Onverschrokken modern

Zutphen koestert zijn historische binnenstad, maar koos voor het nieuwe stadhuis toch nieuwbouw. De kromming van een drager in het dak verwijst naar een beek, die hier in oude tijden stroomde....

ER MOCHTEN geen radio's schallen tijdens de bouwwerkzaamheden. De palen werden geschroefd, niet geheid. Zutphen was zich bewust dat het nieuwe stadhuis op een gevoelige plek verrees: pal in het stadshart en geheel omgeven door historische panden. De ergernis die dat op kon roepen, moest tot het minimum worden beperkt.

Midden in de eerste lentenacht wordt de nieuwbouw officieel geopend. Een zorgvuldig gekozen moment, als om te suggereren dat dit gebouw slechts onschuldig, pril leven in de oude stad brengt. Toch vormde deze bouwopdracht een ernstige bedreiging. Zutphen is een oude, redelijk goed geconserveerde stad waar al sinds 1926 een monumentenverordening geldt. Maar deze eeuw is er veel verloren gegaan: eerst tijdens de oorlog, en vervolgens in de jaren zestig en zeventig toen ook hier een beleid van verkeersdoorbraken huis hield.

De laatste jaren werd het historisch bezit met strakke hand gekoesterd. Reclame- en uithangborden zijn grotendeels verboden; luifels, terrasjes en winkelpuien zijn aan strikte regels onderworpen. Straten worden volgens eeuwenoude patronen geplaveid.

Maar voor het nieuwe stadhuis werd met die strengheid gebroken. De eeuwige strijd tussen behoud en vernieuwing was weer eens ten gunste van nieuwbouw beslecht, en zo handig speelde men het strategisch spel dat zelfs de Rijksdienst voor de Monumentenzorg er bij voorbaat mee instemde dat hiervoor een monument moest wijken. Het kostte de stad drie oude panden; een verlies dat nieuwbouw nooit meer goed kan maken.

Toch heeft Zutphen reden om feest te vieren. Hoewel het nieuwe stadhuis een groot gebouw is waar straks ruim 250 mensen werken, is het heel zorgvuldig in het bestaande stratenpatroon gevoegd. In de Lange Hofstraat, de belangrijkste straat waaraan het ligt, is het slechts op twee punten te zien. Het overgrote deel bevindt zich op het driehoekige terrein daarachter, omsloten door de Kuiperstraat en de gloednieuwe Gravinnesteeg.

Alle gevels zijn onverschrokken modern, zonder enige imitatie van oude vormen. Zo bevindt de ingang zich precies op de scherpe hoek met de steeg: een glazen pui met houten kozijnen, omlijst door drie grote, kromme, groenkoperen platen. De gevels aan de achterliggende straten zijn wit, en wonderlijk gekromd: ze verlopen van stipt loodrecht tot duidelijk naar voren hellend. Maar het wel is een moderniteit die respect uitstraalt voor zijn omgeving, waarop, in maten en verhoudingen, voorbeeldig wordt aangesloten.

Met dit nieuwe stadhuis gaat een wens in vervulling die het Zutphense gemeentebestuur al bijna had opgegeven. Vijf jaar geleden nog leek er in het hele centrum geen geschikte bouwplaats te vinden, plannen om toch maar daar buiten te gaan bouwen waren al in voorbereiding. De Zutphenaar Henri Boerman (1966) bracht onverhoeds verandering. In het afstudeerwerkstuk voor zijn studie bouwkunde aan de Technische Universiteit van Delft toonde hij aan dat een nieuw stadhuis wel degelijk mogelijk was in de oude stad, en wel precies op de huidige locatie. Het was nooit Boermans ambitie om daarvoor zelf een ontwerp te maken, maar uiteindelijk heeft hij wel, op het architectenbureau van zijn vader, geadviseerd voor restauratie van vier oude panden die in de nieuwbouw zijn geïntegreerd.

Het Amsterdamse architectenbureau Rau & partners wist, na de verplichte Europese open inschrijving, de opdracht in de wacht te slepen. Thomas Rau had niet alleen een overtuigend verhaal over bouwen in de oude binnenstad, maar ook zijn opvattingen over mens- en milieuvriendelijke architectuur vielen in goede aarde. Zelfs voor de organische, vloeiende lijnen in zijn ontwerpen vond hij weerklank, wellicht omdat de antroposofie, een van de bakermatten van het organisch bouwen, in Zutphen vrij veel aanhang heeft.

Wie nu mocht denken dat het nieuwe stadhuis ook maar in de verste verte lijkt op het bakstenen burcht van de ING-bank in Amsterdam Zuidoost heeft het mis. Thomas Rau heeft weliswaar zijn eerste ervaringen als praktiserend architect opgedaan bij de ontwerpers van dat bankgebouw, Ton Alberts en Max van Huut, maar ging daarna zijn eigen weg. Zoals in Zutphen blijkt, is dat een uiterst eigenzinnige weg: vernieuwing staat voorop, al zijn de wortels in het organisch bouwen, met zijn extra aandacht voor de menselijke beleving, heel herkenbaar.

De Zuthphense opdracht was Rau op het lijf geschreven. Het meest opmerkelijk is dat in het stadhuis de stad als het ware wordt voortgezet. Het lijkt of men geen binnenruimte betreedt maar een met glas overdekt driehoekig plein, aan twee kanten begrensd door nieuwbouw en aan de derde kant door oude monumenten die half achter een muurtje oprijzen, en zo aan een verdiept gelegen gracht lijken te staan. Zelfs de monumentale Walburgkerk maakt enigszins deel uit van dit binnenplein, zoals hij dwars door het glazen dak is te zien.

Het is een spannend plein bovendien, met gebogen gevelwanden en een fraaie luie trap en trage hellingbaan die slingerend naar het midden leiden. Indrukwekkend ook rijst hier de constructie op: stalen kolommen die uit een beperkt aantal knooppunten schuin ophoog steken en waaraan het hele dak en een groot deel van de nieuwbouw hangt. Het dak in de hal is vrijwel geheel van glas, al hangt de derde verdieping er als een kruis overheen: als houten stroken in een glazen hemel. En dan is er ook nog een vakwerkligger die, in dit glasvlak, zorgvuldig de kromming van het muurtje rond de oude panden volgt, en zo, in de hoogte, verwijst naar de beek die daar in vroeger tijden liep.

Ondanks het grote contrast tussen oud en nieuw, is dit plein een harmonieus geheel. Dat komt slechts gedeeltelijk door de keuze van kleur en materiaal. Het vele hout, staal en glas kunnen de confrontatie met de oude panden probleemloos aan, maar andere elementen zijn duidelijk minder geslaagd, zoals het kale beton en de dichte deurvlakken van de spreekkamers van de sociale dienst. Het wisselende daglicht dat rijkelijk naar binnen stroomt, weet die manco's te verzachten.

Daar komt bij dat beeldende kunst op meesterlijke wijze in de architectuur is opgenomen. Zo is er, prominent in de ruimte geplaatst, een houten spiraal over de volle hoogte van de hal (circa tien meter), die langzaam in de rondte draait, omgeven door een glazen cilinder en een gordijn van stromend water. Het kunstwerk van Gera van der Leun en Rocco Marotta maakt deel uit van een vernuftig ventilatiesysteem dat alle kamers in het gebouw bedient en ook de luchtvochtigheid in het gebouw op orde houdt. Op de vloer vormen koperen stroken, naar ontwerp van Rob Sweere, een sierlijke verbinding tussen alle toegangen tot het stadhuis.

Bij de meeste architecten zou, met dit openbare gebied, het interessante deel van de opdracht zijn opgehouden. Aan die kortzichtigheid wensten Rau & partners niet mee te doen. De ambtenaren werden niet afgescheept met systeemplafonds en standaardkamers. Ze kregen licht gekleurde lemen wanden, golvende muren en plafonds waarin de installaties achter golfend hout zijn weggewerkt. Overal valt te genieten van prachtig afgewerkte details, zoals de houten kozijnen die, strak in het lood, soms meer of minder uit de wijkende muren steken.

En overal voelt men zich in het hart van het oude Zutphen. Door de gevels van de tweede en de derde verdieping ten opzichte van de rooilijn terug te laten springen, ontstond niet alleen een vriendelijk aanzicht van het stadhuis op straatniveau maar ook de mogelijkheid om vanaf tal van dakterrassen de stad te bekijken. Zutphen mag trots zijn: dankzij Rau en partners hebben oud en nieuw zich nu daadwerkelijk met elkaar verzoend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden