Ontroerend en geestig gezeur ****

Morrissey - die van The Smiths - heeft een autobiografie geschreven. Wat blijkt? De man kan behoorlijk schrijven. Maar hoeveel successen hij ook heeft geboekt, de jubel spat niet bepaald van de pagina's af.

Morrissey

Autobiography

Penguin Classics, euro 11,49.

In Britse literaire kringen zou er schande van gesproken zijn. Popzanger Morrissey (1959) die zijn memoires wilde uitgeven in de prestigieuze Penguin Classicsreeks. Een reeks bestemd voor herdrukken van klassieke werken uit de wereldliteratuur. Autobiography, zoals het bijna vijfhonderd pagina's tellende boek heet, naast de werken van Dickens, Baudelaire en Homerus? Wat dacht die Morrissey wel?


Wie echter een beetje bekend is met de geschiedenis van de man die in 1983 als voorman van The Smiths zijn intrede deed in de popgeschiedenis, weet wel beter. Toen Morrissey in 1988 zijn eerste soloplaat uitbracht bij EMI, stond hij er ook op dat de platenmaatschappij speciaal voor hem het aloude His Master's Voice-label en -logo weer van stal zou halen. En eigenlijk heeft Morrissey sindsdien bij elke platenmaatschappij (het zijn er nogal wat) dergelijke eisen gesteld.


Eisen die over het algemeen gretig werden ingewilligd, want Morrissey is het grootste Britse popicoon van de laatste dertig jaar. De muziek van The Smiths is tijdloos gebleken. Hun album The Queen Is Dead (1986) werd vorige week door de New Musical Express (NME) nog uitgeroepen tot beste album uit de popgeschiedenis. De muziek, een combinatie van sprankelende gitaren (gespeeld door Johnny Marr) met excentrieke, soms geëxalteerde falset van de uit duizenden herkenbare Morrissey, sloeg destijds ook al in als een bom. In een tijd waarin Britse pop werd overheerst door synthesizers en overgeproduceerde hitparadepop, domineerden bij The Smiths gitaren en spraken de teksten rechtstreeks tot het gemoed van tobbende tieners.


Morrissey bleek niet alleen een unieke zanger, maar ook een groot tekstdichter: neem alleen de openingsregel van de tweede single This Charming Man: 'Punctured bicycle on a hillside desolate/Will nature make a man of me yet.'


Van zo iemand wil ook dertig jaar later iedere uitgever wel memoires uitgeven, ook in een reeks waarin geen popmuzikanten voorkomen.


Een voordeel van deel uitmaken van de Penguin Classicsreeks, is dat het boek met ruim 11 euro betrekkelijk goedkoop is. Een 'hardback', zoals gebruikelijk bij eerste drukken van memoires van beroemdheden, had zeker het dubbele gekost. Nu het bijna drie weken in de winkels ligt, staat vast dat Autobiography in elk geval in eigen land een bestseller is, die fier aan kop staat in de Britse paperback Top-10.


Dat zal Morrissey goed doen. Een van de dingen die na lezing van de vijfhonderd dichtbedrukte bladzijden blijft hangen, is dat de schrijver een hitlijstenfetisjist is. Hij weet precies hoe hoog al zijn platen in de hitparades binnenkwamen, waar ze strandden en wie hij boven zich moesten dulden.


Dat hij de eerste plaats met zijn band The Smiths tijdens hun bestaan (1982-1987) geen enkele keer heeft gehaald, zal de meeste lezers verbazen en dat heeft hem tot op de dag van vandaag gefrustreerd. The Smiths wordt tegenwoordig ook buiten Groot-Brittannië beschouwd als een van de allerbelangrijkste popgroepen ooit, maar het album kwam destijds niet verder dan de tweede plaats.


Dat doet er inmiddels al lang niet meer toe, zou je zeggen, maar Morrissey maakt de lezer erg vaak deelgenoot van zijn frustraties erover. Te vaak en te grof gaat hij tekeer tegen vooral de platenbaas van Rough Trade, het label waar The Smiths in 1983 bij tekende.


Rough Trade was nu eenmaal niet gewend dat artiesten uit hun stal meestreden om de eerste plaats in de hitparade, iets dat The Smiths vanaf de tweede single This Charming Man wel deed.


Morrisseys tirades zijn niet ongeestig' 'I glance around his office searching for an axe. Some murders are well worth their prison term.' Maar van iemand die ooit de tekstregel 'It's so easy to love, it's so easy to hate/It takes strength to be gentle and kind' dichtte, mag je iets meer nuance verwachten.


Die kom je vooral tegen op de eerste honderdvijftig pagina's van het boek. Prachtig evocatief zijn de eerste pagina's (zonder alinea-indeling) waarin hij over het troosteloze Manchester verhaalt waar hij opgroeide ('Birds abstain from song in post-war Manchester.'). Fraai zijn ook de passages waarin hij beschrijft hoe mensen als David Bowie ('every inch the eighth dimension') zijn jeugd kleur gaven, en hoe niet alleen popmuziek, maar ook poëzie (Oscar Wilde, W.H. Auden en, verrassend, A.E. Housman) zijn leven veranderden.


Hij is ontroerend wanneer hij de plotselinge dood van zijn, naar nu pas blijkt, hartsvriendin zangeres Kirsty MacColl beschrijft. En geestig wanneer hij zich een ontmoeting met David Bowie herinnert: 'David vertelt me zachtjes: 'weet je, ik heb zo veel seks en drugs gehad, dat ik niet begrijp dat ik nog leef.' Waarop ik heel hard zeg: 'weet je, ik heb zo WEINIG seks en drugs gehad dat ik niet begrijp dat ik nog leef.''


Het toewerken naar het verhaal van The Smiths gaat Morrissey beter af dan de weergave van hun geschiedenis zelf. Opkomst en ondergang van The Smiths beslaan niet meer dan zeventig pagina's van Autobiograpy. De ontmoeting tussen Morrissey, geboren in 1959, en de paar jaar jongere Johnny Marr vindt pas plaats op pagina 141. Dan zou eigenlijk het interessantste deel van het boek moeten beginnen.


Over de samenwerking tussen de tekstschrijver en zanger Morrissey en de gitarist Marr, die de popgeschiedenis ingrijpend zou veranderen en tot onverslijtbare liedjes zou leiden. This Charming Man, Bigmouth Strikes Again, How Soon Is Now?, Heaven Knows I'm Miserable Now en There Is A Light That Never Goes Out werden popklassiekers dankzij de unieke combinatie van Morrisseys stem en zeldzaam poëtische teksten met Marrs lyrische gitaargeluid.


Maar dat valt tegen. In zijn boek is weliswaar Morrissey erg vriendelijk voor Marr ('almost unnaturally multi-talented'), maar over de totstandkoming van hun tijdloze werk, zegt hij nauwelijks iets.


Mooi is hoe hij beschrijft dat muziek en The Smiths zijn leven hebben gered: 'At the hour of The Smiths birth I felt at the physical and emotional end of live.' Maar echt gelukkig wordt hij niet van de successen. De wat bittere, gefrustreerde toon wordt er in de tweede helft van het boek, als Morrissey solo gaat, niet minder om.


Al een kwart eeuw is Morrissey succesvol solo-artiest, hij kreeg zijn nummer-één-hits en wereldwijde waardering, maar de jubel spat niet bepaald van de pagina's.


Altijd zijn er weer die cijfertjes en de platenfirma's dankzij wie die cijfers niet gunstig genoeg zijn. Nooit valt de zanger zelf iets te verwijten. Wat hem werkelijk zou moeten frustreren, is dat het aantal popklassiekers dat hij na het uiteengaan van The Smiths in een kwart eeuw maakte, nog niet de helft is van wat hij samen met Johnny Marr in vijf jaar tijd afleverde.


Echt zeurderig wordt Morrissey wanneer hij de door hem verloren rechtzaak beschrijft, aangespannen door Smithsdrummer Mike Joyce, die in de jaren negentig een kwart van de Smithsroyalties opeist. Hoezeer Morrissey ook gelijk heeft (Joyce schreef niet mee), veertig pagina's drammen werkt op de zenuwen.


Zonde, want de eerste 150 bladzijden van Autobiography zijn zo fenomenaal, dat je denkt met een literair meesterwerk van doen te hebben.


Eigenlijk loopt het boek synchroon met zijn eigen loopbaan. Geniaal aan het begin, maar langzaam glijdt de urgentie uit zijn werk, al is Autobiography tot het eind toe goed genoeg geschreven om te blijven boeien. Bijna op elke bladzijde kom je iets tegen waarvan je opkijkt. Een persoonlijke ontboezeming (in weerwil van zijn imago als celibatair 'loner' heeft hij liefdesrelaties gehad en was er zelfs sprake van een mogelijk vaderschap) of een geestige kwinkslag is nooit ver weg.


Maar zoals je na een Morrisseyconcert toch een beetje weemoedig een Smithsplaat opzet, zo keer je na lezing van Autobiography snel terug naar de eerste 150 bladzijden. Die behoren dan ook tot het beste dat Morrissey ooit heeft geschreven.


Extra: Deze Morrisseynummers moet je horen

1. This Charming Man (The Smiths, 1983) Eerste Nederlandse release, deze tweede single van The Smiths. Betekende in eigen land de doorbraak en voor Nederland een kennismaking.


2. How Soon Is Now? (The Smiths, 1984) Aanvankelijk weggestopt als B-kantje. Gitarist Johnny Marr overtreft zichzelf in dit atypische, lange nummer. Zelfs zij die niks ophadden met The Smiths hielden van deze track.


3. There Is A Light That Never Goes Out (The Smiths, 1986) Meest perfecte liedje op allerbeste Smiths album, The Queen Is Dead. 'If a double decker bus kills the both of us, to die by your side is such a heavenly way to die.'


4. Suedehead (Morrissey, 1988) Eerste solosingle en nog altijd een van de sterkste nummers uit zijn inmiddels 25 jaar durende solocarrière.


5. The First Of The Gang To Die (Morrissey, 2004) Veel van Morrisseys latere werk mist een sterke melodie of de uitbundigheid van voorheen. Dit liedje van zijn comebackplaat You Are The Quarry uit 2004 is de uitzondering.


Extra: Bestseller

Twee weken voert Autobiography nu de Bestseller Paperback Top 10 in The Sunday Times aan. Na ruim 35 duizend verkochte exemplaren in de eerste week, gingen er vorige week meer dan 25 duizend exemplaren over de toonbank.


Een ongehoord succes voor een popboek, maar Morrissey zal in Sir Alex Ferguson zijn meerdere moeten erkennen. Zijn autobiografie voert de hardback lijst aan. De gewezen coach van Manchester United verkocht van My Autobiography in een week tijd meer dan 115 duizend stuks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden