Ontsnapt aan een 'vieze oom' in Mogadishu

Het Nederlandse meisje Sarah is vrijdag weggevlucht uit een gedwongen huwelijk in Mogadishu. Nu is ze ondergedoken. 'De Nederlandse ambassade hielp me niet.'

Op de eerste avond van ramadan, vrijdag 20 oktober, staat Shirin Musa te wachten in de aankomsthal van Schiphol. De voorzitter van Femmes For Freedom, dat strijdt tegen huwelijkse gevangenschap, houdt een delftsblauwe ballon met de tekst 'Welkom thuis' vast.


Musa is nerveus. Ze wacht op Sarah, een in Nederland geboren en getogen Somalische. Ze is die dag uit Mogadishu gevlucht. Sarah (18) is als 16-jarige uitgehuwelijkt aan een twintig jaar oudere oom, die ze bestempelt als 'een oude lelijke man'. Ze zit gevangen in een polygame relatie, waarin ze is verkracht, depressief raakte en verslaafd was aan slaappillen.


Sarah heeft die ochtend vroeg een sms'je gestuurd met de boodschap dat ze in Mogadishu aan boord is gegaan van het vliegtuig naar Istanbul, maar sindsdien heeft Musa niets meer vernomen. Het duurt lang voor de passagiers uit de gate komen. Dan, eindelijk, komt Sarah aanwandelen. Ze is gehuld in traditionele Somalische kledij, is zichtbaar opgelucht, maar verschrikkelijk moe.


Ze vertelt dat een ander Nederlands Somalisch meisje van 19, dat een soortgelijke situatie probeert te ontvluchten, die ochtend is teruggehaald door haar man. Een politieagent die op het vliegveld van Mogadishu met een foto van dat meisje rondloopt, sleept haar weg, vlak voor het instappen.


Vluchten uit Mogadishu, een betrekkelijk onveilige stad, is geen sinecure. Er is daar geen Nederlandse ambassade die 'gevangen vrouwen' kan bijstaan.


Bovendien heeft Sarah het vertrouwen in Nederlandse instanties verloren. Eerder, in het najaar van 2011, was het haar gelukt naar de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba te vluchten. Ze meldde zich bij de Nederlandse ambassade. Daar werd haar verteld dat ze haar als minderjarige, ze was toen 17, niet konden helpen. Ze hadden daar toestemming voor nodig van haar ouders. Aan die ouderlijke macht probeerde ze juist te ontkomen. Anderhalve maand verbleef Sarah in Addis Abeba. Vier keer klopte ze vergeefs bij de ambassade aan. Toen ontdekte haar schoonfamilie haar en haalde haar terug.


Nieuw vluchtplan

Weer in Mogadishu zint Sarah op een nieuw vluchtplan. Als haar man naar zijn werk is, gaat ze naar een internetcafé in een buurt die ver af ligt van haar woonwijk. Ze is bang herkend en verraden te worden. Sinds begin juli communiceert ze met Musa, die haar wil helpen. Ze chatten elke dag.


Musa: 'Hoi Sarah, ik ben online. Als je niet wil chatten moet je het gewoon zeggen.'


Sarah: 'Nee, het is ok. Hij is niet thuis vanavond, er is een jongen vermoord in de buurt. Alle mannen zijn er heen gegaan.'


Samen zoeken ze een uitweg uit de misère. Musa is een discrete inzamelingsactie begonnen om een vliegticket voor Sarah te kopen, maar ze bereikt aanvankelijk weinig. Om veiligheidsredenen moet ze vaag blijven over het doel van haar actie. Ze besluit de vluchtpoging van Sarah zelf te financieren. Op de valreep krijgt Musa steun van Vluchtelingen-organisaties Nederland (VON), die de e-ticket voor haar rekening wil nemen. Musa boekt een vlucht, niet naar Nairobi, maar naar Istanbul. De Turkse route is goedkoper.


Sarah vertelt honderduit, die eerste avond terug op Nederlandse bodem. Ze geniet van de Hollandse ' vrieslucht' tegen haar wangen, verlangt naar vanillevla en een boterham met kaas. Vrijdagavond laat vertrekt ze naar een particulier schuiladres, waar ze in afwachting van reguliere opvang, tijdelijk verblijft.


De volgende dag spreek ik Sarah weer, na het shoppen. Met hulp van Femmes For Freedom (FFF) heeft ze kleren kunnen kopen. Ze heeft goed geslapen, maar is onrustig en angstig. 'Ik zag een Somalische vrouw lopen, ik ben zo bang dat ik word ontdekt door familie die naar mij op zoek is.'


'Pittig meisje'

Als ik haar de groeten overbreng van haar kleuterjuffen en haar meester van groep 7 en 8, is ze ontroerd. Ze moet lachen om hun typeringen van haar. De kleuterjuffen beschrijven haar als een 'pittig meisje, dat soms letterlijk van zich afbeet'. Ze lag goed in de groep, had humor, zeggen ze. Ook haar meester omschrijft haar als 'pittig' en 'ondernemend'. In het album van haar basisschool staat ze op diverse klassenfoto's, van vrolijke peuter tot schalkse achtse groeper.


De herinneringen van haar meester kloppen deels, zegt Sarah. Hij had verteld dat 'dat kittige meisje' het thuis zwaar had en dat ze in groep 8 al eens is weggelopen. Dat was vlak voor de musical aan het einde van het schooljaar 2006. Vanaf januari was ineens een mysterieuze man rond haar opgedoken, die had hij daarvoor nooit op school had gezien. In de zomer vertrokken Sarah en haar moeder plotsklaps naar Engeland. De meester had de indruk dat Sarahs moeder, een gescheiden vrouw, de sociale druk voelde van Somaliërs uit haar buurt.


De mysterieuze man was een oom, zegt Sarah. 'Nee, niet degene aan wie ik ben uitgehuwelijkt.' Ze woonde bij haar oma. Haar moeder was naar Dubai vertrokken, om opnieuw te trouwen. Ze bleef zes maanden weg. De oom moest op haar letten, ervoor zorgen dat ze 'een goede moslima' werd.


Ze moest van die oom na school altijd meteen naar huis komen. 'Ik wilde als de andere kinderen zijn. Maar ik mocht nooit naar buiten. Ik werd uitgescholden voor sletje, omdat ik mee op schoolkamp wilde. Schoolkamp was vies, want de meester ging mee, een man. Thuis hadden we geen computer, waardoor ik werkstukken niet kon maken. Daardoor kwam ik altijd in de problemen met mijn leraren. Ik kon niet naar de bibliotheek of een vriendinnetje. Ik mocht ook niet naar de repetitie voor de eindmusical, die tot 5 uur duurde. Ik ben toch gegaan en ben na afloop weggelopen. Ik durfde niet naar huis. Mijn oom was agressief, hij sloeg me steeds.'


Ze heeft een keer op een station geslapen, herinnert ook de meester zich. Maar, zegt ze zelf, ook bij een aardige Nederlandse mevrouw op de bank. Die wilde de volgende ochtend haar moeder bellen. 'Toen ben ik daar weggelopen, tot ik door de politie thuis werd gebracht.'


Haar moeder werd ingelicht over Sarahs escapade. Ze keerde ijlings terug uit Dubai, verkocht de inboedel en nam haar dochter mee naar Engeland. Ze was bang haar te moeten afstaan aan Jeugdzorg.


In Engeland werd Sarah verder gedrild tot 'nette moslima'. Ze moest na de reguliere lessen naar de Koranschool. Maar ze wilde uit, chillen met vriendinnen. 'Ik wilde vrij zijn, mocht nooit naar de bioscoop. Ik wilde ook geen hoofddoek dragen. Deed die stiekem af, zodra ik op school was. Daar werkte een neef van mij, die kneep me heel hard.' Ze liep steeds weg. Haar moeder bleef verhuizen, totdat ze het kennelijk welletjes vond en Sarah met een smoes naar Mogadishu lokte. 'Ik mocht ineens uit en westerse kleding dragen. Ik dacht dat mijn moeder was veranderd. Mijn oma in Mogadishu was ziek, daar gingen we naar toe. Somalische vriendinnen waarschuwden, je moet niet meegaan, je komt niet terug. Maar ik vertrouwde mijn moeder.'


Onterecht. Sarahs paspoort werd afgepakt. In december 2010 werd ze uitgehuwelijkt aan haar oom, die al getrouwd was geweest en een zoontje had van vier. Haar trouwfoto toont een piepjong bruidje met een intens treurige blik. De eerste week na haar huwelijk sloot ze zich op in haar slaapkamer. 'Ik wilde geen seks met die vieze man. Ik zei dat ik ongesteld was.' Ze hield dat twee weken vol, toen verkrachtte hij haar.


'Ik was een beetje uitgescheurd, moest naar de dokter. Die zei dat we drie maanden geen seks mochten hebben, gelukkig.'


Sarah werd depressief, deed niet anders dan tv kijken, eten, slapen. Ze was verslaafd aan de slaappillen. Toen dat werd ontdekt, brachten ze haar naar een djinn-dokter (een imam die geesten uitdrijft). 'Die ging op een trommeltje slaan en om me heen dansen. Dat duurde zeven dagen. Ik geloof daar niet in.'


Omdat ze niet zwanger werd en haar man wilde testen aan wie dat lag, dwong hij Sarah tot gemeenschap met een vriend 'met goed zaad'. Sarah: 'Die kreeg bij zijn vrouw elk jaar een baby. Mijn man wilde per se een kind van mij. Dan was het voor hem makkelijker naar Nederland te komen.' De vriend verkrachtte haar drie keer. 'Ik ging uitdagend roken, midden in zijn gezicht, schreeuwde dat ik aan mijn moeder en vader ging vertellen wat hij gedaan had, toen stopte het.'


Tijdens ramadan 2011 beraamde Sarah haar eerste ontsnappingsplan. Ze vroeg familie in de diaspora om geld, ter ere van het Suikerfeest. Ze kocht een vliegticket naar Hargeysa (de hoofdstad van Somaliland) en vandaar een buskaartje naar Addis Abeba en meldde zich bij de Nederlandse ambassade. 'Ik moest mijn hele levensverhaal op papier zetten. Maar de bereidheid te helpen was er niet. Ik hoorde ze zeggen dat ze altijd die rotzooi van die Somaliërs moeten opruimen en tickets moeten kopen voor hun kinderen naar Nederland.'


Gehoorzamen

Nadat ze was teruggehaald door haar man, kwam haar moeder naar Mogadishu. Om haar 'te helpen', zei ze. Ze beloofde haar nu wel mee terug te nemen naar Engeland. Sarah wist haar Nederlandse paspoort 'terug te stelen' van haar moeder. 'Mijn moeder vertrok in juni, maar liet me weer achter. Ik moest mijn man gehoorzamen, zei ze. Ik kon niet weg, zou doodgaan in Mogadishu. Het was allemaal zo erg, ik had een miskraam gehad. En mijn man had nog eens twee vrouwen gehuwd.'


Toen is ze op internet gaan zoeken naar hulp. Ze kwam bij de Britse Forced Marriage Unit terecht. Die kon haar niet helpen, omdat ze Nederlandse is. Uiteindelijk vond ze op de site van de Nederlandse Kindertelefoon een verwijzing naar FFF. 'Op het forum zocht een meisje hulp voor haar zusje die in Pakistan vastzit in een gedwongen huwelijk. Ik ben FFF gaan googlen, zo kwam ik in contact met Shirin.'


Met haar vlucht naar Nederland heeft ze een eerste stap gezet naar een nieuw leven, hoopt Sarah. Maar hoe het nu verder moet, weet ze niet. Zondag is ze ziek, ze heeft diarree, is ongelooflijk moe, heeft het koud, geen eetlust. Maandag en dinsdag gaat het iets beter met haar. Maar ze is continu aan het piekeren. Over haar toekomst. Niet over de verradersrol van haar moeder. Die is wel helder. 'Je gaat het later wel begrijpen waarom ik dit doe, zegt ze steeds. Ze wil me helpen een betere moslim te worden.'


Om veiligheidsredenen is de naam Sarah gefingeerd.


'TASKFORCE NODIG'

De zaak-Sarah bewijst volgens voorzitter Shirin Musa van Femmes For Freedom (FFF) de noodzaak van de instelling van een Nederlandse Task Force Gedwongen Huwelijken, naar Brits model.


Musa stelt dat als Sarah een Brits paspoort had gehad, ze snel zou zijn geholpen. Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken werkt in dergelijke zaken nauw samen met de Force Marriage Unit (FMU). Die bood vorig jaar 1.468 keer hulp aan slachtoffers van gedwongen huwelijkspraktijken (onder wie vrouwen die zijn verkracht en gedwongen worden een abortus te ondergaan).


Sarah kreeg van de Nederlandse ambassade in Addis Abeba te horen dat ze over enkele maanden 18 jaar werd (in januari 2012) en dat het zinvoller was daarop te wachten. Dan had ze geen toestemming meer nodig.


'Voor de aanvraag van een reisdocument voor kinderen is toestemming nodig van de ouder(s) belast met het gezag. Indien deze toestemming door omstandigheden niet gevraagd kan worden, dient een vervangende toestemming van de Nederlandse rechter gevraagd te worden. Deze procedure kan enige tijd in beslag nemen', staat in de brief over de aanpak huwelijksdwang die de ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Leers (Immigratie, Integratie en Asiel) op 25 mei aan de Tweede Kamer stuurden.


Sarah ontmoette in Addis Abeba zes Brits Somalische lotgenoten. Die verbleven in een hotel en werden onder begeleiding in een auto naar de ambassade gebracht: om herkenning op straat door zoekende familieleden te voorkomen.


Dat staat in schril contrast tot haar behandeling, vindt Sarah. Ze is ook niet de enige die vergeefs aanklopte bij de Nederlandse ambassade. In Addis trof ze een Nederlands Somalische vrouw van 25 uit Groningen, met dezelfde ervaring. Zij was op haar 14de uitgehuwelijkt. Haar man mishandelde haar, had haar overgoten met heet water. 'De littekens van de brandwonden waren zichtbaar in haar nek.'


Diverse Nederlandse gemeenten roepen vrouwenverenigingen, vrijwilligersorganisaties en sportclubs elke zomer op vrouwen die naar Marokko en Turkije afreizen voor te bereiden op mogelijke achterlating. Aangeraden wordt kopieën van paspoort en andere belangrijke documenten en telefoonnummers van de Nederlandse ambassade en hulporganisaties bij zich te dragen.


De Amsterdamse wethouder Andrée van Es (Diversiteit en integratie) wil dat het Bureau Leerplicht na de vakantie natrekt of er kinderen ontbreken in de schoolklassen. Bij afwezigheid moeten die met de Nederlandse ambassade worden opgespoord. Uit Marokko en Turkije keren volgens Van Es elk jaar 80 vrouwen en 100 kinderen niet meer terug.


PvdA-Kamerlid Kadija Arib pleitte eerder voor een taskforce, die actief kan interveniëren. Dat voorstel werd afgewezen met het argument dat er voldoende voorzieningen zijn. 'Het verhaal van Sarah toont dat er wel degelijk behoefte is aan een extra instrument. Vooral voor ingewikkelde landen als Pakistan, Afghanistan, Iran, Somalië', zegt Arib. Ze vindt het 'onverteerbaar' dat Nederlandse gevangenen in het buitenland adequater worden bijgestaan door ambassades dan vrouwen in huwelijkse gevangenschap.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.