Ontwaak uit ideologische droom

Wij voeren in Uruzgan een beschavingsoorlog uit naam van idealen die ons blind maken voor de werkelijkheid en de geschiedenis, betoogt Hans Achterhuis....

De kogel lijkt door de kerk. We blijven tot 2010 in Uruzgan, een Kamerdebat zal daar niets aan veranderen. Toch is het misschien goed nog eenmaal een wijdere blik van een grotere historische afstand te werpen op de Nederlandse militaire betrokkenheid in Afghanistan.

Onverwacht werd ik de afgelopen weken gedwongen tot deze distantie. Als toerist verbleef ik in Zuid-Afrika. Mijn reisliteratuur bestond uit boeken over de geschiedenis van dit land en romans van Coetzee. Kranten zag ik nauwelijks, tv helemaal niet. De wereldpolitiek en onze kleine nationale rol hierin, waren ver weg. Deze rust werd echter onverbiddelijk verstoord door een aantal passages uit De kust van de goede hoop, het standaardwerk van Allister Sparks over de geschiedenis van Zuid-Afrika. Ineens kwamen Nederland en Uruzgan via een omweg weer akelig dichtbij.

Wanneer hij de laatste fase van de apartheid beschrijft, waarin de regering wanhopig probeert de onlusten in de zwarte woonoorden te temperen, schetst Sparks de strategie hiervan. De codenaam was WHAM, wat staat voor ‘Winning Hearts and Minds’. Via hulpprojecten wilde men de zwarte bevolking terugwinnen. Rioleringssystemen en wegen werden aangelegd en er werd een groot woningbouwprogramma gestart.

De uitvoering was niet makkelijk in de zwarte woonoorden, waar leger en politie zich alleen zwaarbewapend konden vertonen. Om er toch mee te kunnen beginnen, maakte men gebruik van de ‘zogeheten inktvlekstrategie’. Die hield in ‘dat de operatie zich moest concentreren op specifieke plaatsen; als deze eenmaal onder controle waren gebracht, konden ze worden gebruikt als strategische uitvalsbases van waaruit de omgeving kon worden gepacificeerd’. Er werden 34 plekken bepaald, vanwaar leger en politie met hulpverleners en opbouwwerkers in hun voetspoor, konden beginnen de hearts and minds van de bevolking te winnen.

Nodeloos te zeggen dat de WHAM niet werkte. Een belangrijke reden was dat het blanke bewind zijn eigen propaganda ging geloven. De zwarte opstand zou van buitenaf door communisten worden geregisseerd en niet door de meerderheid van de bevolking worden gedragen. Nodeloos ook te zeggen dat de WHAM grote aantallen burgerslachtoffers maakte. Zo werden in 1986 tijdens een grote operatie in Crossroads honderden mensen gedood en 70.000 uit hun behuizingen verdreven. Van de beloofde opbouw hierna kwam vanzelfsprekend ook niets terecht.

Via een onverwacht vervreemdingseffect was ik zo van Zuid-Afrika in Uruzgan beland. Het was alsof ik één van onze eigen militaire strategen enthousiast hoorde uitleggen hoe wij via onze eigen inktvlek langzaam maar zeker de hearts and minds van de Afghanen aan het veroveren waren. De befaamde Dutch Approach bleek al eerder in onze voormalige kolonie te zijn uitgeprobeerd.

Dat klinkt ongetwijfeld ergerniswekkend. Wij hebben tenslotte het beste voor met de Afghanen. Dat kon je van de apartheidsaanhangers niet zeggen als het over hun zwarte landgenoten ging. Maar is dat echt zo? Zijn wij niet even blind en bevangen als de blanke Zuid-Afrikanen in het verleden? Hoe vreemd het ook mag klinken, de apartheid was aanvankelijk een verheven idee. Juist dit zorgde voor de blindheid van de blanken. Aan zijn hoofdstuk over het ontstaan van de apartheid geeft Sparks dan ook het volgende motto mee: ‘Het grote gevaar van idealisme schuilt in het feit dat het mensen in dwazen verandert. Door een overmatig dagelijks beroep op de hoogste idealen kan de werkelijkheid ten onder gaan.’

Kan de buitenstaanderblik vanuit Zuid-Afrika ons Nederlanders niet helpen wakker te worden uit onze benauwende ideologische droom? Coetzee suggereert dat er ook iets te leren valt uit de oudere geschiedenis van Zuid-Afrika. Zijn roman Schemerlanden uit 1974 bestaat uit twee delen. De eerste novelle, Het Vietnamproject, beschrijft de Amerikaanse pogingen de strijd in dat land in hun voordeel te beslissen, de tweede, Het relaas van Jacobus Coetzee, verhaalt via dit fictieve familielid van de auteur over de kolonisatie van Zuid-Afrika door blanke boeren in de tweede helft van de 18de eeuw. Wie deze verhalen direct na elkaar leest, ontdekt hoe de houding van de Amerikanen in Vietnam in het verlengde ligt van de kolonisatie van de Kaapprovincie. Kolonialisme en imperialisme worden met dezelfde blindheid voor de positie van de ander en even meedogenloos bedreven. En beide keren gebeurde dit in naam van ‘de beschaving’.

Zijn wij Nederlanders in Uruzgan niet ook betrokken bij een manifestatie van ‘de grote beschavingsoorlog’? Dat laatste is de titel van het meesterwerk van de Engelse journalist Robert Fisk, een geschiedenis van de desastreus uitpakkende westerse militaire bemoeienissen met het Midden-Oosten en Afghanistan. Voor iedereen in de Tweede Kamer die meepraat en meestemt over Uruzgan zou het verplichte kost moeten zijn. Helaas is geschiedenis, behalve als het over ons eigen land gaat, nog steeds ‘uit’.

Fisk weet dit en hij eindigt zijn studie dan ook met een verzuchting van T.S. Elliot over de manier waarop oorlogen tegen andere volken steeds meer als (humanitaire) interventies worden verkocht. Allerwegen, stelde Elliot, ‘worden naties nu opgeroepen zich te mengen in het bewind van andere landen – en altijd in naam van de vrede en harmonie. Respect voor de cultuur, het leefpatroon, andere mensen, is respect voor geschiedenis en voor geschiedenis hebben wij weinig achting’.

Het kabinetsbesluit tot 2010 in Uruzgan te blijven, onderstreept nog eens de waarheid van deze oude diagnose.

Hans Achterhuis is emeritus hoogleraar filosofie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden