of zoals staatssecretaris Rutte eerder deze week opmerkte: bijbaantjes mogen niet belangrijker lijken dan de studie.

Maar deze (allesbehalve nieuwe) strengheid impliceert niet dat wij, verschanst achter een stapel Moeilijke Boeken, denken te kunnen volstaan met de studenten toe te schreeuwen: 'Dit is de heilige canon, vreten die handel.' Het gaat er niet om dat wij onze studenten onze literaire waarden en gewoonten bijbrengen, het gaat erom dat ze de veranderlijkheid en werking van zulke conventies leren bestuderen. Bovendien is ook de leefwereld van de studenten van belang. Wij willen jonge lezers inzicht verschaffen in de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur en cultuur. We willen laten zien hoe literatuur vroeger functioneerde en vandaag; we willen onderzoeken wat oude literatuur vandaag kan betekenen en hoe hedendaagse cultuuruitingen daarbij kunnen helpen. Een nauwgezette lectuur van Multatuli, Leopold of Bordewijk vinden we essentieel, dat staat buiten kijf.

Maar wanneer we, bijvoorbeeld, willen praten over oraliteit door de eeuwen heen, komt ook de hiphophit 'Watskeburt?!' van de Jeugd van Tegenwoordig aan bod. Wie Nederlands heeft gestudeerd, moet toegerust zijn voor de verantwoordelijke taak van de bewaking van het literaire erfgoed en moet kunnen functioneren in de complexe (literaire) cultuur van vandaag.

Wij zijn alledrie (geboren in 1964, 1967 en 1971) opgegroeid in een cultuur waarin popmuziek prominenter was dan Vestdijk. Uiteraard heeft dat een invloed op hoe wij met 'hoge cultuur' omgaan. We zijn daarin niet spontaan opgegroeid, hebben die ten dele moeten 'veroveren'. In dat opzicht verschillen wij wellicht structureel van voorgangers als Fens en lijken we veeleer op onze studenten. Dat maakt Fens' frase 'alles wat ik heb gedaan (is) overbodig geweest, want uit de tijd' echter niet minder pathetisch. Hij kent onze publicaties (over Gezelle, Emants, Van Ostaijen, Nijhoff, Claus, Lucebert, Ter Balkt) voldoende om te weten dat we de groten uit de Nederlandstalige literatuur met aandacht en passie bestuderen. We willen, met al onze collega's, die kennis graag overdragen aan telkens nieuwe generaties studenten die daar, ondanks allerlei cultuurpessimistisch gemopper, steeds weer voor blijken open te staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden