Onverklaarbare zaken worden vanzelfsprekend

Zou vorst Nicolaus Esterházy in 1777 om Haydns opera Il mondo della luna net zo gelachen hebben als het publiek in het Tiroler Landestheater in 2001?...

'Für alte Musik' hoort er dan nog bij, maar sinds kort heeft artistiek leider René Jacobs dat toevoegsel in kleine letters laten zetten. Want het begrip oude muziek was een uitvinding van 'verschrikkelijke' musicologen als Fétis en het moest maar eens uit zijn met die getto-vorming, verklaarde hij dit weekeinde tijdens een persconferentie.

Dat neemt niet weg dat het repertoire in het merendeel van de 21 concerten en voorstellingen die nog tot en met 26 augustus in de charmante Tiroler hoofdstad plaatshebben, ruwweg niet verder gaat dan het eind van de achttiende eeuw. Ook de musici die het festival frequenteren, worden doorgaans tot de specialisten van de oude muziek gerekend. Ze baseren hun interpretaties op onderzoek naar de uitvoeringspraktijk in de periode waarin het werk is gecomponeerd en spelen op instrumenten uit die tijd. In die zin blijven de Festwochen wel degelijk een festival voor oude muziek.

Maar anders dan bijvoorbeeld bij het Festival Oude Muziek in Utrecht, waar zoveel mogelijk concerten in tien dagen tijd worden uitgevoerd, concentreren de Festwochen (gemiddeld twaalf tot dertienduizend bezoekers) zich op één of twee operaproducties en zijn verspreid over een maand tijd verschillende concerten gepland - wat een zekere historisch verantwoorde onthaasting met zich meebrengt. Op het gebied van opera heeft Innsbruck daardoor sinds een aantal jaren een naam hoog te houden. In de eerste plaats door het terre inconnue dat Jacobs heeft aangeboord, maar ook door de spraakmakende ensceneringen.

En daarin is Il mondo della luna allesbehalve historisch. Toen drie jaar geleden Opera Zuid onder aanvoering van dirigent David Jones en regisseur Calixto Bieito deze opera uit de kast had gehaald, kon die er maar beter weer zo snel mogelijk in terug. Een onzinnig en onmogelijk verhaal waarin een man op een uiterst ongeloofwaardige manier in de maling wordt genomen. Oubollig was nog een milde kwalificering.

Jacobs moest dus wel bijzondere redenen hebben om uitgerekend dit stuk onder handen te nemen. Zijn grootste troef bleek vrijdag de in Wenen opgeleide en in Berlijn wonende regisseuse Karoline Gruber. Het openingsbeeld deed nog even het ergste vrezen, met vier wezenloze mannen met 3D-brillen op een aftandse bank en een meisje dat heftig zat te swingen bij een gettoblaster. Maar al gauw werd duidelijk dat Gruber onder de laag van gedateerde kluchtigheid een aantal tijdloze thema's had gevonden die ze met compassie en gevoel voor humor naar voren bracht.

Het aardige van een goed gelukte operaenscenering is dat onverklaarbare zaken opeens heel simpel en vanzelfsprekend zijn. Dat de gierige oude Buonafede zich zo makkelijk en langdurig in de zeik laat nemen ligt niet alleen aan zijn domheid, maar ook aan zijn geheime verlangen naar een andere en betere wereld dat door zijn aanstaande schoonzoon Ecclitico perfect wordt doorgrond en misbruikt. Buonafede wil zich maar al te graag laten verleiden in een wereld, de wereld van de maan, waarin hij zijn eigen strenge fatsoensnormen opzij kan zetten. Daarin krijgt hij zelfs nog sympathieke trekjes - overigens ook een verdienste van bas-bariton Enzo Capuano, voormalig chemicus en schlagerzanger.

Een tweede prettige bijkomstigheid is dat bij zo'n enscenering muziek, tekst en verhaal ook werkelijk voor elkaar gemaakt lijken te zijn. De kolder op het toneel werd vanuit de bak perfect gepareerd en de dubbelzinnigheden in de tekst werden in de muziek expliciet. Jacobs' troef op muzikaal gebied was Nicolau de Figueiredo, die op hammerklavier bewees dat in de begeleiding van het recitatief een hoop onvermoede theatrale mogelijkheden schuilen.

Een dag later doet dezelfde Figueiredo de Spaanse Zaal in het Slot Ambras (een imponerend staaltje Habsburgs machtsvertoon waar in 1963 de basis van de Festwochen werd gelegd) alle eer aan met een klavecimbeluitvoering van Scarlatti's sonate in D-groot K490. Maar tussen alle geschilderde jachttafrelen en de Habsburgse portrettengalerij onderstrepen hij en countertenor Lawrence Zazzo vooral de stelling van René Jacobs dat oude muziek juist heel nieuw kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden