Ontwikkelingsbank FMO beperkt werkterrein fors

De FMO, de Nederlandse ontwikkelingsbank voor de private sector, gaat zich concentreren op twintig ontwikkelingslanden. Op dit moment heeft de organisatie projecten in 78 landen....

Van onze verslaggever Gerard Reijn

'We kiezen die landen eruit waarvan wij denken dat we de meeste toegevoegde waarde kunnen bieden', zegt de nieuwe directeur M. Barth. Welke landen nu zijn verkozen tot de twintig 'primaire focuslanden' wil Barth niet zeggen. 'De keuze is nog niet definitief.' Maar de criteria wil hij wel geven. 'Wij zijn actief in de private sector, dus het gaat om landen waar je in de private sector goed werk kan doen.' Verder moet het land redelijk stabiel zijn en moet er sprake zijn van redelijk functionerend bestuur.

De Azië-crisis vormde één van de aanleidingen om tot het concentratiebeleid over te gaan. 'Achteraf denk ik dat we de schade misschien enigszins hadden kunnen beperken als we de landen waar we zaten, beter hadden gekend.' Voorbeelden wil hij niet geven. In totaal moest de FMO voor 100 miljoen voorzieningen nemen als gevolg van de Azië-crisis.

Barth steekt verrassend veel energie in het relativeren van het belang van de 'focus'. Twintig landen in de 'primaire focus', nog een twintig in een 'secundaire focus': 'Het betekent niet dat we daarnaast geen projecten meer doen.'

De focus blijkt te betekenen dat de FMO in de uitverkoren landen zelf nadrukkelijk op zoek gaat naar projecten. Projecten uit andere landen maken nog steeds een kans op FMO-financiering, maar dan moeten die projecten de FMO opzoeken. En dan moeten ze voldoen aan hogere normen dan in die focus-landen.

De concentratie op focuslanden heeft volgens Barth weinig te maken met de concentratie van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid op 22 landen, zoals minister Herfkens dat heeft bewerkstelligd. 'Als dat niet was gebeurd, hadden wij toch onze eigen selectie gemaakt.' De lijst van landen die door het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking wordt gebruikt, is bovendien deels een andere dan die van de FMO. In detail gaan wil Barth echter niet, want dan moet hij namen noemen.

Barth ('zeg maar Michael') kwam midden vorig jaar van de Wereldbank naar de FMO. 'Ik ben hier niet komen werken omdat ik zo graag terug wilde naar Nederland. Het is andersom: ik ben weer in Nederland gaan wonen omdat ik hier graag wilde werken', zegt hij. Want de FMO heeft in de wereld van ontwikkelingsbanken een geweldig imago. 'Er zijn in Europa een stuk of acht soortgelijke instellingen. De FMO behoort zeker tot de beste daarvan.' Weliswaar is de IFC, de ontwikkelingsafdeling van de Wereldbank waar hij werkte, vele malen groter dan de FMO, maar 'hier kon ik algemeen directeur worden, en dat is wel erg leuk.'

De discussie bij de FMO heeft meer opgeleverd dan alleen de concentratie op focuslanden. De bank, die zich al jaren vooral richt op versterken van de financiële sector in ontwikkelingslanden, heeft drie sectoren uitgekozen die ze daarnaast actief wil bedienen. Infrastructuur, energie en ICT.

Barth wil ook nieuwe financiële instrumenten helpen ontwikkelen voor ontwikkelingslanden. 'Ontwikkeling van de kapitaalmarkt is enorm belangrijk.' Banken steunen, die op hun beurt kleine ondernemers van krediet voorzien: dat doet de FMO altijd al. Maar er gaan nu verdere stappen gezet worden. 'In een klein aantal landen is het bijvoorbeeld mogelijk om te komen tot securisatie van woningfinancieringen.' Dat betekent dat dergelijke financieringen verhandelbaar worden. 'Dat is erg belangrijk voor de ontwikkeling van zo'n markt. Bovendien kunnen dan vaak de tarieven omlaag. We kunnen snel met enige projecten beginnen.'

De portefeuille van de FMO groeide vorig jaar met 20 procent. Vooral in Latijns-Amerika was de groei met 33 procent sterk. Er werden voor 474 miljoen euro verplichtingen aangegaan. De winst bedroeg 7 miljoen euro. 'Te weinig', vindt Barth. Hij wil geen streefcijfer voor rendement geven, maar komt uiteindelijk uit op: 'Op lange termijn denken we aan een rendement in de orde van grootte van het rendement op Nederlandse staatsobligaties.' 5,35 procent dus.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden