Ontwarren, duiden, begrijpen

Free radicals noemt IFFR-directeur Rutger Wolfson eigenzinnige filmmakers. Wat maakt hun werk zo boeiend dat het publiek in Rotterdam er voor in de rijen staat?...

Adellatif Kechiche is een free radical. Van de Frans-Arabische regisseur is op het International Film Festival Rotterdam La graine et le mulet (De couscous en de vis) te zien, over een familie in de lagere regionen van de Franse maatschappij. In zo'n tweeënhalf uur ontvouwt Kechiche het leven van de oude, Algerijnse havenarbeider Slimane. Hij leeft gescheiden van zijn vrouw en kinderen in het pension van zijn vriendin met haar volwassen dochter Rym. Daar probeert hij een nieuw leven op te bouwen waarin plaats is voor ieder lid van de familie.

Als Slimane na 35 jaar zijn baan verliest, besluit hij een restaurant te openen. Voor dat initiatief heeft hij de steun van de autoriteiten nodig. Maar die tonen zich ongevoelig voor zijn passie en ambitie. Hierdoor ontstaat een wereld waarin de autochtonen tegenover de allochtonen komen te staan zonder dat er luidop of expliciet over racisme wordt gesproken. Dit is zoals het gaat bij een Algerijnse arbeidersfamilie in Frankrijk. Zij stuit voortdurend op een muur van onbegrip en onwetendheid.

Op het International Film Festival Rotterdam draait het dit jaar om free radicals, een term die is ingebracht door directeur Rutger Wolfson. Met de vrije radicalen, een begrip ontleend aan de chemie en gebruikt voor bijzondere moleculen of atomen die hevige reacties uitlokken, doelt Wolfson op filmmakers die volstrekt hun eigen gang gaan, en zich niets van de (commerciële) wetten van film aantrekken. Makers die geen afgeronde verhalen vertellen of technische perfectie nastreven, maar bewust een rauwe, rafelige kwaliteit opzoeken.

La graine et le mulet, een van de beste films op het festival, behoort tot die categorie. Kechiche heeft zich bij het maken niets van dramaturgische regels en wetten aangetrokken. Hij laat de hoofdpersoon Slimane lekker lang op zijn brommertje rondtuffen, en de vrouwen kwebbelen en ruzieën soms minuten achter elkaar. De film wordt zodoende even onvoorspelbaar en grillig als het leven zelf. Hij biedt inzicht in een wereld waarin tradities zijn vastgelopen, en de multiculturele ondergrond nogal wankel blijkt.

Op die wankele bodem van Slimane's bestaan is het goed toeven. Omdat de bioscoopbezoeker op die plek wordt gedwongen een nieuwe balans te zoeken. Dat is precies wat de fervente bezoeker van filmfestivals wil: ontwarren, duiden, en begrijpen.

De bezoeker van het IFFR is net zo goed een free radical. Hij of zij neemt geen genoegen met de scoringsdrift van Pauw en Witteman of de lamlendige fictie van Kommissar Rex, en verlaat het huis om richting Rotterdam te koersen. Daar wil hij niets anders dan in het donker kennismaken met onbekende werelden en vreemde personen. Het begint bij de snijdende spanning in de zaal voorafgaand aan vertoning. Er worden tussen de festivalgangers weetjes en adviezen uitgewisseld, totdat plots het zaallicht dooft: de reis naar een onbekende bestemming gaat beginnen. De stilte die daarna volgt, is een gewijde stilte. In het pluche van het arthouse vindt verzet plaats tegen de alles glad strijkende entertainmentcultuur, die met ongekende marketingbudgetten overal op de aarde dezelfde formules loslaat op een doelgroep zo groot als de wereldbevolking.

Film is van alle kunst het sterkst verbonden met het realisme. De allereerste beelden, gemaakt door de Franse gebroeders Lumière, laten een trein zien die aankomt op een station. Hiermee definieerden de Lumières film als een medium dat de werkelijkheid in beweging kon zetten.

Toen de Franse illusionist George Méliès, die op de grens tussen de 19de en 20ste eeuw de verhalende film ontwikkelde, zich ermee ging bemoeien, werd die definitie opgerekt: de bioscoop bleek bij uitstek een plek waar de werkelijkheid vergeten kon worden. Film werd een avondje uit. Een medium dat zich onttrok aan waarden als 'hoog' en ‘laag', en zich in de tweede helft van de 20ste eeuw ontwikkelde tot een door rendementen beheerste cultuurindustrie.

De pogingen van makers als Sergej Eisenstein, Luis Buñuel, en Andrej Tarkovski om naast het massamedium ruimte te scheppen voor een 'tiende muze' - een experimentele, surrealistische of zelfs absolute film - verdwenen steeds meer naar de achtergrond, naar de marge die we nu arthouse- of festivalcircuit noemen.

Juist in die marge schuilt het grote avontuur - voor de festivalbezoeker, en al helemaal voor de filmcriticus, die altijd speurt naar nieuwe, onbekende talenten en vormen. Film is niet per definitie een weergave van de werkelijkheid. Film kan zo veel meer zijn dan dat.

Een filmmaker die andere ambities heeft dan louter plezieren, gebruikt de werkelijkheid als een stuk gereedschap. De werkelijkheid dient dan als materiaal, als een verleidingsmiddel - een uitnodiging een wereld binnen te stappen die bekend voorkomt, maar bij nader inzien volslagen vreemd is.

De wereld van de Frans-Algerijnse arbeider Slimane is er zo een, en wie het geduld heeft om door het alledaagse gekibbel en geklets van zijn familieleden heen te kijken, bevindt zich tijdens de vertoning van La graine et le mulet zomaar in het hart van de hedendaagse, stedelijke samenleving.

De sensatie die een dergelijke ervaring opwekt, bindt de festivalbezoekers als een groep gelukszoekers, een collectief van betoverde gelovigen in aanwezigheid van een mysterie. Hun nieuwsgierigheid omzeilt de alomtegenwoordigheid van de massacultuur, en wordt gestuurd door het idee dat er zoiets bestaat als een ongrijpbare werkelijkheid.

De cinefiel onderkent de realiteit als ondoorgrondelijk en onpeilbaar, en kijkt er juist daarom met ontzag naar. Alle afbeeldingen van die werkelijkheid, die net zo goed uit Flower in the Pocket van de Maleisische maker Liew Seng-tat afkomstig kunnen zijn als uit No country for Old Men van Joel en Ethan Coen, bieden geen waarheden, maar opties op waarheden. Zo kan het leven zich voltrekken, of misschien ook wel helemaal niet.

Welke sterren zitten erin en waar gaat de film over? Dat is de vraag die altijd wordt gesteld wanneer over film wordt gesproken. Daarmee wordt de filmkunst tekort gedaan. Jazeker - films hebben verhalen die tot in den treure naverteld kunnen worden. Alleen gaat film daar in eerste instantie helemaal niet over. Een filmmaker die meer wil dan de aandeelhouders van de studio behagen, ziet het als opdracht de wereld als nieuw te presenteren. Zulke films maken het mogelijk nadrukkelijk te ervaren dat je leeft, dat je onderdeel bent van dat onoverzichtelijke begrip dat de werkelijkheid heet. Wat film doet, is een brug slaan tussen wat zich in onze hoofden afspeelt en daarbuiten.

In zijn essaybundel Het mechaniek van de ontroering (1995) stelt Rutger Kopland dat poëzie de mogelijkheid biedt in woorden en regels iets te herkennen dat er nog niet was voordat het door de dichter onder woorden werd gebracht. Kopland noemt in zijn bundel een geslaagd gedicht 'een ingewikkelde machine, van woorden gemaakt. Ingewikkeld, onbegrijpelijk en exact'.

Op de films gemaakt en bemind door de free radicals van deze tijd is die omschrijving naadloos van toepassing. Ook een intrigerende film herbergt Koplands vreemde paradox: de keuze van de regisseur voor de beelden moet exact zijn omdat die een wereld uitdrukken zoals die alleen op het celluloid of in de pixels bestaat. Maar hoe dat verder precies werkt, en waartoe dat leidt, weet niemand. In het donker van de zaal kan er alleen maar naar gezocht worden. Elke film is een nieuw avontuur. Na afloop, op weg naar huis, rest de leugen van de werkelijkheid. |

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden