Ontroerend overzicht van een eeuw zelfportretten

Als de schilder zijn ogen tot ons richt, schreef Michel Foucault over een zelfportret van Velázquez, dan zijn wij toeschouwers teveel....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

FERRARA

Kunstminnende voyeurs komen volop aan hun trekken in De schilder in de spiegel, een tentoonstelling in Palazzo dei Diamanti in de Noorditaliaanse stad Ferrara. Een juweel van een expositie in een juweel van een stad.

Een zelfportret is geen geschilderde foto. Sommigen zien het zelfs als de kwintessens van de schilderkunst: de schilder analyseert zichzelf en geeft een beeld van zijn diepste roerselen, zijn angsten, zijn ideeën, zijn dromen. Hij kan zijn spiegelbeeld ook gebruiken om een boodschap uit te dragen, zichzelf te relativeren of juist te idealiseren. Monotonie is dit genre dan ook vreemd.

'Het zelfportret', schrijft Maurizio Fagiolo dell'Arco, inrichter van de expositie en auteur van de catalogus, 'is de sublieme herinnering van de antieke mythe van Narcissus, het is de projectie van het verleden in de geschiedenis. Het is allegorie en zinnebeeld, vertelling en leugen. Het kan absolute fictie zijn of onbewuste werkelijkheid.'

Deze veelzijdigheid komt op de tentoonstelling in Ferrara uitstekend tot haar recht. Praktisch alle grote Italiaanse schilders van de eerste helft van deze eeuw zijn er vertegenwoordigd. In hun portretten geven deze 53 schilders weer hoe ze zichzelf zien, of hoe ze zichzelf zouden willen zien, of hoe ze zouden willen dat anderen hen zien, of hoe ze na hun dood gezien willen worden - dit alles doortrokken van soms duistere boodschappen en manifesten.

Fagiolo, een van de weinige experts op dit gebied, is erin geslaagd uit musea en particuliere collecties de meest representatieve zelfportretten bijeen te brengen. Sommige daarvan zijn erkende meesterwerken, andere zijn praktisch onbekende schilderijen die hier voor het eerst zijn tentoongesteld. Samen geven de 82 werken de ontwikkeling aan in de relaties tussen de schilder en zijn beeld.

De expositie bestaat uit zeven afdelingen: drie monografische zalen en vier waarin de werken zijn gegroepeerd naar plaats (Noord-Italië, Etrurië), stroming (magisch realisme) of school (Romeinse school). Morandi, de grote schilder van kannen en flessen, is aanwezig met twee opmerkelijke zelfportretten. De achttienjarige Emilio Vedova schildert zichzelf twee maal in een heftig clair-obscur naakt op een spiegel. Ottone Rosai heeft van zichzelf drie maal een monster gemaakt. Felice Carena lijkt in zijn Zelfportret met de Spaanse vriend als twee druppels water op Van Gogh. Renato Birolli geeft zichzelf zijn evangelie in de hand: geheten Pascal.

Het boeiendst zijn de monografische zalen. Giacomo Balla (1871-1958) is aanwezig met acht zelfportretten, van het uitdagend-experimentele Autosmorfia (Zelfgrimas) uit 1900 tot het wijze Primi e ultimi pensieri (Eerste en laatste gedachten) uit 1949. In het pre-futuristische Zelfgrimas rollen de ogen bijna Balla's hoofd uit en is zijn mond vertrokken tot een kogelrond gat. Twee jaar later schildert hij zijn beroemdste zelfportret, in de stijl van het divisionisme. Scherts en experiment zijn weer terug in Zelfschouder, een 'zelfportret' van zijn schouder tussen baard en rechtertepel.

De futurist Balla is vertegenwoordigd met het mysterieuze Zelfgemoedstoestand, gesigneerd Futurballa. Voor een tentoonstelling in 1951 doopte hij dit schilderij van lijnen en licht om in Gemoedskwelling.

In zijn ouderdom keerde hij terug naar een meer traditionele stijl. Op zijn zelfportret als 77-jarige is de ex-futurist zorgelijk verdiept in zijn 'laatste gedachten', maar vlak achter hem hangt hoopvol Eerste gedachten, een zelfportret van zijn dochter Elica.

Giorgio De Chirico (1888-1978), protagonist van de avantgarde na de Eerste Wereloorlog, was een Narcissus in hart en nieren. Deze eenzame en timide man heeft honderden zelfportretten geschilderd. Hij was behept met een immens super-ego en een onbedwingbaar superioriteitsgevoel.

Hij zag zichzelf als een levende heros en bewees dat met een zelfportret waarop hij in een standbeeld verandert. Het was logisch dat hij voor de uitbeelding van zijn pessimistische ideeën, die hij opzettelijk zo cryptisch weergaf dat bijna niemand ze begreep, zichzelf als model nam.

De Chirico noemde zich pictor optimus, een 'superieure schilder', variant van de Übermensch van zijn geliefde Nietzsche. Hij beeldde zichzelf graag af als andere groten: Odysseus, een renaissance-vorst of een barokschilder. Of hij schilderde zichzelf in gezelschap van Euripides of Hermes. De god van het 'hermetische' stilzwijgen en het mysterie was de metafysicus De Chirico bijzonder dierbaar. Maar Hermes was ook de bode der goden, het equivalent van de christelijke engel. De Chirico's pose is die van de maagd Maria die de blijde boodschap krijgt.

In Ferrara is De Chirico negen maal present. Het meest verontrustende portret, tevens de mascotte van de tentoonstelling, is Naakt zelfportret uit 1942. De 54-jarige schilder zit zwaarlijvig op een bankje. Hij verzinnebeeldt de dramatische eenzaamheid tegenover het oorlogsgeweld. Hij is hier de lijdende Christus, in navolging van een Ecce Homo-zelfportret van Dürer uit 1522. Voor een expositie in Londen in 1949 heeft hij zijn naaktheid met een conformistische lendendoek bedekt.

Zijn jongere broer Andrea was De Chirico's alter ego en bron van vele van zijn wijsheden. Ze noemden zich graag de Dioscuren. Andrea, die de naam Alberto Savinio aannam, was musicus, schrijver en schilder. In de De Chirico-zaal hangt een zelfportret van Alberto, die op een grote zwart-wit-foto lijkt. Alberto is gekleed als een musicus uit de belle époque en houdt zijn hand in de Napoleon-pose. Zijn hoofd is de kop van de vogel van de wijsheid: de uil van zijn geboortestad Athene.

Een paar van een heel ander kaliber vormden de Romein Mario Mafai (1902-1965) en zijn Litouwse vrouw, de beeldhouwster en schilderes Antonietta Raphaël (1895-1975). Zo intellectualistisch als de De Chirico's zijn, zo menselijk zijn de Mafai's. Aan hun parallelle levens is de meest ontroerende zaal gewijd, Casa Mafai.

Antonietta als vioolspeelster; Mario met een expressionistisch gezicht voor een Tiberkade; Antonietta die haar jeugdjaren oproept door zichzelf de trekken en kleuren te geven van een Russische ikoon; Mario zwaarmoedig in gedachten verzonken of glazig voor zich uitstarend; de werkende vrouw Antonietta, gestoken in een blauwe overall, haar werktuigen hamer en passer in de hand.

Een concours over het thema arbeid wint Mario met een zelfportret: zijn hemd is programmatisch rood, hij heeft een blauwe werkmanspet op, en voor hem staan zijn favoriete bloemen en en planten. Als 72-jarige schildert Antonietta zichzelf en de objecten die haar dierbaar zijn. Het is een ode aan de schilder- en beeldhouwkunst. En, via een schilderijtje achter haar, aan haar overleden man Mario.

Il pittore allo specchio, autoritratti italiani del Novecento. (De schilder in de spiegel, Italiaanse zelfportretten van de twintigste eeuw). Palazzo dei Diamanti, Corso Ercole I d'Este 21, Ferrara. Catalogus 45.000 lire (45 gulden). Tot en met 15 oktober dagelijks van 9.30 tot 13 en 15.30 tot 19 uur (vanaf 1 oktober 15 tot 18.30 uur).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden