Onvergetelijke filmbeelden

Begin 1944 gaf de kampcommandant van het Drentse Durchgangslager Westerbork, Albert Gemmeker, de Duits-joodse gevangene en fotograaf Rudolf Werner Breslauer opdracht een film te maken van het kampleven in Westerbork....

'De Westerbork-film wordt terecht beschouwd als een onvervangbaar, uniek illustratief document, dat een speciale plaats heeft gekregen te midden van alle bewaard gebleven bronnen over de Tweede Wereldoorlog', schrijven Koert Broersma en Gerard Rossing in Kamp Westerbork gefilmd - Het verhaal over een unieke film uit 1944 (Herinneringscentrum Kamp Westerbork/Van Gorcum; ¿ 24,95). Zij doen in die Westerbork Cahier 5 uitvoerig verslag van hun naspeuringen naar de totstandkoming en de verdere lotgevallen van de film.

Tijdens hun zoektocht kwam een verdwenen filmspoeltje weer boven water en ontdekten zij een tot dusver onbekend filmspoeltje met nieuw materiaal. Beide spoeltjes, schrijven zij, bevatten opnamen van matige tot slechte kwaliteit, die wellicht tijdens de oorlog al werden bestempeld als 'restmateriaal'. Toch zijn ze interessant, vinden zij. Zo bevat een spoeltje een enkele seconden durend beeld met statistische gegevens over het aantal uit Westerbork gedeporteerde joden: 'Nacht dem Osten 91.545 Personen'.

Breslauer begon zijn activiteiten met een opname van een godsdienstoefening op 5 maart 1944. Daarvan staan op het nieuw ontdekte spoeltje ook beelden. Te zien zijn onder meer een zangkoortje, de dirigent, de pianist die het koortje begeleidt, de predikant en de toehoorders. 'De camera glijdt in close-up langs de jongste leden van het zangkoortje: enkele tientallen kinderen die met grote jodensterren op hun kleding genaaid, onwennig, soms lacherig, voor de camera hun best doen om het lied zo goed mogelijk ten gehore te brengen.'

De Westerbork-film heeft een belangrijke rol gespeeld bij de geschiedschrijving van de jodenvervolging. Ze toont vele facetten van het kampleven: het werk, het vertier (de cabaretvoorstelling Bunter Abend), een kerkdienst, industriële werkzaamheden zoals het demonteren van vliegtuigonderdelen, een voetbalpartijtje, en - beelden die de meeste indruk achterlaten - de transporten. De historicus Jacques Presser, auteur van De ondergang, noemde de film 'onovertreffelijk'. Toch is er naar de achtergronden van de film merkwaardigerwijs nauwelijks serieus onderzoek verricht, schrijven Broersma en Rossing, hoewel de grote historische waarde wel degelijk een onderzoek rechtvaardigt.

Een van de vragen die zij zich stelden, was: waarom heeft de Duitse kampleiding de film überhaupt laten maken? 'Besefte deze niet dat vooral de scènes van de transporten het gruwelijke beeld van het systeem dat zij dienden, zouden versterken?' De film werd na de oorlog gebruikt als bewijsmateriaal tijdens het proces tegen Gemmeker; 'het was bewijsmateriaal dat de nazi's zélf hadden gecreëerd.'

Een theorie is dat Gemmeker de film heeft laten maken om indruk te maken bij zijn superieuren en zo overplaatsing naar het Oostfront te voorkomen. 'Algemeen wordt aangenomen dat Gemmeker met de film zijn bazen in Berlijn wilde overtuigen van het aandeel dat kamp Westerbork kon hebben in de oorlogsproductie voor Duitsland. Het industriële belang van het kamp was tevens het eigenbelang van de kampcommandant zélf. Zolang Westerbork als Kriegswichtig voor de Duitse oorlogsindustrie was aangemerkt, zou het hachje van Gemmeker zijn gered.'

Maar er is een andere mogelijkheid, betogen Broersma en Rossing. 'Gemmeker stond in het kamp bekend als een ijdel persoon, die genoot van zijn macht. Hij wilde het gefilmde kampleven, waarin hij als leider een hoofdrol speelde, voor zichzelf bewaren. Gemmeker gaf dat ook toe. Na de oorlog vertelde hij met de film ''iets vast te willen houden, om later nog eens te kunnen zien wat vroeger geweest was''.'

Tijdens een verhoor in 1947 zei Gemmeker over de totstandkoming van de Westerbork-film: 'Op een dag kreeg ik, als tegenprestatie, een filmapparaat met alles wat daarbij hoorde, om films te maken.' Broersma en Rossing gingen op onderzoek uit wat met dat 'als tegenprestatie' kon zijn bedoeld en stuitten op de rol van de Amsterdammer Abraham Hammelburg, die in januari 1944 in Den Haag werd opgepakt en in Westerbork in een strafbarak werd geplaatst. Hammelburg was met zijn broer vóór de oorlog verbonden aan de Cinetone-filmfabriek.

Toen Gemmeker te horen kreeg dat Hammelburg iets met film te maken had, besloot hij hem vrij te laten uit de strafbarak en hem op een Stammliste te plaatsen; deze gold als een van de beste lijsten om aan transport te ontkomen. Hammelburg, die de oorlog overleefde, werd bij Gemmeker ontboden. 'Mij is toen gezegd dat er een film van het kamp gemaakt zou worden en dat ik de benodigde apparatuur daarvoor diende te leveren. Als ik daarin zou slagen, zou mijn plaats op de Stammliste worden verlengd.' Via zijn broer slaagde hij erin de apparatuur te leveren.

'De vrijlating van Hammelburg uit de strafbarak in ruil voor de filmapparatuur die zijn broer vanuit Amsterdam verzorgde, is de ''tegenprestatie'' waar Gemmeker op doelde', concluderen Broersma en Rossing.

Han van Gessel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden