Ontwerpers Bruggink en Wagemans vallen op met originele transformatie

Transformatie is hét thema in de architectuur van de 21ste eeuw. Ontwerpers Rolf Bruggink en Niek Wagemans bouwden een Utrechts koetshuis om tot huis. Hun originele aanpak valt op. Veel renovatiearchitecten kunnen daar nog van leren.

Het voormalige koetshuis dat Rolf Bruggink transformeerde tot woning. Beeld Io Cooman

Het verhaal van het koetshuis dat architect en meubelontwerper Rolf Bruggink samen met zijn vriendin Yffi van den Berg verbouwde tot hun woning, doet denken aan Rupsje Nooitgenoeg. Na jaren van leegstand 'ontwaakt' het koetshuis uit 1890 op een dag; het heeft honger. Op hetzelfde perceel in de Utrechtse binnenstad staat een noodbarak uit de jaren vijftig; Bruggink besluit het gebouw af te breken om er het koetshuis mee te 'voeden'. De houten spanten, vloerbalken, raamkozijnen, deuren en gipswanden - alles wordt opgesoupeerd.

Vijf jaar lang leeft Bruggink in een 'cocon': hij slaapt tussen de opslagtenten met bouwmaterialen, die hij met ontwerper Niek Wagemans tot een nieuw interieur vertimmert. Onder het 6 meter hoge dak van het koetshuis is een spectaculaire sculptuur verrezen, waarin ruimte is gecreëerd voor een keuken, een slaapkamer, een inloopkast, een douche en een werkplek. Het is wat je noemt een metamorfose.

Transformatie

De verbouwing van het koetshuis past in een trend die al langer loopt. Het begon in de jaren negentig met de renovatie van pakhuizen in Amsterdam, waar vervolgens voormalige havengebieden en scheepswerven onder handen werden genomen. Inmiddels heeft elke stad zijn eigen 'cultuurfabriek' en wordt ook volop gewerkt aan de renovatie van 'jonge' (naoorlogse) monumenten. Transformatie is hét thema in de architectuur van de 21ste eeuw. Stond de afgelopen honderd jaar in het teken van grootschalige moderniseringen en 'het nieuwe', nu is de focus verschoven naar het bestaande. 'Nederland is uitgebouwd', stelde toenmalig Rijksbouwmeester Frits van Dongen in 2013, verwijzend naar de 8 miljoen vierkante meter vastgoed dat leegstaat, door toedoen van een eeuw bouwwoede en de economische crisis. Dit jaar omvat het Jaarboek Architectuur voor het eerst meer herbestemmingen dan nieuwbouwprojecten.

Toch wordt het grootste deel van de vacante gebouwen als kansloos beschouwd; van al het leegstaande vastgoed komt slechts 20 procent in aanmerking voor herbestemming. De overige 80 procent is te lelijk, te bouwvallig of staat op de verkeerde plek. Met deze ode aan restmaterialen laat Bruggink zien welke potentie schuilgaat in zulke gebouwen. Want uiteindelijk is de barak de grote verrassing van dit project.

Experimenteren met materialen en ruimte zit Bruggink in het bloed; dit is zijn vierde 'woonlab'. Eerder verbouwde hij voor zichzelf een 19de-eeuws woon-winkelpand en een pakhuis(je) in Utrecht. Vervolgens betrok hij een klushuis in Rotterdam-Zuid, dat bekend werd als 'de Zwarte Parel' en talloze architectuurprijzen won. Met de herbestemming van dit koetshuis wordt het concept transformatie verder verkend.

Het idee dat je een compleet gebouw in een nieuwe vorm giet, fascineert Bruggink. Bovendien leek het hem veel spannender dan een interieur van standaardproducten uit de bouwmarkt. Kostentechnisch is er natuurlijk ook veel voor deze aanpak te zeggen; op tienduizenden schroeven na heeft hij vrijwel niets gekocht voor de verbouwing. En hij hoefde niets weg te gooien, al is het milieu voor Bruggink geen doorslaggevende overweging geweest bij dit project. Tegenover de besparing staat bovendien dat de uitvoering 'dramatisch veel' extra tijd kost, ook omdat de ontwerper zichzelf als doel stelde om alle materialen - inclusief lelijke radiatoren, tl-balken en systeemplafonds - te 'composteren'. De enige uitzondering is het hout dat tijdens de bouwperiode is verstookt in een kachel.

Rolf Bruggink. Beeld Io Cooman

(Ex-)architect en meubelontwerper

Rolf Bruggink (1969) studeerde bouwkunde in Delft en begon in 2003 met Marnix van der Meer architectenbureau Zecc, dat naam maakte met verbouwingen van kerken en watertorens tot woonhuizen. Daarnaast werkte hij aan de verbouwingen van zijn eigen woonhuizen, waarvan klushuis De Zwarte Parel het bekendste is.

In 2012 besluit Bruggink te stoppen als architect en zich toe te leggen op het ontwerpen van meubels. Hij werkt met antieke kasten en stoelen, die in stukken worden gezaagd en in nieuwe composities worden verwerkt. Daarnaast onderzoekt hij de mogelijkheden van recycling; zo ontwierp hij bankjes van 1, 2 en 5eurocentmuntstukken en afgeschreven dollarbiljetten.

Voor zijn nieuwste meubelserie wendt hij zich opnieuw tot de architectuur; het is een stapelbare set krukken in de vorm van de voormalige Twin Towers. Daarnaast werkt hij aan een vuurkorf naar model van Rem Koolhaas’ wolkenkrabber De Rotterdam.

Rationeel

Bij het woord metamorfose denk je onwillekeurig aan een wonder, een gedaanteverandering die tot stand komt door toverkracht. Bruggink is echter uiterst rationeel te werk gegaan. Uitgaand van de bestaande spantstructuur heeft hij het koetshuis ingedeeld in drie gelijke traveeën. Je komt binnen in het dubbelhoge 'voorhuis', een vrijwel lege (expositie-) ruimte. Midden in het gebouw is de sculptuur van sloopmaterialen geplaatst, met onderin de keuken en bovenin de slaapkamer en de 'cockpit', zoals Bruggink zijn hoekbureau - met ingebouwd ligbad - noemt. In het achterhuis versmelt de sculptuur met de gevel, waarin een groot panoramavenster is gemaakt - de enige ingreep aan het casco.

Bouwtekeningen heeft Bruggink vooraf niet gemaakt, enkel een maquette. De beschikbare materialen zijn al doende verwerkt, in samenspraak met ontwerper Wagemans, die is gespecialiseerd in het werken met bouwafval. De materiaaleigenschappen waren daarbij leidend. Om licht in de inpandige keuken te brengen, zijn voor de binnenwanden ramen in hun kozijnen gebruikt, terwijl de wand achter het aanrecht (die toch altijd vies wordt) met geteerd dakbeschot is afgewerkt. Op de verdieping zijn - heel inventief - radiatoren als draagconstructie toegepast, met een flink overstek. De houten spanten zijn verzaagd en gestapeld tot een massieve trapconstructie, de transparantie van de tl-armaturen is benut om verlichting (met leds) in de wanden te integreren.

Het voormalige koetshuis dat Rolf Bruggink transformeerde tot woning. Beeld Io Cooman

Inspiratie

Brugginks transformatie-experiment komt op een goed moment; de renovatiearchitectuur kan wel wat inspiratie gebruiken. Talloze kantoren werden de afgelopen jaren omgebouwd tot hotel of studentenwoningen; op zichzelf een goede zaak, ware het niet dat de architectuur doorgaans van zo weinig fantasie getuigt. Het interieur krijgt een lik verf, de ene grijze gevel wordt vervangen door de andere. Alsof het gebeurt in afwachting van de onvermijdelijke sloop.

In dit huis heeft Bruggink al zijn creativiteit ingezet om ons met een nieuwe blik te laten kijken naar banale gebouwen. Als je ziet wat hier met spaanplaten, kliklijsten en tapijttegels is gedaan, voel je iets onwaarschijnlijks: begeerte - en spijt dat je zelf al die spullen bij het grof vuil hebt gezet.

Rolf Bruggink (1969) studeerde bouwkunde in Delft en begon in 2003 met Marnix van der Meer architectenbureau Zecc, dat naam maakte met verbouwingen van kerken en watertorens tot woonhuizen. Daarnaast werkte hij aan de verbouwingen van zijn eigen woonhuizen, waarvan klushuis De Zwarte Parel het bekendste is.

Meubelserie

In 2012 besluit Bruggink te stoppen als architect en zich toe te leggen op het ontwerpen van meubels. Hij werkt met antieke kasten en stoelen, die in stukken worden gezaagd en in nieuwe composities worden verwerkt. Daarnaast onderzoekt hij de mogelijkheden van recycling; zo ontwierp hij bankjes van 1, 2 en 5 eurocentmuntstukken en afgeschreven dollarbiljetten.

Voor zijn nieuwste meubelserie wendt hij zich opnieuw tot de architectuur; het is een stapelbare set krukken in de vorm van de voormalige Twin Towers. Daarnaast werkt hij aan een vuurkorf naar model van Rem Koolhaas' wolkenkrabber De Rotterdam.

Transformatie koetshuis tot woonhuis, Utrecht. Architectuur. Ontwerp: Studio Rolf.fr i.s.m. Niek Wagemans. 2010-2015.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden