Ontwerpers van Ornamenten maakten en braken stijlen Zoekende ziel in interieurmode van alle tijden

Het is vast geen opzet maar met de tentoonstelling Leven in stijl legt Museum Boijmans Van Beuningen een troostende arm om de hals van een groeiende groep mensen die zich afvragen of vaders bruinlederen tv-fauteuil eigenlijk nog wel kán in de woonkamer, naast de roodfluwelen chaisse-longue van Jan des Bouvrie....

Van onze medewerker

Eric Arends

ROTTERDAM

De expositie biedt verlichting aan degenen die niet meer weten of de koperen asbak van wijlen tante Corrie mag blijven staan als verantwoorde kitsch of toch weg moet omdat hij voor goede kitsch net niet fout genoeg is. Leven in Stijl roept namelijk vóór alles dat het helemaal niet erg is als je de laatste huiskamerdecoratielijn even kwijt bent. Ze toont aan dat zoekende zielen in de wereld van de interieurmode een verschijnsel van alle tijden is.

Uit de pas verworven collectie van prof. Th. Lunsingh Scheurleer toont het museum ongeveer honderdvijftig prenten met decoratieontwerpen voor stoelen, vazen, bedden, gordijnen, bestek en zelfs complete voorgevels van gebouwen. In leeftijd variëren de prenten van tachtig tot ruim vierhonderd jaar. In stijl lopen ze van renaissance naar barok, roccoco en romantiek. Maar hun functie is nagenoeg onveranderd: het inspireren van meubelmakers, zilversmeden, architecten en andere ontwerpers tot nieuwe, betere, modernere (versieringen van) gebruiksvoorwerpen.

Dat begon al in het midden van de vijftiende eeuw, toen in de kopergravure een geschikte methode was gevonden om afbeeldingen relatief snel te reproduceren. Ideeën voor nieuwe vormen konden op grote schaal worden verspreid. Al rap werd het werk van ornamentontwerpers een vak voor specialisten, die modes maakten of braken. Net als nu.

Leven in stijl toont zowel afbeeldingen van ontwerpen die veelvuldig werden verwerkt, als probeersels die niet verder kwamen dan de tekentafel. Zo is van Artus Quellinus (1609-1668) een tot in detail uitgewerkt paar pilasterfestoenen te zien die zijn verwerkt in het Paleis op de Dam. Quellinus' eikels, perzikken, bloemen en ananassen werden vaak nagevolgd en kregen een eeuw later gezelschap van krioelende vissen in wapperend gras en riet.

Daarentegen hadden de fantasiemeubelen van de Fransman Pierre la Mésangere aan het begin van de negentiende eeuw waarschijnlijk minder succes. La Mésangere bedacht stoelen met leuningen en poten in de vorm van zwanen: vooral ongemakkelijk. Je hebt geen idee waar de stoelzitter tussen die bombastische zwanenhalzen en -vleugels zijn armen moest laten.

De afbeeldingen van de stoel komen uit Meubles et Objets de Goût, als 'vormgevingsbijlage' van het vroeg-negentiende-eeuwse modeblad Journal des Dames et des Modes een van de eerste 'interieurtijdschriften' van Europa. Hoe dat tijdschrift er verder uitzag, blijft op de tentoonstelling gissen. Verzamelaar Lunsingh Scheurleer (86), oud-directeur kunstnijverheid van het Rijksmuseum en emeritus hoogleraar kunstnijverheidgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, verzamelde liever prenten.

Vanaf begin jaren dertig tot heden bracht hij er bijna vierduizend bij elkaar - aanvankelijk alleen Franse grafiek uit de zeventiende en achttiende eeuw, later tevens uit de eeuwen daarvoor en daarna. Lunsingh Scheurleer is altijd gek geweest op ornamentprenten, hoewel in dat genre nauwelijks enige topstukken zijn te vinden. Het ging hem vooral om het plaatje: niet om hóe iets was afgebeeld maar om wát er stond. Dat hielp hem in zijn wetenschappelijke onderzoek op het omvangrijke terrein van de kunstnijverheid.

Lunsingh Scheurleer heeft zijn collectie aan Museum Boijmans Van Beuningen verkocht omdat, volgens een van de samenstellers van de tentoonstelling, de prenten er veelvuldig te zien zullen zijn. In het Rijksmuseum, waar Lunsingh Scheurleer van 1943 tot 1963 werkte, zouden de bladen eerder in het depot verdwijnen, was zijn verwachting. Het Rijksprentenkabinet bezit immers al een van de belangrijkste verzamelingen van Europa.

Boijmans kocht de collectie met steun van de Stichting Lucas van Leyden. Hoeveel het museum ervoor heeft betaald, wil het niet zeggen. Maar het bedrag schijnt zo aanzienlijk dat de stichting haar bijdrage over drie jaar moet uitsmeren.

Boijmans wil de prenten gaan vergelijken met voorwerpen uit de collectie kunstnijverheid die het museum bezit. Nu al zijn twee (kleine) vitrines ingericht met een paar messen, vazen, een kandelaar, een botervloot en een tabouretje, waarvan de ornamenten duidelijk zijn terug te vinden in de prenten aan de muur. Dat is leuk en leerzaam, en daarmee zijn grote aankopen als deze natuurlijk het best te rechtvaardigen.

Leven in Stijl, ornamentgrafiek 1550-1920 uit de collectie Scheurleer. T/m 7 dec. Drie lezingen over de Scheurleer-collectie op 13 november, aanvang 20 uur. Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden