Onverschrokken en onafhankelijk

Er bestaat, in de Engelse literatuur, een oude en zorgvuldig gecultiveerde band met Italië. Talrijke schrijvers hebben er voor kortere of langere tijd vertoefd, sommigen hebben er zelfs het grootste deel van hun leven doorgebracht....

Toen Tim Parks zich twintig jaar geleden in Italië vestigde, voegde hij zich in een traditie. Van zijn belevenissen deed hij verslag in twee geestige en typisch Britse boeken - gecultiveerde onhandigheid, verbazing over alles wat anders is dan thuis, liefde voor het exotische -, maar hij ontwikkelde zich bovenal verder als romancier en essayist. In zijn essays, waarvan een tweede bundeling verscheen, Hell and Back, laat hij zich in toenemende mate kennen als een onverschrokken en onafhankelijk criticus. Hij is geen lid van het gilde der wederzijdse bewierokers of het concurrerende genootschap der onderlinge afzeikers. De fysieke afstand tussen hem en het Londense literaire leven speelt hem in de kaart.

En dus schrijft hij over schrijvers die geen mens in zijn vaderland leest, is hij kritisch over schrijvers die 'thuis' op een voetstuk staan, looft hij schrijvers die in de officiële literatuurkritiek als marginaal te boek staan - hij schrijft, met andere woorden, over de Italiaanse literatuur, klassiek en modern, hij kraakt Salman Rushdie en hij steekt de vlag uit voor Max Sebald. De essays waarin hij dat doet, hebben (vrijwel) allemaal oorspronkelijk in The New York Review of Books gestaan, dat schaamteloos goede blad dat boekbesprekingen afdrukt ongeacht hun lengte, ongeacht hun uitweidingen, ongeacht hun superieure intelligentie.

Wat je in die incidentele krantenpublicaties niet en in zo'n verzamelbundel wél ziet, is de samenhang. De Italiaanse literaire canon interesseert hem sterker dan je verwacht zou hebben: hij schrijft over Dante en Leopardi, maar ook over Verga en Saba, en zelfs over zijn tijdgenoot Buzzati. Hij is veel minder de vreemdeling, de bezoeker dan de meeste van zijn voorgangers; hij logeert niet in Italië, hij woont er. Ook de schilder Mario Sironi houdt hem bezig, en met hem de rol die kunstenaars hebben gespeeld in dienst van het fascisme.

Het vrolijkste en meest karakteristieke opstel is dat over schrijversrancune, de onderlinge rivaliteit die steevast tot verkettering en scheldpartijen leidt. Hij laat zien hoezeer rivaliteit een voorwaarde is voor het kunstenaarschap en teruggaat op een impuls de waarheid te zoeken. In alle andere dan de literaire kunstvormen is het strijdperk dat van de kunst zelf: schilderijen concurreren met schilderijen, muziekstukken met muziekstukken, maar in de literatuur is het medium van het commentariëren hetzelfde als dat van de kunst zelf. Die rancune hoort erbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden