Ontspannen PvdA

Alweer geruime tijd is de sociaal-democratische theoreticus Jacques de Kadt terug van weggeweest. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog was hij buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamer en stond hij in hoog aanzien in de PvdA....

De Kadt viel in ongenade toen de PvdA eind jaren zestig wegdreef van haar reformistische orthodoxie en op sleeptouw werd genomen door de herideologisering en radicalisering van links. In 1970 verliet hij de partij. Zijn laatste grote werk, De politiek der gematigden (1972), werd ook buiten sociaal-democratische kring afgedaan als de zwanenzang van een ouwe mopperpot. Bij De Kadts 80ste verjaardag in 1977, het jaar waarin de PvdA het radicale beginselprogramma aanvaardde dat afgelopen zaterdag werd vervangen, stelde Harry Mulisch vergenoegd vast dat De Kadt snel voorgoed vergeten zou zijn. Nee, dan de eveneens 80-jarige Anton Constandse!

Intussen is De Kadt een van de inspiratiebronnen voor het nieuwe sociaal-democratische Beginselmanifest. Het door de PvdA weer omarmde 'primaat van de vrijheid' past in een mede door hem en Joop den Uyl, niet voor niets auteur van De weg naar vrijheid (1951), gestempelde sociaaldemocratische traditie waarin gelijkheid in dienst staat van vrijheid. Ook het opgeven van de ambitie kennis te spreiden – mensen als het ware wat minder onwetend te maken ten koste van de slimmeren – stemt overeen met de passies van De Kadt, die niets van egalitaire middelmatigheid wilde weten en het belang van elitevorming benadrukte. Zoals partijleider Bos het heeft toegelicht: kennis is, anders dan macht en inkomen, niet te spreiden omdat het geen zero-sum game is, waarin winst van de een verlies van de ander betekent.

Het nieuwe manifest trekt de PvdA veren uit, nu officieel, die zij al kwijt was. Een nuchtere analyse van de maatschappelijke en economische verhoudingen bracht de partij tot die ideologische terugtocht, maar haar gedachtegoed wordt er aldus niet specifieker op. Het manifest legt dan ook geduldig uit waarin de sociaal-democratie verschilt van neo-liberalisme (het recht op de zekerheid van een fatsoenlijk bestaan) en neo-conservatisme (gemeenschapsvorming, maatschappelijke samenhang en publieke moraal zonder paternalisme of benepenheid). Maar neo-liberalisme en neo-conservatisme, hoewel zuinigjes aanwezig in de politiek van Balkenende II, zijn in Nederland niet bepaald machtige politieke hoofdstromen.

Zo wordt het politieke midden almaar breder en moeten partijen zich vooral profileren via hun lijsttrekkers en quasi-politieke categorieën als stijl, smaak, temperament en nestgeur. Als de PvdA nu zo'n 'geestesmerk' heeft, dan is dat een zekere bedaagdheid, bezadigdheid. De 'subtekst' van het manifest is dat het wel goed is zo. Soms staat het er ook met zoveel woorden. Geen 'ongeremde economische activiteiten', 'werk, werk, werk' is oké, 'druk, druk, druk' niet. De PvdA koestert postmaterialistische waarden, een 'ontspannen samenleving' waarin 'betaalde arbeid belangrijk is maar niet alles'. Marx' Rijk van de Vrijheid is allerminst op de mestvaalt van de geschiedenis gedumpt.

Allemaal sympathieke idealen van en voor gematigde, redelijke, inschikkelijke, misschien ook wat zelfgenoegzame mensen. De terugkeer van middelmatigheid als vaderlandse deugd. Die nieuwe utopie van matigheid en matiging sluit naadloos aan bij de voorkeuren van de Nederlanders zoals vastgesteld in het Sociaal en Cultureel Rapport 2004. Mét de PvdA vinden velen vrije tijd belangrijker dan werk, zij willen geen ratrace, prestatiemaatschappij, strijd, geen topsport als het ware, maar genoeglijke breedtesport, gemeenschapszin en de 'gemoedsrust van de verzorgingsstaat'.

Maar mensen worden pas postmaterialistisch als ze stevige grond onder de voeten hebben. Zonder onderbouw geen ontspanning, maar ook: ontspanning ondermijnt de onderbouw. Want de wereld zal ons gemoedelijke Rijk van de Vrijheid niet ongemoeid laten, economisch noch ideologisch. Als rapporteur van de EU kwam oud-premier Kok onlangs ook tot die conclusie. Om onze welvaart te behouden, dient het Rijk van de Noodzaak in ere hersteld.

Daar komt bij dat een ontspannen samenleving weinig uitdagend is, niet aanzet tot zelfverbetering. 'Ontspanning' smoort de sociaal-economische dynamiek die mensen kansen biedt op emancipatie, traditioneel het sociaal-democratisch streven bij uitstek, en bevriest de maatschappelijke verhoudingen. Wie het van eigen inspanningen moeten hebben om maatschappelijk vooruit te komen – lagere middenklasse, inheemse achterblijvers, immigranten –, komen slecht aan hun trekken. De ontspannen samenleving is dan ook een nogal conservatief ideaal, het wenkend perspectief van maatschappelijk gearriveerden, de renteniers van het thans beschikbare cultureel kapitaal.

De ideologische consensus in het onafzienbare politieke midden is daarom maar schijn. Onder de oppervlakte sluimeren grote verschillen tussen PvdA en CDA/VVD, partijen die wél uit zijn op 'eigen verantwoordelijkheid' en voortgaande emancipatie. Om nog te zwijgen van de kloof die de PvdA op dit punt slaat met erflater De Kadt. Die had een tomeloze hekel aan een 'wereld zonder fantasie, zonder verrassingen, zonder avontuur, zonder spanningen, een uitgedoofde, zelfgenoegzame wereld'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden