Onvoltooide veldtocht tegen slappe knieën

Na de halvering van het CDA in 2010 was Hans Hillen eindelijk aan zet. De weg naar een echt conservatieve partij lag open. Hij werd minister van Defensie, maar zijn tijd is alweer voorbij.

Afgelopen zondag, op Vaderdag, werd Hans Hillen 65. Hij is de minister met het droevige hondenhoofd. Hij had dat gezicht al toen hij 19 was en naar de School voor de Journalistiek in Utrecht ging. Het was 1966, het oproer broeide en Hillen ontdekte dat hij niets te zoeken had op die zogenaamde opleiding voor zogenaamde journalisten; luie, linkse inteelt was het waar men onder elkaar de voosheid vierde.


Verderop in Utrecht ging hij sociologie studeren. Niet dat het daar veel beter was. Tot drie uur 's nachts discussiëren over het onrecht. 'Je kon niet in een werkgroep zitten,' herinnerde hij zich, 'of je moest eerst de tien geboden van Marx opdreunen.' Hij studeerde af op een scriptie over de kerkvader Augustinus.


Hans Hillen, CDA-prominent en minister van Defensie, staat niet op de lijst voor de verkiezingen van 12 september. Henk Bleker ook niet, Joop Atsma niet, Maxime Verhagen niet, Jack de Vries niet, het Limburgse vechtersbaasje Ger Koopmans niet. Partijvoorzitter Ruth Peetoom wilde een lijst van louter nette mensen, anständige Leute. De club van conservatieve krachten is afgevoerd. In één beweging en net zo snel als men in 2010 de macht greep.


Voor Hans Hillen, politiek roofdier pur sang, is de ontgoocheling misschien nog het grootst. Hij heeft veertig jaar van zijn leven in dienst gesteld van de strijd tegen de afhangende schouders en de slappe knieën, volksziekte nummer één. Hij dacht eindelijk te kunnen oogsten. Hij heeft verkeerd gedacht.


Hij is politicus met een licht intellectuele inslag. Hij schrijft geen boeken, maar overziet graag het slagveld, probeert te begrijpen wat er aan de hand is. Zijn programma daarentegen is van een platte eenvoud: stop de rooien. Hij is eigenwijs en recalcitrant. Hij heeft zich wel 'een verzoener' genoemd, maar veel mensen moeten grimlachen om zo'n zelfbeeld.


Hij wilde de politiek in 'om mensen het gevoel te geven dat ze met hun roep om waarden en normen bij mij konden schuilen'. Begin jaren negentig afficheerde hij zich als 'een pastoraal politicus'. Wat doet zo iemand? Die wijst de weg, zorgzaam, maar resoluut en 'niet a priori tolerant'. Hans Hillen en zijn soulmate Maxime Verhagen zijn beiden conservatief, maar Hans is zendeling en Maxime is Limburger - beter kun je het verschil eigenlijk niet benoemen.


Wat in de wereld van Hans Hillen zoal verloren is gegaan: zuinigheid, vlijt, discipline (inclusief het 'overschrijden van pijngrenzen'), het gezin, de godsdienst, tevredenheid, het katholicisme. Tegenover Vrij Nederland gaf hij een illustratie. Bij hem in de buurt, in Hilversum, werd een boomhut gebouwd in een achtertuin. Elk kind droomt van een boomhut, drie planken en vier spijkers volstaan. Wat denk je? Deze hut werd gebouwd door een erkend timmerbedrijf. Het karakterbederf groeit aan de boom.


Al in 2003 zei hij het hardop, in een interview met Elsevier: 'Het CDA is geen middenpartij, het CDA is de conservatieve partij.' Let op het bepaalde lidwoord: de conservatieve partij. Te veel CDA'ers, vond hij, vertonen zielig imitatiegedrag; ze willen zo reuze graag voor progressief worden gehouden. De middenklasse, de hardwerkende burgers zijn de klos van dat modieuze meedeinen: 'Die burgers staan in de kou als ze 5 kilometer te hard rijden en worden geflitst, terwijl de politie lachend toekijkt als de fiets van hun dochter wordt gejat.'


Hij is, als je er tegen kunt, een grappige man, Hans Hillen. Hij vindt het fijn de meute op stang te jagen. Het is ook nodig, meent hij. Iemand moet het zeggen. Niemand luistert. Dan moet je het gewoon wat rauwer zeggen.


Uit het trommeltje van Verzamelde Boutades van Hans Hillen:


Over de rollator die men zelf zou moeten betalen: 'Het driewielertje voor kleuters die leren fietsen, wordt ook niet vergoed.' Er wordt sowieso te veel vergoed: 'Mag iemand met vraatzucht zich op kosten van de samenleving weer op maat laten zuigen door de liposuctor?'


'Kinderen blijven tegenwoordig drie jaar langer onzindelijk dan vroeger.'


Zijn dochter kon hevig puberen. 18, veel te laat thuis, en even bellen, ho maar. Nee, een zaktelefoon kreeg ze niet. 'We zullen een beetje meedoen aan dat verwende Gooise gedoe.'


'Er zou een rem moeten komen op scheiden. We hebben wachtdagen bij ziekte, waarom zou er geen afkoelingstermijn kunnen bestaan voor echtscheidingen?'


In Opzij deed hij in 1998 een boekje open over het grootste gezelschapsspel aan het Binnenhof: vreemdgaan. 'We hebben het er onderling in de fractie vaak over, wie nu weer met wie is. Even de waterhoogten van vandaag doornemen, noemen we dat. Iemand die ontrouw is, is meestal op zoek naar een illusie. Eigenlijk vind ik dat daar in de pers best meer over geschreven zou mogen worden, in het algemeen, maar ook met naam en toenaam.' Het is zielszwakte die zich volgens Hans Hillen uitstrekt tot voorbij het voeteneind: 'Mensen die op dit vlak te verleiden zijn, zijn dat ook op ander gebied.'


Praten doet hij de hele dag, hij kan niet anders. Het heeft hem tot een graag geziene gast gemaakt in allerhande ouwehoerprogramma's op radio en tv. Stel een halve vraag en hij kent al het hele antwoord. In hoog tempo, op vlakke toon en in ironische bewoordingen legt hij uit hoe deerlijk de vragensteller zich vergist. Hans Hillen weet altijd waar het heen moet, vooral als niemand het meer weet.


Hij is sinds jaar en dag een fluisteraar. Hij was het al toen hij nog journalist was bij het NOS Journaal. Samen met zijn vriend en geestverwant Charl Schwietert deed hij de Haagse politiek. Fons van der Stee was de katholieke minister van Financiën in het kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981). Van der Stee moest bezuinigen, 10 miljard in vier jaar. Dat was een astronomisch bedrag in die tijd. Hillen en Schwietert bedachten voor Van der Stee de slogan: 'Wat nodig is, is lef.' Voor het gemak maakten ze er gelijk een prominent item voor het Journaal van.


Later, ten tijde van Lubbers, werd Hans Hillen de woordvoerder van de roemruchte Onno Ruding. Minister en woordvoerder trokken schouder aan schouder op tegen de verwording van de verzorgingsstaat. Hillen bedacht voor zijn bewindsman de beeldspraak dat de werkloze liever op de bank blijft hangen bij 'tante Truus' dan dat hij zijn lot in eigen handen neemt. Hillen bestelde Het Vrije Volk, de krant van de 'vijand', Ruding leverde de tekst en de linkse oppositie was in alle staten.


Journalist, voorlichter, lobbyist, politicus - altijd dook vanuit de coulissen Hans Hillen op. Het was niet dat wat hij bekokstoofde absoluut het daglicht niet kon verdragen, maar voor het resultaat was stilte doorgaans beter dan ruchtbaarheid.


Hij heeft de implosie van het CDA als machtsmachine van nabij meegemaakt. Hij leverde in zekere zin zijn eigen bijdragen. Fractievoorzitter Ennëus Heerma bijvoorbeeld onderging halverwege de jaren negentig een zachte verwurging. Ze vonden hem te soft. Hij gaf het paarse kabinet van Kok soms complimenten. Hij moest weg. Hillen was een van de uitvoerders. Een vraagje hier, een suggestie daar - hij weet hoe je een politiek feit moet creëren. Heerma haakte af in tranen.


Wie als een politiek roofdier aan een toekomst bouwt, bouwt als vanzelf ook aan zijn oppositie. Twaalf jaar was Hans Hillen Tweede Kamerlid. 'Bluesy' heeft hij die jaren wel genoemd. 'Ik heb veel droeve eenzaamheid gehad.' Balkenende bood hem in 2002 een staatssecretariaat aan; bijna beledigd sloeg hij het aanbod af. Tot zijn teleurstelling bleef het CDA een stroperige middenpartij, met te veel figuren die in zijn ogen de progressief uithingen uit angst niet serieus te worden genomen.


Opeens keerde het tij. Na de desastreuze halvering van het CDA bij de verkiezingen van 2010 (van 41 naar 21 zetels) zat de partij in zak en as. Niemand wist raad. Als niemand raad weet, wijst Hans Hillen de weg. De weg lag open naar de gedroomde waarachtig conservatieve partij. Met geweld drukte het team-Verhagen zijn zin door. Er werd gedreigd en gekrijst. Kamerlid Kathleen Ferrier belde midden in de nacht een geestverwant. 'Ze lopen te krijsen tegen me, wat moet ik doen?' Het antwoord: 'Terugkrijsen.'


Het team-Verhagen dacht op fluweel te zitten. Waarin heeft men zich vergist? Hillen zei te verwachten dat 'Wilders als een ballon zal leeglopen'. Dat bleek overmoed. Hij deed alsof het CDA de macht had. Maar macht heb je pas als je kunt breken. En in die positie verkeerde zijn conservatieve CDA niet.


CDA'ers zeggen dat Hillen met al zijn reukzin voor de macht, die oude katholieke kwaliteit, te veel het oor heeft laten hangen naar zijn drift als zendeling van het conservatieve gedachtengoed. En nu is zijn grand travail vastgelopen en vriend noch vijand weet te vertellen hoe hij het op gang zou moeten krijgen.


Afgelopen zondag, Vaderdag, werd Hans Hillen 65. Hij meende dat hij eindelijk aan de beurt was. Tenslotte wachtte hij al op zijn beurt sinds z'n 19de, sinds hij voor het eerst de rug keerde naar de horde van ongedisciplineerden. Hij dacht dat hij aan zet was, maar zijn tijd is alweer voorbij. Missie niet volbracht.


1947 Geboren in Den Haag


1966 School voor de Journalistiek, Utrecht


1967 Sociologie, Rijksuniversiteit Utrecht


1972 Docent maatschappijleer


1977 Politiek verslaggever NOS


1983 Directeur voorlichting ministerie van Financiën


1990 Tweede Kamerlid CDA


2003 Voorzitter College voor Zorgverzekeringen


2005 Lid dagelijks bestuur VNO-NCW


2007 Eerste Kamerlid CDA


2008 Eigenaar communicatiebureau


2010 Minister van Defensie


Hans Hillen is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon. Hij woont in Hilversum.


Hans Hillen


Het Dinsdagprofiel


Afgelopen zondag, op Vaderdag, werd Hans Hillen 65. Hij is de minister met het droevige hondenhoofd. Hij had dat gezicht al toen hij 19 was en naar de School voor de Journalistiek in Utrecht ging. Het was 1966, het oproer broeide en Hillen ontdekte dat hij niets te zoeken had op die zogenaamde opleiding voor zogenaamde journalisten; luie, linkse inteelt was het waar men onder elkaar de voosheid vierde.


Verderop in Utrecht ging hij sociologie studeren. Niet dat het daar veel beter was. Tot drie uur 's nachts discussiëren over het onrecht. 'Je kon niet in een werkgroep zitten,' herinnerde hij zich, 'of je moest eerst de tien geboden van Marx opdreunen.' Hij studeerde af op een scriptie over de kerkvader Augustinus.


Hans Hillen, CDA-prominent en minister van Defensie, staat niet op de lijst voor de verkiezingen van 12 september. Henk Bleker ook niet, Joop Atsma niet, Maxime Verhagen niet, Jack de Vries niet, het Limburgse vechtersbaasje Ger Koopmans niet. Partijvoorzitter Ruth Peetoom wilde een lijst van louter nette mensen, anständige Leute. De club van conservatieve krachten is afgevoerd. In één beweging en net zo snel als men in 2010 de macht greep.


Voor Hans Hillen, politiek roofdier pur sang, is de ontgoocheling misschien nog het grootst. Hij heeft veertig jaar van zijn leven in dienst gesteld van de strijd tegen de afhangende schouders en de slappe knieën, volksziekte nummer één. Hij dacht eindelijk te kunnen oogsten. Hij heeft verkeerd gedacht.


Hij is politicus met een licht intellectuele inslag. Hij schrijft geen boeken, maar overziet graag het slagveld, probeert te begrijpen wat er aan de hand is. Zijn programma daarentegen is van een platte eenvoud: stop de rooien. Hij is eigenwijs en recalcitrant. Hij heeft zich wel 'een verzoener' genoemd, maar veel mensen moeten grimlachen om zo'n zelfbeeld.


Hij wilde de politiek in 'om mensen het gevoel te geven dat ze met hun roep om waarden en normen bij mij konden schuilen'. Begin jaren negentig afficheerde hij zich als 'een pastoraal politicus'. Wat doet zo iemand? Die wijst de weg, zorgzaam, maar resoluut en 'niet a priori tolerant'. Hans Hillen en zijn soulmate Maxime Verhagen zijn beiden conservatief, maar Hans is zendeling en Maxime is Limburger - beter kun je het verschil eigenlijk niet benoemen.


Wat in de wereld van Hans Hillen zoal verloren is gegaan: zuinigheid, vlijt, discipline (inclusief het 'overschrijden van pijngrenzen'), het gezin, de godsdienst, tevredenheid, het katholicisme. Tegenover Vrij Nederland gaf hij een illustratie. Bij hem in de buurt, in Hilversum, werd een boomhut gebouwd in een achtertuin. Elk kind droomt van een boomhut, drie planken en vier spijkers volstaan. Wat denk je? Deze hut werd gebouwd door een erkend timmerbedrijf. Het karakterbederf groeit aan de boom.


Al in 2003 zei hij het hardop, in een interview met Elsevier: 'Het CDA is geen middenpartij, het CDA is de conservatieve partij.' Let op het bepaalde lidwoord: de conservatieve partij. Te veel CDA'ers, vond hij, vertonen zielig imitatiegedrag; ze willen zo reuze graag voor progressief worden gehouden. De middenklasse, de hardwerkende burgers zijn de klos van dat modieuze meedeinen: 'Die burgers staan in de kou als ze 5 kilometer te hard rijden en worden geflitst, terwijl de politie lachend toekijkt als de fiets van hun dochter wordt gejat.'


Hij is, als je er tegen kunt, een grappige man, Hans Hillen. Hij vindt het fijn de meute op stang te jagen. Het is ook nodig, meent hij. Iemand moet het zeggen. Niemand luistert. Dan moet je het gewoon wat rauwer zeggen.


Uit het trommeltje van Verzamelde Boutades van Hans Hillen:


Over de rollator die men zelf zou moeten betalen: 'Het driewielertje voor kleuters die leren fietsen, wordt ook niet vergoed.' Er wordt sowieso te veel vergoed: 'Mag iemand met vraatzucht zich op kosten van de samenleving weer op maat laten zuigen door de liposuctor?'


'Kinderen blijven tegenwoordig drie jaar langer onzindelijk dan vroeger.'


Zijn dochter kon hevig puberen. 18, veel te laat thuis, en even bellen, ho maar. Nee, een zaktelefoon kreeg ze niet. 'We zullen een beetje meedoen aan dat verwende Gooise gedoe.'


'Er zou een rem moeten komen op scheiden. We hebben wachtdagen bij ziekte, waarom zou er geen afkoelingstermijn kunnen bestaan voor echtscheidingen?'


In Opzij deed hij in 1998 een boekje open over het grootste gezelschapsspel aan het Binnenhof: vreemdgaan. 'We hebben het er onderling in de fractie vaak over, wie nu weer met wie is. Even de waterhoogten van vandaag doornemen, noemen we dat. Iemand die ontrouw is, is meestal op zoek naar een illusie. Eigenlijk vind ik dat daar in de pers best meer over geschreven zou mogen worden, in het algemeen, maar ook met naam en toenaam.' Het is zielszwakte die zich volgens Hans Hillen uitstrekt tot voorbij het voeteneind: 'Mensen die op dit vlak te verleiden zijn, zijn dat ook op ander gebied.'


Praten doet hij de hele dag, hij kan niet anders. Het heeft hem tot een graag geziene gast gemaakt in allerhande ouwehoerprogramma's op radio en tv. Stel een halve vraag en hij kent al het hele antwoord. In hoog tempo, op vlakke toon en in ironische bewoordingen legt hij uit hoe deerlijk de vragensteller zich vergist. Hans Hillen weet altijd waar het heen moet, vooral als niemand het meer weet.


Hij is sinds jaar en dag een fluisteraar. Hij was het al toen hij nog journalist was bij het NOS Journaal. Samen met zijn vriend en geestverwant Charl Schwietert deed hij de Haagse politiek. Fons van der Stee was de katholieke minister van Financiën in het kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981). Van der Stee moest bezuinigen, 10 miljard in vier jaar. Dat was een astronomisch bedrag in die tijd. Hillen en Schwietert bedachten voor Van der Stee de slogan: 'Wat nodig is, is lef.' Voor het gemak maakten ze er gelijk een prominent item voor het Journaal van.


Later, ten tijde van Lubbers, werd Hans Hillen de woordvoerder van de roemruchte Onno Ruding. Minister en woordvoerder trokken schouder aan schouder op tegen de verwording van de verzorgingsstaat. Hillen bedacht voor zijn bewindsman de beeldspraak dat de werkloze liever op de bank blijft hangen bij 'tante Truus' dan dat hij zijn lot in eigen handen neemt. Hillen bestelde Het Vrije Volk, de krant van de 'vijand', Ruding leverde de tekst en de linkse oppositie was in alle staten.


Journalist, voorlichter, lobbyist, politicus - altijd dook vanuit de coulissen Hans Hillen op. Het was niet dat wat hij bekokstoofde absoluut het daglicht niet kon verdragen, maar voor het resultaat was stilte doorgaans beter dan ruchtbaarheid.


Hij heeft de implosie van het CDA als machtsmachine van nabij meegemaakt. Hij leverde in zekere zin zijn eigen bijdragen. Fractievoorzitter Ennëus Heerma bijvoorbeeld onderging halverwege de jaren negentig een zachte verwurging. Ze vonden hem te soft. Hij gaf het paarse kabinet van Kok soms complimenten. Hij moest weg. Hillen was een van de uitvoerders. Een vraagje hier, een suggestie daar - hij weet hoe je een politiek feit moet creëren. Heerma haakte af in tranen.


Wie als een politiek roofdier aan een toekomst bouwt, bouwt als vanzelf ook aan zijn oppositie. Twaalf jaar was Hans Hillen Tweede Kamerlid. 'Bluesy' heeft hij die jaren wel genoemd. 'Ik heb veel droeve eenzaamheid gehad.' Balkenende bood hem in 2002 een staatssecretariaat aan; bijna beledigd sloeg hij het aanbod af. Tot zijn teleurstelling bleef het CDA een stroperige middenpartij, met te veel figuren die in zijn ogen de progressief uithingen uit angst niet serieus te worden genomen.


Opeens keerde het tij. Na de desastreuze halvering van het CDA bij de verkiezingen van 2010 (van 41 naar 21 zetels) zat de partij in zak en as. Niemand wist raad. Als niemand raad weet, wijst Hans Hillen de weg. De weg lag open naar de gedroomde waarachtig conservatieve partij. Met geweld drukte het team-Verhagen zijn zin door. Er werd gedreigd en gekrijst. Kamerlid Kathleen Ferrier belde midden in de nacht een geestverwant. 'Ze lopen te krijsen tegen me, wat moet ik doen?' Het antwoord: 'Terugkrijsen.'


Het team-Verhagen dacht op fluweel te zitten. Waarin heeft men zich vergist? Hillen zei te verwachten dat 'Wilders als een ballon zal leeglopen'. Dat bleek overmoed. Hij deed alsof het CDA de macht had. Maar macht heb je pas als je kunt breken. En in die positie verkeerde zijn conservatieve CDA niet.


CDA'ers zeggen dat Hillen met al zijn reukzin voor de macht, die oude katholieke kwaliteit, te veel het oor heeft laten hangen naar zijn drift als zendeling van het conservatieve gedachtengoed. En nu is zijn grand travail vastgelopen en vriend noch vijand weet te vertellen hoe hij het op gang zou moeten krijgen.


Afgelopen zondag, Vaderdag, werd Hans Hillen 65. Hij meende dat hij eindelijk aan de beurt was. Tenslotte wachtte hij al op zijn beurt sinds z'n 19de, sinds hij voor het eerst de rug keerde naar de horde van ongedisciplineerden. Hij dacht dat hij aan zet was, maar zijn tijd is alweer voorbij. Missie niet volbracht.


1947 Geboren in Den Haag

1966 School voor de Journalistiek, Utrecht

1967 Sociologie, Rijksuniversiteit Utrecht

1972 Docent maatschappijleer

1977 Politiek verslaggever NOS

1983 Directeur voorlichting ministerie van Financiën

1990 Tweede Kamerlid CDA

2003 Voorzitter College voor Zorgverzekeringen

2005 Lid dagelijks bestuur VNO-NCW

2007 Eerste Kamerlid CDA

2008 Eigenaar communicatiebureau

2010 Minister van Defensie

Hans Hillen is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon. Hij woont in Hilversum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden