Ontwikkelingshulporganisaties op zoek naar nieuw verhaal

Het kabinet draait de geldkraan voor de vier grootste ontwikkelingsorganisaties, ooit oppermachtig, dicht. Wat betekent dat?

Computerles in Oeganda, als onderdeel van een project dat wordt gesteund door ICCO.Beeld Roel Burgler

Op een industrieterrein in Duivendrecht, achter de grijze gevel van een kantoorloods, wordt gewerkt aan een nieuw verhaal. De 'Grote Vier' hopen dat het er snel komt. Een nieuw verhaal, dat vertelt waarom ze ertoe doen, is hard nodig.

'De grote vier van vroeger', zegt Marinus Verweij van Icco. Tja, ze noemen zich nu soms zelfs de Oude Vier, zo diep zijn ze gevallen. De Grote Vier, onder elkaar ook wel aangeduid als 'de héle groten', zijn de vier grootste organisaties voor ontwikkelingshulp in Nederland: Oxfam Novib, Cordaid, Hivos en Icco. Ze zijn de trots van de sector. Sinds jaar en dag worden ze grotendeels gefinancierd door het Rijk. Maar niet meer voor lang. Minister Ploumen (Handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) draait op 1 januari de geldkraan dicht.

Ooit was het viertal oppermachtig. Ontstaan langs de lijnen van de verzuiling - Cordaid (1912) is katholiek, ICCO (1964) protestants, Hivos (1968) humanistisch, Oxfam Novib (1956) algemeen - zijn zij sinds decennia de voorhoede van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Van Ghana tot Bangladesh vormen ze de handen en voeten van het Rijk. Zij geven gestalte aan ons goeddoen in de derde wereld.

Nu worden de Grote Vier klein. Vanaf volgend jaar verliezen ze meer dan 80 procent van hun structurele overheidssubsidie: tientallen miljoenen euro's. Van 50- tot 70 miljoen euro per jaar gaan ze naar 7 miljoen. Alleen Oxfam Novib komt er met ruim 15 miljoen beter af. Is zo'n bezuiniging verstandig, terwijl aan de buitengrenzen van Europa de ene vluchtelingenboot na de andere kapseist?

De Grote Vier begrijpen het niet. Is dit hun dank, na een halve eeuw inzet voor arme mensen in ontwikkelingslanden? 'We zijn een topsector in naam en kwaliteit', zegt Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib. 'Zo ga je niet met je topsector om. Er is een totaal gebrek aan visie bij de overheid.'

Dat verhaal maakt steeds minder indruk.

Afgelopen met de uitzonderingspositie

Deze zomer moeten de Grote Vier noodgedwongen een kwart tot de helft van hun personeel ontslaan. Partners in landen als Senegal, Soedan, Rwanda en Bangladesh krijgen een brief: de financiering stopt. Arme landen inderdaad, de ogen van Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib lichten op als je dat zegt.

ICCO ('interkerkelijk', noemt deze organisatie zich) is het zwaarst getroffen. De helft van het personeel in binnen- en buitenland krijgt zijn congé. Op het hoofdkantoor in Utrecht zijn de gangen verlaten; de vorige bezuinigingsronde was nog maar drie jaar geleden. 'Vroeger was dit allemaal ICCO', zegt directeur Marinus Verweij, een oud-tropenarts met een baardje en een ernstige blik, wijzend door zijn verstilde hoofdkwartier. 'Het is het gevoel: Nederland trekt zich terug achter de dijken.'

Minister Ploumen, nu aanjager van de bezuinigingen, was tussen 2004 en 2007 directeur van Cordaid. Juist zij besluit: het is afgelopen met de uitzonderingspositie van de Grote Vier, die jarenlang namens het Rijk subsidie verdeelden onder partnerorganisaties in Nederland en in ontwikkelingslanden.

Bij Cordaid begrijpen ze het niet. Hun eigen ex-directeur initieert een massa-ontslag. Is er iets mis met de beeldvorming? 'Er is veel veranderd sinds zij hier werkte', zegt de huidige directeur, Simone Filippini. 'In Nederland heeft men oude beelden in het hoofd. Waterputten slaan, dat doen we al jaren niet meer.'

Maar ja, hoe bestrijd je oude beelden als die keer op keer worden bevestigd?

Neem het rapport dat zo'n beetje de val inluidde van de Grote Vier, van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 2010. Onder de omineuze titel Minder pretentie, meer ambitie uit de raad harde woorden over Nederlandse ontwikkelingshulp. Die is 'versnipperd', niet 'doelgericht' en vol eigenbelang. Ook de Grote Vier, ofwel de 'medefinancieringsorganisaties', zoals ze heten in ambtelijk Den Haag, krijgen een veeg uit de pan. Hun hulp kan zelfs 'homeopathisch verdund' aankomen op de plaats van bestemming.

Inderdaad, dat WRR-rapport was geen fraai verhaal. Een kolfje naar de hand van politici als Geert Wilders. Hij omschreef ontwikkelingshulp ooit als 'het verkwisten van belastinggeld'. Dit kabinet besloot tot een forse bezuiniging op ontwikkelingshulp: was het budget jarenlang 0,7 procent van het bruto nationaal product; straks is dat nog maar 0,56 procent. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gaf Nederland er een tik voor op de vingers.

Zo worden de Grote Vier slachtoffer van het nieuwe overheidsbeleid, met kreten als hulp en handel, aid and trade. De zorg voor arme landen is volgens het kabinet-Rutte beter af bij het bedrijfsleven dan bij grote maatschappelijke organisaties.

'Het is een kaalslag', zegt Edwin Huizing van Hivos. 'De landing bij de de héle groten had wat zachter kunnen zijn.' De héle groten, zegt hij later, dat is een term van vroeger.

Dat het viertal niet ten onder gaat, komt doordat ze dit zagen aankomen. Al een paar jaar zetten ze in op meer geld van het bedrijfsleven en private fondsen, zoals de Bill en Melinda Gates foundation. Andere overheden blijken soms ook gul. De Britse conservatieve regering vindt het juist belangrijk méér uit te geven aan ontwikkelingshulp. Oxfam Novib krijgt nu overheidssubsidie uit Londen.

Een campagne van Hivos voor betere arbeidsomstandigheden voor vrouwen in Oost-Afrika en Zuid-Amerika.

Dramatisch

Vraag naar de gevolgen van de bezuinigingen en je krijgt een verhaal vol jargon. Over 'het Zuiden', synoniem voor de derde wereld. Ontwikkelingssamenwerking is 'OS'. Als in: 'klassieke OS', zeg maar het uit de armoede trekken van keuterboeren in Afrika.

Laat klassieke OS nu net een activiteit zijn waar minister Ploumen vrijwel alle steun voor staakt. Het ICCO-project om boeren in Zuid-Afrika toegang te geven tot lokale afzetmarkten, gaat dus stoppen. 'Die boeren gaan de supermarkt niet meer bereiken', zegt Marinus Verweij. 'Dat vind ik echt jammer.'

Hivos staakt de financiële ondersteuning van een project in Tanzania om de kwaliteit van scholen in kaart te brengen. En van een project dat, onder internationale lof, meisjesbesnijdenis tegengaat in Iraaks Koerdistan. Oxfam Novib trekt de handen af van champignonboeren in Rwanda. Cordaid stopt de opleiding voor vroedvrouwen in Afghanistan. Andere opleidingen in dit gebied, waarschuwt de lokale partner, zijn er niet.

Is dit een gemis? Moet de belastingbetaler ervan wakker liggen dat deze vier inkrimpen?

Ja, zegt Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 'Dit systeem is er omdat deze organisaties iets inbrengen wat het Rijk niet kan. Ze zitten in niches waar andere organisaties niet komen. Ze werken aan democratisering, ondersteunen vakbonden. Dat gaat over scho-ne koffie, schone kleren, dat is uiterst actueel.'

De bezuinigingen noemt hij dramatisch. Alle kreten over aid and trade ten spijt, kan het bedrijfsleven nooit in het gat springen dat het Rijk achterlaat. 'Honger en gehandicapte kinderen, daarvoor krijg je bij het bedrijfsleven geld. Niet voor het ondersteunen van vakbonden.'

Het effect van ontwikkelingswerk is moeilijk meetbaar. Toch is zijn indruk: de Grote Vier doen hun werk naar behoren. Ze gaan met hun tijd mee: ken je dat project waarbij Hivos meebetaalt aan een project om de kwaliteit van het onderwijs in Tanzania te monitoren, in plaats van zelf schooltjes te bouwen?

Alleen: ze verkopen het onhandig. Hoebink merkte dat al begin jaren negentig, toen hij voor het eerst hun werk evalueerde. Vol zelfvertrouwen zaten ze, ze vonden zichzelf een topsector. 'De vier grote organisaties dachten dat ze achten of negens zouden krijgen. Nou, dat werden zevens. Maar dat is nog steeds voldoende.'

In Den Haag heeft het viertal de tijdgeest tegen. Ontwikkelingswerk is niet meer van nu. De VVD schildert ze af als instituten vol eigenbelang. De vier hebben daarop geen verhaal klaar, verzucht Hoebink. 'Deze grote organisaties bijten niet van zich af, maar gaan zielig in een hoekje zitten.'

(Tekst loopt door onder foto)

Een houtzagerij die is opgezet door Oxfam Novib in Tanauan in de Filipijnen. Tyfoon Haiyan heeft in 2013 33 miljoen kokosbomen verwoest.Beeld Arie Kievit / ANP

Kapitaalvernietiging

Tegenover de groten zijn er in de Nederlandse ontwikkelingshulp de kleintjes, ook wel bekend als campagne-organisaties.

Sommige kleintjes, met namen als Somo, Both Ends en Free Press Unlimited, gaan er straks op vooruit. Ze krijgen bijna evenveel geld als de groten. De kleintjes hebben wél een strak verhaal over waarom ze nuttig zijn. Bovendien gedragen ze zich niet als uitvoeringsorganisatie van de overheid, maar als criticaster, wat Ploumen graag ziet. Zij wil alleen organisaties financieren die een 'waakhond' durven zijn, hier en in het Zuiden.

De Grote Vier verbazen zich er soms over. Amnesty International krijgt straks bijna evenveel subsidie als zij! 'Hartstikke goed, Amnesty', zegt Simone Filippini. 'Maar zij voeren alleen campagne, zij voeren niet uit.' Omgekeerd verbazen sommige kleintjes zich over over het verhaal van de Grote Vier. Ze krijgen klappen, maar ze roeren zich zo weinig.

'Zoals Oxfam moet krimpen, dat is kapitaalvernietiging', zegt Ronald Gijsbertsen, directeur van Somo. 'Maar de communicatie in deze sector is te defensief. Mensen zijn te druk met zichzelf te verdedigen tegen onterechte kritiek.'

Ja, er zijn affaires die nadreunen. Neem het salaris van ICCO-topman Marinus Verweij. Toen hij in 2010 aantrad, kreeg hij 10 procent meer dan zijn voorganger: 119 duizend euro per jaar. Of zo'n inkomen 'wijs' is, vroeg toenmalig CDA-staatssecretaris Ben Knapen zich tegenover de Kamer af. Vier jaar later is ICCO de organisatie die het Rijk het hardst kort. Heeft Verweij wellicht last gehouden van die salariskwestie? Hij kijkt oprecht verbaasd. 'Ik heb daar nooit meer iets van gemerkt.'

Zo werkt het niet, waarschuwt hoogleraar Hoebink. Elke affaire in de goedendoelenwereld, al is het een te hoog salaris bij de Hartstichting, laat zijn sporen na. 'Het beschadigt de hele sector.'

Overigens denkt hij niet dat de kleintjes het werk van de Grote Vier kunnen overnemen. 'Subsidie voor hen is uitstekend. Maar maatschappij-opbouw dáár, dat doen zij niet.' Dáár is een niet ongebruikelijke aanduiding voor het Zuiden.

De echte gevolgen van de bezuinigingen, zeggen ze bij ICCO, voelen ze dáár, bij partnerorganisaties en bij de mensen die zij helpen.

Waarom zouden de Grote Vier hun subsidie beter besteden dan kleintjes? Vraag het ze zelf en ze wijzen in de eerste plaats op hun netwerk. 'We kunnen organisaties als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds beïnvloeden', fluistert Farah Karimi van Oxfam Novib schalks. 'Als ik de minister was, zette ik mijn geld dáárop.'

Nog niet af

Aan de grijze gevel op het industrieterrein in Duivendrecht hangt een bordje naast de derde bel: Partos. Dat is de branchevereniging voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland. De Grote Vier stonden aan de wieg ervan. Hier werken ze aan een nieuw verhaal. Voor de sector, nee, het 'domein ontwikkelingssamenwerking'. 'Zonder sterk verhaal zijn we uitgepraat', schrijft Bart Romijn, de directeur van Partos, op zijn website.

Het nieuwe verhaal, dat is een 'zoekvraag'. Het nieuwe verhaal, filosofeert Romijn, moet burgers weer enthousiast maken over ontwikkelingshulp. Het moet ze doen inzien: wat heeft 65 jaar 'OS' opgeleverd? Het moet geen verhaal zijn voor alleen de Grote Vier, maar ongetwijfeld helpt het om uit te leggen wat Nederland aan dit viertal heeft.

Het nieuwe verhaal is nog niet af. De Grote Vier waren tot voor kort het gezicht van de Nederlandse ontwikkelingshulp, ze maken de grootste bezuinigingsronde in hun geschiedenis door, maar ze zijn relatief stil. De ontwikkelingssector, schrijft een woordvoerder van ICCO op een weblog, is hard toe aan een cursus 'kom op voor jezelf'. Ja, waarom gebeurt dat niet?

'We hebben de afgelopen jaren een paar acties gedaan en die waren niet zo succesvol', zegt de woordvoerder van Hivos met een zuinig gezicht. Er was de twittercampagne #jekrijgtwatjegeeft, bij de vorige bezuinigingsronde in 2012. Die verdween net zo snel weer als ze opkwam. Een kettingmailactie aan PvdA-leider Diederik Samsom trof ook niet geheel doel. Wie lobbyt voor de goede zaak, verzucht Edwin Huizing, wordt bijna weggezet als 'de ontwikkelingshulpmaffia'.

'Ik vind dat we in gezamenlijkheid wel wat harder mogen roepen', zegt Filippini van Cordaid. 'Ik weet niet waarom dat niet gebeurt.'

Of toch wel. Ze scrollt door haar Facebookpagina, waar VVD-Kamerlid Han ten Broeke onaardige dingen heeft geschreven. Over het 'ngo-evangelie' dat organisaties als Cordaid zouden verkondigen. Ze trekt een gezicht. 'Zo zuur. Alsof we een sekte zijn. De OS-sekte. Nou, ze mogen blij zijn dat wij bestaan.' Dan zegt ze: 'Er is een angst om gezien te worden als de Oude Vier. De Oude Vier, die alleen opkomen voor hun eigen belangen.'

Als het nieuwe verhaal af is, moet het in boekvorm verschijnen.

Cordaid bouwt huizen op het eiland Samar (Filipijnen) huizen na tyfooon Haiyan.Beeld Arie Kievit
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden